Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nieuw doel voor oude bouw

Home

Henny de Lange

In het Nederlandse paviljoen van de twaalfde architectuurbiënnale van Venetië geen overzicht van de nieuwste architectuur maar van leegstaande gebouwen. Een pleidooi voor intelligent hergebruik. „Geef creatieve mensen een inspirerende plek.”

Het Nederlandse paviljoen (bouwjaar 1954) op het biënnaleterrein in Venetië staat ruim 39 jaar leeg. Het door architect Gerrit Rietveld ontworpen paviljoen wordt immers maar een paar maanden per jaar gebruikt, het ene jaar voor de kunstbiënnale, het andere jaar voor de architectuurbiënnale.

Daarmee is het paviljoen één van de duizenden leegstaande overheidsgebouwen op Nederlands grondgebied. Dit jaar staat het Rietveldpaviljoen, een stukje Nederland in Italië, voor het eerst ook leeg tijdens de twaalfde architectuurbiënnale, die dit weekeinde wordt geopend. Althans, zo lijkt het van buitenaf gezien.

Bezoekers zullen op het eerste gezicht een kale ruimte aantreffen. Daarmee wil het Nederlands Architectuurinstituut ( NAi) een signaal afgeven en duidelijk maken wat de komende jaren één van de grootste uitdagingen is voor de architectuur: hergebruik van gebouwen die soms jaren leegstaan in afwachting van een nieuwe bestemming.

Of zoals directeur Ole Bouman het formuleert: „Architecten zijn er niet alleen om nieuwe, flitsende gebouwen neer te zetten. Ze moeten zich ook bekommeren om wat er al staat en zijn functie heeft verloren. Ze zijn weliswaar niet schuldig aan de leegstand, maar ze hebben er wel de hand in gehad dat we gebouwen niet meer willen gebruiken. Dat maakt de architectuur medeverantwoordelijk voor het vinden van oplossingen.”

Leegstand betekent volgens de directeur van het NAi niet alleen een enorm waardeverlies. „Leegstaande gebouwen leggen ook beslag op de schaarse ruimte en leiden tot een achteruitgang van het publieke domein.”

Het is natuurlijk een statement van jewelste om het publiek van de architectuurbiënnale te confronteren met een ogenschijnlijk leeg Rietveldpaviljoen. Maar achter die leegte gaat een pakkende tentoonstelling schuil, verzorgd door het bureau Rietveld Landscape.

De broers Ronald (landschapsarchitect) en Erik (filosoof/econoom) Rietveld – geen nazaten van Gerrit Rietveld – hebben op 3,5 meter hoogte een transparante ’vloer’ gebouwd van dunne staaldraden, te bereiken via een verborgen trap achterin het paviljoen. Op die vloer bevindt zich een installatie van 4000 gebouwen van blauw piepschuim.

Het zijn schaalmodellen van bestaande gebouwen in Nederland die leeg staan. Kantoren, waarvan momenteel zo’n 8 miljoen vierkante meter niet wordt gebruikt, zijn grotendeels buiten beschouwing gelaten. Erik en Ronald Rietveld hebben zich gericht op ’inspirerende overheids- en publieke gebouwen’, variërend van kerken, kloosters en ziekenhuizen tot boerderijen, watertorens, fabrieken, vliegtuighangars, scholen en vuurtorens.

In totaal telt Nederland zo’n 10.000 bijzondere openbare gebouwen die leeg staan in afwachting van een nieuwe bestemming. En dat worden er alleen maar meer.

’Vacant NL’ heet de presentatie van Rietveld Landscape, een bureau dat zich richt op het zoeken van architectonische antwoorden op maatschappelijke vraagstukken als de verstedelijking, overstromingen, duurzaamheid en infrastructuur. Onderdeel van de installatie is een atlas, ontworpen door Joost Grootens, met een omschrijving van vele leegstaande panden en hun gebruiksmogelijkheden. Want wat moet je ermee?

Rietveld Landscape ziet in al die lege gebouwen een uitgelezen kans om de Nederlandse economie een oppepper te geven. Want waarom zou je al die tijdelijk vrije ruimte niet inzetten voor de ambitie van de overheid om Nederland in de mondiale top vijf van kenniseconomieën te brengen.

Ronald Rietveld: „Als je creatief ondernemerschap en innovatie wilt bevorderen, zijn inspirerende en betaalbare werkruimtes een belangrijke voorwaarde. Plekken waar jonge ondernemers uit de creatieve industrie, technologie en wetenschap hun kennis en netwerken met elkaar kunnen delen. Uit dergelijke kruisbestuivingen ontstaan vaak de mooiste dingen.”

Een goed voorbeeld dat een bijzonder gebouw inspirerend kan werken, vindt het duo Post CS, het voormalige postkantoor naast Amsterdam Centraal. In afwachting van de renovatie werd het gebouw een aantal jaren gebruikt door tal van veelal jonge ondernemers. Ook het Stedelijk Museum bivakkeerde er tijdelijk en er was een populair restaurant.

Toen de renovatie begon, bleek er zoveel moois te zijn opgebloeid, dat een aantal bedrijven weer bij elkaar is gaan zitten in onder meer het voormalige Trouw-gebouw aan de Amsterdamse Wibautstraat. Ronald Rietveld: „Je stimuleert zo niet alleen de bedrijvigheid en innovatie, je voorkomt er ook mee dat er kale, rotte plekken in de stad ontstaan.”

Zijn broer vult aan: „Leegstand is erg duur. Het ongebruikt laten van Radio Kootwijk kostte 200.000 euro per jaar. Dat geld kun je ook op een andere manier inzetten.” Daar komt bij dat betaalbare werkruimte bittere noodzaak is, nu veel jonge mensen na hun studie niet aan de slag komen.

Zo zit inmiddels de helft van alle architecten in Nederland zonder werk, waardoor hun kennis verloren dreigt te gaan. Veel jonge ondernemers werken noodgedwongen vanuit huis, maar missen daardoor een inspirerende omgeving en contacten met andere starters.

De broers spreken uit eigen ervaring. Aan hun innovatieve en met de Prix de Rome architectuurprijs bekroonde ontwerp voor een nieuw duinlandschap bij IJmuiden, waarbij gebruik wordt gemaakt van de restwarmte van de Hoogovens voor een winterbadplaats, werkten mensen uit diverse wetenschapsgebieden mee.

Met hun pleidooi willen ze ook voorzien in een lacune, vertellen ze. Er mag dan een breed gedragen ambitie zijn om van Nederland een kennisland te maken, met als sleutelgebieden water, chemie, voedsel en bloemen, hightech en de creatieve industrie (architectuur, design). Er is nog met geen woord gerept over de ruimtelijke condities, terwijl dat zo’n belangrijke factor is.

Het duo zou het liefst zien dat alle Nederlanders meedenken over de mogelijkheden van tijdelijk leegstaande gebouwen binnen de sleutelgebieden. „Een groots opgezette nationale oproep om inspirerende gebouwen te koppelen aan talentvolle initiatiefnemers zouden we van harte toejuichen. Cruciaal is het benutten van de bezieling, kennis en kunde van locale mensen voor de nationale doelstelling.”

Maar stikt het in Nederland al niet van de broedplaatsen voor jonge startende creatievelingen? Die hebben een heel andere opzet, benadrukken ze. Wanneer je start vanuit zo’n nationale ambitie selecteer je anders. Het gaat om het vinden van mensen die de grenzen van hun vakgebied oprekken.

Naast innovatieve potentie zou de bijdrage aan het publieke domein een selectiecriterium moeten zijn. De bestaande broedplaatsen zijn vooral bedoeld voor mensen met een kunstopleiding, niet voor jonge ondernemers en onderzoekers. Ook gelden daar vaak allerlei regels en dat werkt volgens de Rietvelds niet. Ronald Rietveld: „Wij pleiten voor regelvrije zones.”

Lees verder na de advertentie
De Nederlandse bijdrage aan de architectuurbiënnale: 4000 schaalmodellen van bestaande, leegstaande gebouwen. (ROB 'T HART )

Deel dit artikel