Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Niets is meer hetzelfde bij de voetbalvrouwen, behalve de eerste tegenstander op het WK

Home

Fred Buddenberg

De speelsters van het Nederlands elftal krijgen een rondleiding door Stade Océane, waar ze dinsdag hun eerste wedstrijd tegen Nieuw-Zeeland spelen. © ANP

Van een anoniem gezelschap bij het vorige WK is Oranje veranderd in een sterrenploeg die gevolgd wordt door fans en media. Dinsdag is Nieuw-Zeeland de eerste tegenstander.

Met Nederland tegen Nieuw-Zeeland krijgt het WK voor vrouwen dinsdagmiddag in Le Havre een herhaling van de eerste groepswedstrijd op de mondiale titelstrijd van 2015 in Canada. Met die speling van het lot houden alle vergelijkingen met vier jaar geleden wel op. De Nederlandse voetbalsters vormden destijds een anoniem gezelschap op het WK in Canada. Geen hoge verwachtingen, weinig Oranje-fans in de stadions en – mede ook door het grote tijdsverschil – een bescheiden aandacht van de media. Hoe anders is dat nu, anno 2019.

Lees verder na de advertentie

Even terug naar 2015. Twee dagen voor de wedstrijd tegen Nieuw-Zeeland belegde de Nederlandse ploeg een persbijeenkomst. In een Italiaans restaurant in een buitenwijk van Edmonton kreeg het handjevol Nederlandse journalisten tijdens de lunch een plek toegewezen aan tafels met speelsters en leden van de technische staf. Een tafelschikking om nader met elkaar kennis te maken. Voor iedereen was het nieuw en onbekend, zo’n WK.

Na de gezamelijke maaltijd was er voldoende tijd om speelsters apart te interviewen. Lieke Martens bijvoorbeeld, een schuchtere jonge vrouw nog, die enthousiast vertelde over de dromen die ze had. Zoals meedoen aan het WK, een droom die was uitgekomen. Twee dagen later werd Martens door haar winnende treffer in het Commonwealth Stadium in Edmonton tegen Nieuw-Zeeland (1-0) de eerste Nederlandse doelpuntenmaker op een WK.

De speelsters zijn nu bijna allemaal sterren, in de armen gesloten door het grote publiek en de commercie en gedragen door de media

Inmiddels is de wereld van Martens en de Oranje-vrouwen op zijn kop gezet. Door de Europese titel in 2017 in eigen land zijn de meeste speelsters bekende Nederlanders en onmisbare schakels in de nationale ploeg geworden. Toch nog even terug naar 2015. Jacky Groenen, de huidige architect op het middenveld, had destijds niet eens de status van international. Shanice van de Sanden, de onberekenbare wervelwind aan de rechterkant, speelde in de vier WK-wedstrijden welgeteld negen minuten, als invalster tegen Nieuw-Zeeland.

Nu zijn het bijna allemaal sterren, in de armen gesloten door het grote publiek en de commercie en gedragen door de media. Wie in de aanloop naar het WK tijdens een van de persmomenten in Zeist een gesprek met iemand aanvroeg kreeg vaak te horen dat de speelster ‘overbooked’ was. In Frankrijk wordt de ploeg gevolgd door 25 journalisten, 15 fotografen, een NOS-crew van zo’n 25 mensen, 6 andere Nederlandse cameraploegen, een driemans delegatie van Fifa-tv en de vaste fotograaf, cameraman en verslaggever van de KNVB.

Herkansing

De aandacht van de internationale media voor de regerend Europees kampioen is nog beperkt. Op zondagochtend was er een zogenoemde mixed-zone voor de buitenlandse pers. Er meldde zich alleen een verslaggever van de Franse sportkrant L’Equipe, die echter niet wist dat de bijeenkomst een half uur was vervroegd. Maandag kreeg hij op de persconferentie een herkansing en vroeg hij aan bondscoach Sarina Wiegman hoe zij Van de Sanden zou willen omschrijven.

De speelsters mochten maandag voor het eerst het Stade Océane in Le Havre van de binnenkant bekijken. Om de velden te sparen, zo had Wiegman begrepen, mocht er voorafgaande aan de wedstrijden niet in de stadions worden getraind. De afgelopen dagen vonden de – grotendeels besloten – trainingen van Nederland plaats in het kleine Stade Jules Ladoumègue, genoemd naar de Franse atleet die in 1928 in Amsterdam olympisch zilver won op de 1500 meter.

Hoge verwachtingen

Gesteund door een grote schare fans – het Stade Océane zal dinsdagmiddag met 5000 supporters oranje gekleurd zijn – begint Nederland aan het tweede WK ooit. Met hogere verwachtingen dan in 2015, opgestuwd uiteraard door die Europese titel. Speelsters en de bondscoach houden zich op de vlakte als het gaat om voorspellingen. Het beter doen dan vier jaar geleden is het meest gegeven antwoord op de vaak gestelde vraag: kan Nederland wereldkampioen worden? In Canada verloor Nederland in de achtste finales van de latere finalist Japan.

Na een wisselvallige WK-kwalificatie deed Nederland vertrouwen op in het met 3-0 gewonnen duel met Australië, als nummer zes van de wereld twee plaatsen hoger geklasseerd dan de formatie van Wiegman. De bondscoach was realist genoeg om te erkennen dat Nederland het in fases bijzonder lastig had met de kwartfinalist op de laatste drie WK’s. En hoe sterk is Australië echt? In Valenciennes verloor de als outsider getipte ploeg zondag de eerste WK-wedstrijd met 1-2 van debutant Italië.

Met Nieuw-Zeeland komt Nederland dus een oude bekende tegen. Een ploeg die stamgast is op het WK, maar op het hoogste platform nog nooit een wedstrijd won. Omdat een keer de eerste keer moet zijn is de nieuwe bondscoach, de Schot Tom Sermanni, ervan overtuigd dat er in Frankrijk een einde komt aan die blamerende statistiek. En waarom niet direct in de eerste wedstrijd? Aanvoerder Ali Riley erkende maandag dat Nieuw-Zeeland wellicht niet het beste team op het WK is, maar dat het gestelde doel, het bereiken van de volgende ronde, zeker realistisch is.

Lees ook:

Plotseling zijn de voetbalvrouwen geld waard

Als een van de eerste makelaars in het vrouwenvoetbal voerde Leoni Blokhuis de onderhandelingen thuis aan de keukentafel. Nu heeft de Oldenzaalse een kantoor in Enschede en zitten er tien Nederlandse internationals in haar portefeuille.

Oranje-leeuwinnen? We noemen de voetballende mannen toch ook geen leeuwen?

Zoals Henk Hoijtink Ajax-spelers nooit, nóóit, godenzonen heeft genoemd, zo noemt collega Fred Buddenberg de Oranje-voetbalvrouwen geen leeuwinnen. We noemen de mannen toch ook geen leeuwen, zegt hij.

Deel dit artikel

De speelsters zijn nu bijna allemaal sterren, in de armen gesloten door het grote publiek en de commercie en gedragen door de media