Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Niks, maar wát voor niks!

Home

Joost Zwagerman

Een kwarteeuw geleden schokte de piepjonge Bret Easton Ellis de wereld met ’Less than Zero’: een genadeloos portret van nihilistische Amerikaanse pubers. Het werd dé cultroman van een generatie waartoe ook Joost Zwagerman behoorde. Had er een vervolg moeten komen?

Na vijfentwintig jaar een sequel publiceren van je debuutroman die in de loop van de jaren is uitgegroeid tot een kleine legende – moet een schrijver dat doen? Sterker: moet een schrijver dat überhaupt wíllen? Stel je eens voor: Gerard Reve publiceerde vijfentwintig jaar na ’De avonden’ een vervolg waarin we zes dagen uit het leven volgen van Frits van Egters die dan inmiddels van middelbare leeftijd is. Of: J.D. Salinger liet ons in het vervolg op ’The Catcher In The Rye’ weten hoe het Holden Caulfield vergaat die inmiddels, laten we maar iets zeggen, huisvader is geworden en in suburbia woont. Zoiets wil je als lezer niet weten. Wij lazen over Frits en Holden toen we zelf jong waren, en terwijl wíj opgroeien, terwijl wij verder lezen en verder leven, blijven zíj gevangen in hun bijna mythisch geworden gestalte van puber (Holden) en postadolescent (Frits). Bij het herlezen van de romans gaan we iedere keer opnieuw een verhouding aan met deze legendarische personages; zíj vormen het ijkpunt, en wíj meten onze eigen ontwikkeling als lezer af aan hun geruststellend onveranderlijke blik op de wereld.

Misschien wel omdát het taboe is, doorbreekt Bret Easton Ellis de ongeschreven wet dat je een legendarisch geworden (jong) personage met rust moet laten. Clay uit Ellis’ befaamd geworden debuut ’Less Than Zero’ (1985) krijgt in ’De figuranten’ een tweede leven, een mid-life-leven. Dat is voor de Less Than Zero-lezer van het eerste uur even wennen. Heel erg wennen.

Hoe was het ook alweer met ’Less Than Zero’, vertaald als ’Minder dan niks’?’ Het boek kwam destijds voor mij als uit het niets – en ik herinner me dat dit ook gold voor de Amerikaanse recensenten van toen, die zich niet of nauwelijks raad wisten met het debuut van de toen piepjonge Bret Easton Ellis. In ’Minder dan niks’ schetste hij de levens van geblaseerde rijkeluiskindjes uit Los Angeles, sjokkend van party naar party, pakjes coke in hun portemonnees, gevuld met credit cards van pap en mam, die op hun beurt niet omkeken naar hun tienerkinderen.

Nergens keken deze even verwende als verwaarloosde kids nog van op, en niets gaf hun vreugde. Ze hadden alles, en ze spuugden op alles – of zelfs dat niet eens. Spugen was per saldo al een hele handeling, en de personages in ’Minder dan niks’ deden, inderdaad, minder dan niks.

Ze vóélden ook minder dan niks. Vrijwel permanent gedrogeerd waren ze zelfs te lui om nog gedachten te ontwikkelen over goed en kwaad, mooi en lelijk, hemel en hel. En dus kijkt niemand in het boek er echt van op als er ergens in een slaapkamer van een van die jongens van achttien een twaalfjarig meisje ligt vastgebonden en misbruikt wordt door een vriendenclubje. Seks verveelt, coke verveelt, maar dankzij geweld, of beter gezegd, dankzij de combinatie van seks en geweld vergeet je tenminste voor even dat je je verveelt.

Bret Easton Ellis werd pas echt de bête noir van zijn generatie toen in 1991 uitgeverij Knopf zijn ’American Psycho’ weigerde uit te geven vanwege een fors aantal beestachtig gewelddadige scènes in het boek.

Halverwege ’American Psycho’ denkt Patrick Bateman: „Het grootste deel van de zomer heb ik in een staat van verdoving doorgebracht”, en in dat opzicht lijkt hij sterk op de hoofdpersoon van ’Figuranten’. Clay, midden veertig, is inmiddels scenarioschrijver en levert verhalen voor B-films en televisieseries. Clay beantwoordt aan alle clichés van de in Los Angeles dolende en eenzame scenarioschrijver met literaire aspiraties. Hij heeft een alcoholprobleem, probeert even wanhopig als vreugdeloos actrices van rond de twintig jaar te versieren en is het pispaaltje van degenen die in Hollywoord écht iets voor het zeggen hebben: de regisseurs, de producenten, de investeerders, de entrepreneurs.

De adolescentenapathie uit ’Minder dan niks’ heeft in ’Figuranten’ plaatsgemaakt voor een ingesleten illusieloosheid, die door Easton Ellis met vakkundige hand over de personages is uitgestrooid. Om het verhaal hoef je ’Figuranten’ niet te lezen. Clay raakt gecharmeerd van ene Rain, een meisje zonder acteertalent dat niettemin een carrière als filmster nastreeft. Clay belooft haar een rol in een film waarvoor hij het script schrijft, een belofte die hij natuurlijk niet kan inlossen. Hij heeft daartoe niet de macht of invloed.

Dankzij Rain lijkt Clay heel even te kunnen ontsnappen aan zijn zelfverachting en cynisme: „Dit is iemand die jong probeert te blijven omdat ze weet dat de jeugdige oppervlakte voor jou het meeste telt. [...] De oppervlakte die Rain aanbiedt is alles waar het bij haar om draait.” Over haar toekomst als actrice kan Clay alleen maar heimelijk honen: „Wat me blijft intrigeren, is hoe ze een slechte actrice in de film kan zijn, maar een goede in de werkelijkheid.”

Doordat Rain in de veronderstelling verkeert dat Clay haar een rol kan bezorgen, begint ze een affaire met hem, geënt op wederzijdse uitbuiting. Door de op harde porno gebaseerde en door drugs opgelierde seks met Rain raakt Clay tegen zijn zin aan haar verslingerd. De affaire met Rain luidt een afdaling in naar een schemerwereld van afpersing, chantage, exploitatie en uiteindelijk moord, want Rain blijkt het prototype van de promiscue femme fatale, achtervolgd door een aantal geobsedeerde mannen dat elkaar op leven en dood beconcurreert – met uiteindelijk foltering en moord als gevolg.

Dat is het verhaal. Om snel te vergeten. Maar dan de sfeer, de setting, het levensgevoel – of liever gezegd: het ontbreken ervan. Kende ’Minder dan niks’ nog een diep verscholen romantiek, ’Figuranten’ leest als het scenario voor een speelfilm van David Lynch, een variant op ’Mulholland Drive’, maar dan wel een variant waaruit alle zwarte humor of ironie vakkundig uit is weggesneden. Wat overblijft: paranoia, zielloosheid en een aswolk van allesoverheersende depressie.

Tegen het einde van ’Figuranten’ vallen de verschillen met ’Minder dan niks’ steeds meer op. Daarin hadden personages nog ouders of grootouders die ook echt een rol in het boek speelden. In ’Figuranten’ lijken de veertigers ouders noch kinderen te hebben. Vriendschap is een steekwoord afkomstig van gene zijde. Eenzaamheid is geen straf maar een houvast. Handelingen vinden plaats in een waas van weerzin en achtervolgingswaan. Op momenten dat iemand huilt, lijken de tranen afkomstig van iemand die uit zichzelf is getreden.

Misschien zijn alle figuren uit ’Figuranten’ al jaren geleden uit hun omhulsel weggegleden en volgen we tientallen bladzijden lang de schijnbewegingen van zombies. Dat blijkt tenminste wanneer Clay zichzelf aan het slot van ’Figuranten’ éindelijk eens dwingende vragen stelt over iemand van wie hij ooit, in de tijd van ’Minder dan niks’ heeft gehouden: jeugdliefde Blair. Denkend aan Blair vraagt Clay zich af: „Had zij ooit beloften gedaan aan een trouweloos spiegelbeeld in de spiegel? [...] Kon ze het moment aanwijzen dat ze innerlijk doodging?”

Ik heb het vermoeden dat, net als vijfentwintig jaar geleden, de meeste recensenten niets heel zullen laten van Ellis’ roman. De leegte walmt je tegemoet, en het is wel begrijpelijk dat beroepslezers daar hun neus voor zullen ophalen. Maar opmerkelijk genoeg liet ’Figuranten’ me na lezing niet los; die tergende leegte zeurde opmerkelijk lang na. Bret Easton Ellis duwt ons met deze roman wéér een laag verder in de nachtmerrie van het ultieme Niemandsland. Weinig schrijvers die hem hierin kunnen overtreffen.

Nóg minder dan niks leek na ’Minder dan niks’ niet mogelijk. Dacht ik destijds. Dat heb ik toen verkeerd gedacht. ’Figuranten’ is tot nu het minste niks – en wát voor een niks! Dat is een prestatie, precies de prestatie die Ellis hoopte te leveren. Hoed af.

Lees verder na de advertentie
Beeld uit 'Mulholland Drive' van David Lynch, een film waar 'De figuranten' met zijn gevoelloze personages in glamoursetting aan doet denken. (Trouw)

Deel dit artikel