Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nieuw icoon van de verzoeningsleer

Home

Jacob Boersema en Tom Devriendt

In het verdeelde Zuid-Afrika maakt rector Jonathan Jansen van de Universiteit van de Vrijstaat zich sterk voor waarden als verzoening en vergeving. „Onbeschaamd gebruik ik mijn religieuze en spirituele wortels.”

Begin april lijkt Zuid-Afrika even in brand te staan. De moord op de voormalige leider van de Afrikaner Weerstandsbeweging, Eugène Terre’Blanche, staat op de voorpagina’s van alle internationale kranten. Twee zwarte medewerkers van zijn boerderij zouden de blanke rechts-extremist in koelen bloede hebben vermoord. Op de televisie zijn er beelden van boze blanken die schreeuwen om wraak. Het wereldkampioenschap voetbal staat voor de deur en de wereld houdt zijn hart vast. Twee maanden later lijkt de rust weergekeerd en kijkt de wereld uit naar het WK dat morgen van start gaat.

Maar als de moord op Terre’Blanche iets heeft duidelijk gemaakt, dan is het dat de rassenverhoudingen zestien jaar na de vrijlating van Nelson Mandela nog niet genormaliseerd zijn. „Het werk van de Waarheids- en Verzoeningscommissie is duidelijk nog lang niet voltooid”, zegt Jonathan Jansen, de eerste zwarte rector van de Universiteit van de Vrijstaat in Bloemfontein, een voormalig bolwerk van blanke Afrikaners. Als geen ander heeft Jansen zich het afgelopen jaar opgeworpen als publieke verdediger van de verzoeningsleer van Nelson Mandela en bisschop Desmond Tutu.”

Vorig jaar oktober werd Jansen op slag beroemd in Zuid-Afrika. In zijn inaugurele rede als rector nam hij het op voor vier blanke jongens die een racistisch videofilmpje hadden gemaakt en die daarvoor van de universiteit waren gestuurd. Uit naam van de universiteit, zei Jansen, schonk hij de jongens vergeving. Het ANC reageerde woedend, maar Nobelprijswinnaar Tutu noemde Jansen ’een groot man’ die handelde ’in de geest van de Waarheid- en Verzoeningscommissie’. Het bleef niet bij één toespraak – inmiddels trekt Jansen door Zuid-Afrika om zijn verzoeningsboodschap te verkondigen.

Vier blanke jongens maken een video waarin het lijkt alsof de zwarte huishoudster hun urine opdrinkt. Wat beweegt u ertoe die jongens vergeving te schenken? Wat betekent vergeving voor u?

„Voordat ik aan de universiteit begon, heb ik er eens goed rondgekeken. En ik zag iets merkwaardigs: ik zag een instituut dat een dergelijk racistisch incident mogelijk maakt door de manier waarop de universiteit georganiseerd was – de mensen, het leiderschap, de symbolen, en de gemeenschap. Zo’n incident kon je zien aankomen. Het was niet terug te brengen tot een kwestie van vier rotte appels, dit ging veel verder. Het ging om wat ik ’institutionele medeplichtigheid’ noem. Een instituut kan medeschuldig zijn aan racistische incidenten. En daarom zei ik dat niet alleen slachtoffers maar ook instellingen kunnen vergeven. Dat is behalve een boodschap aan de vier studenten ook een boodschap aan de buitenwereld: dat de hele gebeurtenis eigenlijk weinig met die jongens zelf te maken had.”

In uw boek ’Kennis in het bloed’ beschrijft u een moment waarop u als decaan de voeten wast van een van uw personeelsleden, als een gebaar van nederigheid en verzoening. Is uw geloof belangrijk bij uw werk?

„Onbeschaamd gebruik ik mijn religieuze en spirituele wortels. Die hebben mij uit de gevangenis en ver van een gevaarlijke levensweg gehouden. Een van de belangrijkste aspecten van leiderschap is het spirituele idee van opoffering. Als de mensen in Zuid-Afrika zien dat je voor ze door het vuur gaat, dan doen ze alles voor je. Wanneer je arrogant binnenkomt en mensen zien dat alles om jou draait en niet om hen, dan kun je het vergeten. Dan zul je niet bereiken bij mensen. Als bronnen voor mijn leiderschap gebruik ik de waarden die ik van kinds af aan heb meegekregen.”

Zijn boek ’Kennis in het bloed’ (’Knowlegde in the blood’) heeft Jansen gebaseerd op zijn ervaringen als decaan op de voormalige witte universiteit van Pretoria, een positie die hij voor zijn aanstelling in Bloemfontein bekleedde. In Pretoria raakte Jansen geboeid door het lot van jonge, blanke Zuid-Afrikanen. Hij vroeg zich af hoe het mogelijk is dat blanke kinderen, geboren na de afschaffing van apartheid, nog steeds zo vast lijken te zitten in het verleden, en vaak nog zo racistisch zijn. En hoe meer Jansen met hen sprak, hoe meer hij hen begreep en met hen begaan raakte.

De titel ’Kennis in het bloed’ schept ook verwarring. Is het probleem van deze jongeren genetisch? Dat klinkt als een echo uit de jaren dertig.

„Ik heb veel kritiek gekregen op de titel, vooral van progressieve vrienden. De titel lijkt inderdaad een genetisch determinisme te suggereren, een onomwonden naziopvatting. Wat ik betoog is dat de kennis die jonge, blanke Afrikaners met zich meedragen over het verleden niet alleen een cognitief of intellectueel karakter heeft, maar dat die kennis ook emotioneel, spiritueel en psychisch van aard is. Het zit diep verankerd. Pas geleden werd een zwart meisje op mijn campus aangevallen door een blanke jongen. Waarom zou een blanke jongen, die geboren is na de apartheid, een onschuldig zwart meisje aanvallen? Dat heeft niets te maken met cognitieve kennis. Dat zit veel dieper.

In het boek vraag ik me af: hoe veranderen mensen? Hoe verander je de manier waarop ze denken over zichzelf, over anderen, over het verleden en de toekomst? Op scholen wordt daar vaak te simpel over gedacht. Mensen zeggen: tonen de kinderen haat tegen immigranten? Zijn ze racistisch? Besteedt daar dan aandacht aan in de les. Maar dat is te snel gedacht. Dit gaat veel dieper. Je kunt niet verwachten dat kinderen na een paar extra lessen hun gedrag helemaal omgooien, omdat het een probleem is dat speelt tussen de generaties en dat zowel emotioneel als spiritueel is. Maar verandering is wel degelijk mogelijk.”

In uw boek vergelijkt u het lot van blanke jongeren in Zuid-Afrika met dat van kinderen van holocaustslachtoffers. Jonge, blanke Zuid-Afrikanen hebben óók een trauma, zegt u. Hoezo?

„Waarom zijn blanke kinderen in Zuid-Afrika nog steeds boos, terwijl ze geen reden hebben om boos te zijn? De schrijfster Eva Hoffman heeft het in haar werk over de paradox van de ’indirecte kennis’. Dat betekent dat je niet direct het trauma ervaren hebt, maar dat je je ernaar gaat gedragen omdat je erover hoort. Dat herken ik uit mijn gesprekken met jongeren. De jongens zijn nooit in militaire dienst geweest en de meisjes hebben geen vreselijke dingen meegemaakt, maar het trauma dat hun ouders hebben overgehouden aan het verleden en aan de overgang naar het nieuwe Zuid-Afrika, wordt aan hen doorgegeven.”

Een daderstrauma dus?

„Ik besef dat ik me hier op glad ijs bevind. Ik ben geen relativist. De apartheid was fout. Maar hoe langer ik er over nadenk, hoe meer ik ervan overtuigd ben dat de strikte scheiding tussen daders, slachtoffers en omstanders in Zuid-Afrika niet werkt. Niet in het verleden en ook nu niet. Hoe langer ik met mijn blanke studenten werk, hoe meer ik besef: zij zijn ook slachtoffer van iets waar ze strikt genomen niks mee te maken hebben. Dat betekent niet dat er geen goed of fout bestaat, maar dat een simpele tegenstelling van ’zwart is goed en blank is fout’ volledig flauwekul is. Ik geloof niet in collectieve schuld.”

In uw boek laat u zien hoe verzoening praktisch werk is, met veel vallen en opstaan.

„Eén ding weet ik zeker. Als je jonge mensen samen in een kamer zet en je ze lang genoeg met elkaar laat praten, blijkt dat ze veel minder barrières hebben dan volwassen. We organiseren regelmatig workshops aan de universiteit. Ik zit daar dan de hele avond met blanke en zwarte studentenleiders en kijk naar de gezichten van de blanke studenten. Ik zit in de hoek en zie hen luisteren naar de zwarte president van de Zuid-Afrikaanse Studentenvereniging. En je ziet ze denken: ’Ik wist helemaal niet dat deze man drie jaar in de gevangenis heeft gezeten, ongelooflijk, ik wist niet dat zijn vaders boerderij is afgepakt en aan een blanke boer is gegeven. Ik wist het niet.’ De zwarte jongeren vertellen hun verhaal. Ze nemen heel veel op, die jongeren, vooral de blanken. En je ziet die blanke jongeren letterlijk veranderen. Ze proberen het eerst niet te laten blijken, want dat is natuurlijk niet cool, maar aan het eind van de avond vallen ze elkaar in de armen.”

U toont ook aan dat verandering een prijs heeft. Dat jongeren in conflict komen met hun ouders en echt moeten kiezen.

„De gevolgen van alle veranderingen in ons land zijn soms verschrikkelijk. Om je een voorbeeld te geven. Jongeren worden verliefd op elkaar. Blank op zwart. Zwart op blank. En dat moeten ze dan thuis gaan vertellen. Dat leidt tot een confrontatie met hun omgeving. Ik zeg hen dan: „Luister, ik heb er respect en grote bewondering voor dat je je kunt verhouden tot iemand anders. Jij alleen kunt beslissen hoe je hiermee omgaat.” En ik schets de mogelijke gevolgen van hun keuze. Ongeveer de helft van de studenten zet door. De andere helft maakt er een eind aan omdat de prijs te hoog is – vooral in blanke families waar de vader, nooit de moeder, met allerlei dreigementen komt. Die dreigementen zijn voorspelbaar, maar dat maakt het voor jongeren niet minder moeilijk om belangrijke keuzes te maken. Tegelijkertijd ben ik ongelooflijk optimistisch over wat jonge mensen kunnen bereiken, al zal het niet altijd gemakkelijk zijn.”

Deel dit artikel