Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nieuwe oogst kiest voor engagement

Home

Sandra Spijkerman

Het barstte van fris talent op de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst en de Open Ateliers van de Amsterdamse Rijksakademie.

Waar ontdek je die schilder die hot wordt? Of die kunstenaar die met zijn eigenzinnige werk de wereld gaat veroveren? Daarvoor moet je doorgaans niet op een kunstbeurs zijn, of in een museum. Dat is een paar stappen te laat. Het echte ’scouten’ van talent vindt plaats in het atelier van die (jonge) veelbelovende kunstenaar zelf. Of bij serieuze prijsvragen waar ongezien talent zich voor inschrijft. Vandaar dat de hele kunstwereld (galeriehouders, curatoren, verzamelaars, museumdirecteuren en critici) graag als eerste wil kijken bij twee jaarlijkse evenementen: de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst (afgelopen keer in het Haagse GEM) en de Open Ateliers van de Amsterdamse Rijksakademie.

Hoewel er uitzonderingen zijn, voerde maatschappelijk engagement ditmaal de boventoon. Dat de kunstenaars van nu niet meer terugdeinzen voor maatschappelijke thematiek was al een paar jaar bekend. Maar de editie 2008 van de Koninklijke Prijs liet overduidelijk zien dat nu ook schilders zich daar expliciet mee bezighouden. Vierde in de editie van 2007 het persoonlijke nog hoogtij, deze keer ging het om maatschappelijke onderwerpen. Daarbij werd het grote gebaar beslist niet geschuwd. Het werk van de winnaars, Alex Jacobs (1973), Bas de Wit (1977), Helen Verhoeven (1974) en Sebastiaan Verhees (1982), is daarvan een goed voorbeeld.

Meest expliciet in zijn maatschappelijk engagement is Jacobs. Sinds 2007 werkt hij samen met Ellemieke Schoenmaker (1968). Zij opereren onder de naam Villeroy & Boch, kortweg V & B (inderdaad die van de chique toiletpotten en dure kopjes). Het duo maakt collages, die ze vervolgens in verf uitvoeren. Zij geven openlijk aan dat hun plaatjes een boodschap hebben. Alleen je concentreren op de verf, de compositie en de vorm werd hen te banaal.

Daarom verwerken zij hun standpunt over bepaalde maatschappelijke problemen en verschijnselen in hun doeken, zoals het verdwijnen van de telefooncel ’(’Dr. Who. Appearance/disappearance’) en de beeldvorming van macht (’Glossy End’). Dat laatste was te zien bij de Koninklijke Prijs en geldt als een eigentijdse versie van Delacroix’ ’De Vrijheid voert het volk aan’ uit 1830. Dat Jacobs zich daarbij bovenop een vuilnisbak presenteert, getuigt van de nodige zelfspot. Ook de mechanismen van de kunstwereld neemt dit duo regelmatig onder de loep. Overigens hebben zij nergens de illusie dat ze met hun doeken de wereld kunnen verbeteren. Hun schilderijen worden door hun boodschap nergens pamflettistisch. Daarvoor zijn ze te goed en te lekker geschilderd.

Met het opereren onder wisselende namen en in wisselende samenstellingen zeggen Jacobs en Schoenmaker bovendien iets over het vloeibaar worden van persoonlijkheid: een tendens die door internet (Second Life en je eigen Avatar) gangbaar is geworden. Jacobs nomineerde zich al in 2003, 2004 en 2006 voor de Koninklijke Prijs, echter onder zijn moeders achternaam: Alex Barendregt. Daarnaast opereert Schoenmaker ook met Iris van Dongen en Josepha de Jong onder de naam ’Kimberly Clark’.

Ook op de Rijksakademie viel de tendens van het maatschappelijke waar te nemen. Maar dat was minder uitzonderlijk dan bij de Koninklijke Prijs. In andere disciplines was het engagement al eerder doorgedrongen. Daarnaast zie je bij de Rijks meestal enkele kunstenaars die zich concentreren op de kunst zelf. Desalniettemin waren er een paar beloftevolle en tot de verbeelding sprekende presentaties. Zoals de grootformaat aquarellen van Lotte Geeven (ook te zien bij de expo van de Koninklijke Prijs) of de ronduit poëtische installaties van Rumiko Hagiwara. Inspirerend waren de presentaties van Aukje Koks en Marjolijn de Wit, die lieten zien dat schildersexperiment met het driedimensionale interessante dingen oplevert.

Heel sterk was de video-installatie van de Amerikaanse kunstenaar Mark Boulos. In twee tegenover elkaar liggende projecties liet hij beelden van de beurs van de bulkgoederenmarkt (ruwe olie bijvoorbeeld) een dialoog aangaan met documentaireachtige opnamen in de binnenlanden van Nigeria waar grote oliemaatschappijen ’huishouden’. En dat alles onder het geluid van een joelend voetbalstadion. Onontkoombaar direct en niet mis te verstaan. De kredietcrisis maakt dit werk extra actueel.

Uitzonderlijk is de presentatie van Maze de Boer (1976) – in soort én kwaliteit. In tegenstelling tot collega-kunstenaars van de ’videogeneratie’ concentreert De Boer zich in plaats van op video juist op ruimtelijk werk en installaties die een relatie aangaan met de plek waar ze zijn gemaakt. Hij is gefascineerd door de ruimte en hoe mensen die verschillend ’lezen’ en ervaren. Met zijn ruimtelijke werk op studioformaat (zijn maquettes maakten in 2007 al indruk bij de Open Ateliers) en grotere installaties weet hij de ruimte ervaarbaar te maken. Bovendien zet hij je telkens op het verkeerde been.

Dit jaar presenteerde De Boer onder de titel ’Het Atelier’ een iets verkleinde versie van zijn eigen werkplaats op de Rijks. Je kon erin, maar daar moest je wel enige moeite voor doen. De Boer creëert met zijn installaties en maquettes namelijk een illusie die sterk op de werkelijkheid lijkt. Maar ergens laat hij die illusie even ontsporen. In dit geval door het atelier net iets kleiner uit te voeren en door het te draaien ten opzichte van zijn eigenlijke atelier. Daardoor ontspoort het in je gedachten, en dat maakt dat je beter gaat kijken.

De Boer wil een persoonlijke ervaring van de ruimte bewerkstelligen. Het liefst een die je aan anderen doorvertelt. Vermaak zoals we dat kennen uit pretparken als Disneyland Parijs schuwt hij daarbij niet. Maar zijn werk is geen achtbaan, eerder zoals hij het zelf noemt een ’conceptuele attractie’. Dat attractiegehalte en de ontsporingen maken dat de installaties van De Boer wezenlijk verschillen van oudere collega’s als Anish Kapoor en Wolfgang Laib (beiden te zien in De Pont in Tilburg).

Het attractiegehalte en de ontsporingen zijn bovendien typerend voor de huidige tijd, waarin door het wegvallen van de kerken, bijvoorbeeld, gemeenschapszin ontbreekt. En waardoor mensen collectieve ervaringen missen. Zo blijkt De Boer tussen de aandacht voor de ruimte door nog heel voorzichtig op de achtergrond iets te zeggen over de tijd waarin wij leven. Goede kunst kan daar nooit helemaal los van zijn. Al moet echt goede kunst het natuurlijk in zich hebben om die eigen tijd ook te kunnen overstijgen. Maar daarvoor is het bij deze kunstenaars nog te vroeg. Intussen is het wel een mooie oogst zo, begin 2009.

Meer informatie vindt u op de sites www.villeroy & boch.nl , www.mazedeboer.nl en www.rijksakademie.nl.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie