Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nieuwe Luther voor goede doelen

Home

Hessel Abbink Spaink en Adriaan

Waarom bestaan goede doelen? Om bepaald leed uit te wereld te helpen of om zichzelf in stand te houden?

Nederlandse huishoudens geven op jaarbasis zo’n twee miljard euro aan goede doelen, een bedrag dat groter is dan de wereldwijde omzet van een bedrijf als TomTom in 2008. Daarnaast ontvangen veel goede doelen nog flinke subsidies van de overheid en/of bijdragen van de loterijen (Postcodeloterij en Bankgiro Loterij). Goede doelen zijn big business en het inzamelen van gelden wordt steeds meer een commerciële, professionele activiteit waarbij Bekende Nederlanders, media en marketing een grote rol spelen.

In lijn met de uitdijende goede doelen markt hebben ook veel goede doelen een enorme groei doorgemaakt. Vanuit kleinschalige en vrijwillige initiatieven in de jaren zeventig zijn er grote, soms multinationale professionele organisaties ontstaan waarbinnen velen hun brood verdienen. Organisaties met honderdduizenden leden of donateurs en een duidelijke drang naar continuïteit en groei. Naast de realisatie van hun formele goede doelen staat nu ook het eigen voortbestaan op de agenda.

Veel goede doelen zijn opgericht om een bepaalde maatschappelijke misstand zoals milieuverontreiniging, schending van mensenrechten of kinderleed uit de wereld te helpen. Maar opmerkelijk genoeg heeft vrijwel geen enkele organisatie als formele doelstelling zichzelf op te heffen door leed afdoende te lenigen. Anders dan ’normale’ commerciële ondernemingen dienen goede doelen zich niet te richten op de continuïteit van de organisaties, maar juist op de eindigheid. Een goede doel moet zichzelf eigenlijk zo snel mogelijk overbodig maken. Niet continuïteit maar legitimiteit is de issue.

Kernvragen hierbij zijn: wie bepaalt wat goed en fout is en welke keuzes maakt een organisatie bij het bereiken van het goede doel? De recente discussies over ontwikkelingsorganisaties zijn illustratief in dit verband.

Het verschijnsel van een ’goede doelen industrie’ is al oud. In de middeleeuwen ontstond binnen de katholieke kerk een enorme handel in aflaten: kwijtscheldingen van zonden. Aanvankelijk waren de aflaten een integer instrument, maar gaandeweg ging het materialistische aspect een steeds grotere rol spelen: de bouw van de Sint Pieter in Rome is voor een aanmerkelijk deel gefinancierd uit opbrengsten van aflaten. Ter verhoging van de opbrengsten werden de normen steeds soepeler toegepast. Dit leidde tot een systeem waarin zondaars gerust konden zondigen als ze een aflaat konden betalen.

Het boetesacrament bestaat uit drie delen: berouw, belijdenis van de zonden en de goede werken om het weer goed te maken. Een aflaat geeft zwart op wit al vergeving van de zonden, waardoor mensen geen boete meer willen doen en hun zondige gedrag herhalen.

Het schenken aan een goed doel kán het karakter krijgen van een moderne versie van de aflaat: de gift als een ’kwijtschelding’ voor moderne zonden als overconsumptie, milieuverontreiniging of kinderarbeid en een ’aflaat’ voor gebrekkige persoonlijke inzet van de consument. Vooral dit laatste is jammer omdat juist het consumentengedrag het machtigste en meest effectieve middel lijkt te zijn in het bewerkstelligen van veranderingen. Wanneer consumenten zouden weten welke producten met kinderarbeid zijn vervaardigd en die producten vervolgens niet meer zouden kopen, dan levert dat een uiterst krachtig signaal op naar de gehele productieketen erachter.

Het gevoel van moderne ’aflaten’ dringt zich helemaal op bij het bekijken van de commerciële uitingen van de Nationale Postcode Loterij. Op de homepage vindt men zowel een groot bericht dat goede doelen op weg zijn naar een nieuw klimaatverdrag als een enquête met het thema: ’Welke auto wint u het liefst?’ en een melding dat deelnemers 29,9 miljoen euro kunnen winnen. Het goede doel als greenwash van de ziel en dan ook nog met een auto erbij?

Een van de stellingen van Maarten Luther was: „Men moet de christen leren: wie een arme iets geeft, wie een behoeftige iets leent, die handelt beter dan wanneer hij aflaatbrieven koopt.”

Het ging Luther enerzijds om de persoonlijke inzet, om de echte betrokkenheid, en anderzijds om de macht van een centrale organisatie die vergevingsbriefjes mag uitgeven. Die twee hangen met elkaar samen: een echte betrokkenheid voorkomt dat een centrale organisatie een business kan creëren rondom vergevingsbriefjes puur voor het geldelijk gewin.

Ook hier dringt zich een vergelijking met de organisaties rond goede doelen op. De meeste grote clubs werken tamelijk autonoom: het bestuur van het goede doel bepaalt centraal wat een goed doel is, wat er met het ervoor ingezamelde geld wordt gedaan. In hoeverre gebruiken grote ontwikkelingsorganisaties bijvoorbeeld de inzichten van hun leden/donateurs bij het bepalen van hun beleid?

Daarmee komen we terug op veel van de principes die Luther in 1517 op de kerk van Wittenberg heeft gespijkerd. In onze ogen hoort een maatschappelijke organisatie zich te legitimeren via de interactie met leden, donateurs en andere belanghebbenden. Zo’n interactie leidt bovendien tot een verhoogde persoonlijke inzet.

De boodschap van de moderne versie van de stellingen van Luther is dus dat enerzijds goede doelen duidelijker de dialoog met alle betrokkenen dienen op te zoeken. Terwijl anderzijds van leden/donateurs mag worden verwacht dat ze niet alleen geld geven, maar ook actief betrokken zijn bij het wel en wee van de organisatie en bovendien ervoor zorgen dat hun eigen gedrag in overeenstemming is met de idealen van de club die zij ondersteunen.

Gebeurt dit niet dan komt de geloofwaardigheid van goede doelen in toenemende mate op de tocht te staan en valt te verwachten dat deze organisaties zullen ophouden te bestaan, niet omdat ze hun doel hebben bereikt, maar enkel omdat ze onvoldoende draagvlak hebben overgehouden.

De eindigheid van het bestaan is een prima uitgangspunt bij goede doelen, maar laat het dan wel een happy end zijn. Met de huidige kennis, goede voorbeelden in de sector en Lutheriaanse integriteit is dat heel goed mogelijk.

Lees verder na de advertentie
Winnaars vieren feest bij het goede doel Postcode Loterij. ( FOTO ANP )
(Trouw)

Deel dit artikel