Niets doen in Syrië is ook optie

home

Stephan de Vries, wetenschappelijk medewerker bij de Teldersstichting en wetenschappelijk bureau van de VVD

Zoeken naar sporen van een door Syrië neergehaald Turks toestel. © EPA
Opinie

Militair ingrijpen is vaak ingegeven door machteloosheid en frustratie. Het is de vraag of de Syrische bevolking er veel mee zou opschieten.

De 'Arabische Lente' duurt nu ruim anderhalf jaar voort en is met de recente ontwikkelingen in Syrië aanbeland bij een van de bloedigste episodes tot nu toe. Vooral op het bloedbad van vrijdag 25 mei in de stad Houla is internationaal met weerzin gereageerd. Samen met het aanhoudende geweld zou Houla volgens analisten wel eens het keerpunt van de Syrische opstand kunnen blijken. Na Libië wordt Syrië daarmee mogelijk het tweede geval van militair ingrijpen binnen het kader van de Arabische Lente.

Samen met anderen heeft zowel de Franse president Hollande als de voorzitter van de Amerikaanse Joint Chiefs of Staff, generaal Martin Dempsey, nadrukkelijk aangegeven militair ingrijpen in Syrië onder bepaalde voorwaarden niet uit te sluiten. De geesten lijken met dergelijke uitlatingen langzaamaan rijp gemaakt te worden voor een militaire operatie. De redenen die een dergelijke keuze moeten rechtvaardigen, zijn vaak dezelfde: aan de 'misdaden tegen de menselijkheid' moet een eind worden gemaakt. De situatie lijkt uit te monden in een burgeroorlog met in potentie een enorme toename van het aantal onschuldige slachtoffers. De vergelijking met Bosnië in de jaren negentig wordt van stal gehaald en het wordt plotseling schandalig om aan de zijlijn te blijven staan 'kijken'. Militair ingrijpen verandert al snel in de optie die, hoewel toegegeven niet perfect, de enige overgebleven acceptabele is.

Deels vloeit dit voort uit de twee dominante stromingen in de wereldpolitiek. Liberale interventionisten staan een actief buitenlands beleid voor. Aan de andere kant van het spectrum staan de neoconservatieven die vaak ook voorstander zijn van het binnenvallen van landen.

Door gebruik te maken van het argument dat niets doen passief, schandelijk, of uiteindelijk zelfs onverantwoord is, kan militair interveniëren - onder invloed van de genoemde stromingen - uiteindelijk zelfs verklaard worden tot de enige reële keuze die overblijft. Er dreigt zo altijd een situatie te ontstaan waarbinnen niets doen afvalt als geloofwaardige optie. En daar zit hem de crux. De keuze om niet te kiezen voor militaire acties wordt door voorstanders veelal te snel afgedaan als het ontlopen van verantwoordelijkheden. Tegenstanders van een militaire interventie zouden verantwoordelijkheid dragen voor de uit de hand lopende situatie in land X door het aannemen van een 'passieve houding'.

Aan dat beeld schort het nodige. Ten eerste de aanname dat militaire interventie daadwerkelijk de optie is die in veel gevallen tot het beste resultaat zal leiden. Er lijkt namelijk niet zelden vooral militair gehandeld te worden uit machteloosheid en frustratie en niet omdat het daadwerkelijk de beste optie is om het doel dat men ermee voor ogen heeft te bereiken. Gaat militair ingrijpen in Syrië echt bijdragen aan het verbeteren van de humanitaire situatie aldaar? Is het daadwerkelijk onze beste kans om geopolitieke belangen veilig te stellen?

Uiteraard zal niet ingrijpen de situatie er voorlopig ook niet op doen vooruitgaan. Het conflict zal zich in dat geval waarschijnlijk bloedig voortslepen. Dat leidt echter nog niet automatisch tot de conclusie dat militaire interventie wel tot een (moreel) bevredigende situatie zal leiden. Het komt altijd neer op een strategische gok, maar die onzekerheid hoeft niet per definitie te leiden tot een keuze vóór militaire interventie. Zelfs niet in de meest extreme gevallen.

Ten tweede is het zo dat het vermeende 'niets doen' zelden daadwerkelijk zo passief is als voorstanders van militaire actie doen voorkomen. In werkelijkheid betreft het bijna nooit een keuze tussen alles of niets. 'Niets doen' kan een bewuste beleidskeuze zijn die vele mogelijke gradaties kent en in de realiteit vaak gestalte krijgt in de vorm van diplomatie, openlijke veroordelingen, VN-resoluties, sancties en een scala aan overige maatregelen. Maatregelen die wellicht snel afgedaan kunnen worden als nietszeggend en ineffectief. Maatregelen ook die niet direct hoeven te leiden tot een afname van geweld of tot een daling van het aantal dodelijke slachtoffers, maar die tegelijkertijd wel degelijk tot betere (of minder verwerpelijke) resultaten kunnen leiden dan de inzet van militaire middelen.

Al met al wordt het zogenaamde niets doen in veel gevallen te snel afgeschreven als reële optie. Militair ingrijpen kan de voorkeur genieten boven andere opties, maar die alternatieven verdienen in bepaalde gevallen langer en serieuzer de status van best voorhanden zijnde keuze. De voorkeur voor dergelijke alternatieven dient in geen geval zomaar weggezet te worden als 'onverantwoordelijk' of 'immoreel' beleid. In bepaalde gevallen, zeker in tijden van economische crisis waarbij middelen voor dergelijke 'avonturen' schaars zijn, kan wel degelijk het adagium gelden: 'Don't just do something, stand there!'

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie