Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

Nivelleren, terug van weggeweest

home

Esther Bijlo

© Mark Kohn

Een blik op de politiek-economische geschiedenis leert ons dat het begrip nivellering altijd explosief is geweest. VVD'ers waren wel vaker ziedend.

 
In crisistijd kun je zeggen dat iedereen moet bijdragen

Felle discussies waren er de afgelopen week over nivellering. Of die nu via de zorgpremie loopt of met de inkomstenbelasting: de inkomenspolitiek is terug van weggeweest. Alsof hij weer tegenover 'Sinterklaas' Joop den Uyl in de politieke arena staat, trekt Hans Wiegel fel van leer. 'Een feest', noemde PvdA'er Hans Spekman nivelleren juist. VVD'ers zijn ziedend over dit 'socialistische' aspect van het regeerakkoord van het nieuwe kabinet-Rutte II. En De Telegraaf heeft de aanval geopend op het 'nivelleringskabinet'.

Lang is er niet veel van nivellering vernomen. PvdA-leiders Kok en Bos maakten er geen groot ideologisch punt van in de tijd dat zij de partij leidden. Het CDA heeft nooit veel op gehad met het beladen begrip. Toen Wim Kok het in 1990 waagde het onderwerp bij coalitiepartner CDA toch een keer aan te snijden, reageerde toenmalig CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman zeer geprikkeld. "Het CDA heeft daar niet zulke goede herinneringen aan", verwees hij onderkoeld naar de tijden van Den Uyl.

Terug naar de jaren zeventig
Nu gaan we toch weer terug naar de jaren zeventig, lijkt het. "Nivellering is typisch een thema dat we met de jaren zeventig en tachtig associëren", zegt Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam. In die periode werkte hij bij de Wiardi Beckman Stichting, de denktank van de PvdA, waar hij zich onder meer met de inkomensverdeling bezighield. "Na de jaren tachtig raakte de PvdA ervan overtuigd dat je voorzichtig moest zijn met te sterke nivellering. Liberale en neoliberale ideeën werden gemeengoed. De PvdA nam afstand van de gedachte dat de inkomensverschillen kleiner moesten worden. Sindsdien wordt in verkiezingsprogramma's gesproken van een evenwichtige inkomensverdeling."

Terwijl de inkomensverschillen groter werden midden jaren tachtig, verdween het begrip nivellering uit het politieke debat, constateert De Beer. "Tot en met 1984 namen de inkomensverschillen in Nederland af. In de jaren negentig is er veel minder politieke steun voor nivellering dan in de jaren zestig en zeventig. Maar de inkomensongelijkheid nam toen wel toe. Kregen de verschillen minder politieke aandacht en was er daardoor niet veel over te doen? Of waren de opvattingen van de mensen daadwerkelijk veranderd? Je ziet in elk geval dat onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau in al die jaren aangeven dat iets meer dan de helft van de bevolking wil dat de inkomensverschillen kleiner worden. Dus je kunt ook zeggen dat de politiek in die tijd niet handelde in lijn met wat de bevolking wilde. Hoog tijd, zou je kunnen zeggen, dat het onderwerp weer op de agenda komt."

De crisis doet daar niet zoveel aan af, vindt De Beer. "In de jaren zestig en zeventig was er veel steun voor nivellering, ook doordat het ging om het verdelen van vooruitgang. Nu gaat het om het verdelen van achteruitgang. Maar uit de historie blijkt dat juist de crisistijd een goed moment is om te nivelleren. Dat zag je na de oorlog, zelfs al tijdens de oorlog. In crisis kun je de boodschap brengen dat iedereen moet bijdragen als het slechter gaat."

Het was in het verleden steeds de PvdA die de nivelleringsdiscussie aanvoerde. Weliswaar waren kleine linkse partijen ook voorstander van het verminderen van de inkomensverschillen, maar die maakten geen deel uit van kabinetten. De SP was nog een kleine partij.

Polariserende tweetal Wiegel-Den Uyl
Met het destijds geruchtmakende rapport 'Het socialisme op sterk water' zette de PvdA-denktank zelf eind jaren tachtig een grote stap om af te komen van traditionele 'linkse' discussies. Weg van het polariserende tweetal Wiegel-Den Uyl. De boodschap was grofweg dat socialisten niets minder, maar ook niets meer doen dan de markteconomie een menselijk gezicht geven. Daarnaast zouden de sociaal-democraten mee moeten gaan met de trend naar individualisering.

Paul de Beer ging de jaren daarna voort met deze ideeën en publiceerde zo'n vijf jaar later een boek: 'Het verdiende inkomen'. De overheid moet zorgen voor een zo goed mogelijk minimuminkomen, was zijn conclusie. Heel veel verder moet de staat niet gaan als het om de inkomensverdeling gaat.

Zo raakten de socialisten weer verder verwijderd van het gelijkheidsideaal dat de econoom Jan Tinbergen tot in de jaren zestig verkondigde. Volgens Tinbergen, Nobelprijswinnaar en grondlegger van het Centraal Planbureau, zou de hoogste baas in een organisatie niet meer dan vijf keer het loon van de laagstbe-taalden moeten verdienen.

John Rawls
De Beer baseerde zich op het gedachtegoed van politiek filosoof John Rawls. Anders dan Tinbergen was Rawls niet geïnteresseerd in de midden- en hogere inkomens. Hij stelde in zijn boek 'A Theory of Justice' uit 1972 dat de inkomensverdeling rechtvaardig is als degenen die het slechtst af zijn, het zo goed mogelijk hebben.

Rawls' benadering koppelt het streven naar vrijheid van de liberalen en de wens voor gelijkheid van de socialisten. Dat zou dus bij uitstek de verbindende factor kunnen zijn in het nieuwe VVD/PvdA-kabinet. "Ik denk niet dat ze zijn boeken erbij hebben gehaald in de onderhandelingen", lacht De Beer. "Het probleem is dat VVD en PvdA elk een eigen interpretatie geven aan hun ideeën.

De VVD stelt dat het geen probleem is als door economische groei de inkomensverschillen toenemen, zolang de laagste inkomens daar ook van profiteren. Volgens de PvdA kun je met Rawls in de hand de inkomensverschillen verkleinen totdat het zo slecht is voor de economie dat ook de laagste inkomens daar last van hebben.

Maar als deze maatregelen van het kabinet de effectiefste manier zijn om de laagste inkomens te ontzien, kunnen ze de toets van Rawls doorstaan. Je kunt beargumenteren dat je het beter bij de middeninkomens kunt weghalen dan bij de hogere inkomens. De hoogste, de ondernemers, zijn nodig om de economie goed te laten draaien. De middeninkomens blijven toch wel werken en daar valt ook het meest te halen."

Toch vraagt ook De Beer zich af of het kabinet-Rutte II, als het dan wil nivelleren, dat wel zo handig doet. "Waarom via de zorgpremie en niet via de belastingen? De boosheid is ook wel te verklaren uit de manier waarop er nu genivelleerd wordt. Er is een cumulatie van maatregelen met een tegenstrijdig effect, het belastingtarief wordt juist minder progressief, bijvoorbeeld. Dat maakt het ondoorzichtig."

Of het begrip nivelleren net als in de jaren zeventig een tijd de politiek blijft bepalen, vindt De Beer lastig voorspellen. "We weten de uitwerking nog niet. Het zou kunnen dat de plannen iets evenwichtiger worden. Maar als de VVD iets wil repareren, kan dat bijna alleen door ook de echt hoge inkomens aan te pakken. De lage inkomens meer korten is niet aanvaardbaar voor de PvdA."

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.