Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Niet mens, maar sabbat is de kroon van de schepping

Home

Jean-Jacques Suurmond

Ik loop achter de met nutteloze sjerpen getooide leden van het studentencorps en hun vaandel aan de zaal binnen. De studenten zingen staande het corpslied in doelloos Latijn, geschreven door Klaas Schilder, de aanstichter van een overbodige kerkscheuring. Wat ik hier aantref is spiritualiteit van een hoog niveau.

Dat leert het scheppingsverhaal. Daarin schept God de wereld in een werkweek. Tussen haakjes: dat is geen wetenschappelijke maar een religieuze waarheid. In de eerste gaat het om kennis, in de tweede om wijsheid. Die twee moeten niet met elkaar verward worden. Wie de Bijbel leest als een wetenschappelijke verhandeling is even raar bezig als iemand die vroom wiskundige formules prevelt.

Tegen het einde van Gods werkweek, vertel ik de studenten, wordt op de zesde scheppingsdag de mens geschapen. Vooral sinds de Renaissance en opkomst van het humanisme wordt de mens daarom als kroon van de schepping gezien, met als resultaat kistkalveren, vervuilde zeeën, gekapte regenwouden en een opgewarmd klimaat. Om dat voor elkaar te krijgen was heel wat wetenschap en technologie nodig, maar of het wijs is? Een paar studenten kijken me schuldig aan. Misschien weegt de kiloknaller zwaar op hun maag.

De scheppingsweek, zo ga ik voort, eindigt echter niet met de mens op de zesde dag, maar met de sabbat op de zevende. Dat is de dag waarop God niks niemendal doet. Daar geniet hij zo van dat hij deze dag heilig noemt. Dat betekent: apart gezet van de andere dagen. Niet de mens, maar de sabbat is de kroon van de schepping. Rabbijn Abraham Joshua Heschel schrijft dat wat de sabbat aan de mens schenkt ’iets echts is, bijna waarneembaar, een licht dat als het ware van binnenuit schijnt.’ Joodse legenden vertellen over een rabbijn bij wie op de sabbat een roos op zijn wang bloeide.

In de sabbat wordt de bedoeling van de schepping zichtbaar. Het gaat uiteindelijk niet om zwoegen maar spelen, niet werken maar genade. In tegenstelling tot het nuttigheidsdenken van Judas die als een zuinige kerkrentmeester bovenop de kas bleef zitten, verwelkomt rabbi Jezus de kwistige, kostbare zalving door een vrouw in Bethanië. Zelfs zegt hij dat, waar het evangelie in de toekomst verkondigd wordt, ook van haar daad zal worden gesproken. Het evangelie druipt van luxe, van overbodigheid. Haar zalving is een levende illustratie van de respons die Jezus bij zijn leerlingen wil oproepen. Giet jezelf toch uit als balsem over de wereld – het is God zelf die zich in jou uitdeelt, zonder waartoe of waarom.

Atheïsten zeggen dat God overbodig is en daarin hebben ze groot gelijk. God is niet nuttig, maar doel in zichzelf. Zodra hij een praktisch middel tot een doel wordt is hij God niet meer en raakt de wijsheid ribbedebie. Dan krijg je kinderen die uit angst voor het alziend oog braaf gehoorzamen totdat ze opgelucht zowel de deur van het ouderlijk huis als van het ouderlijk geloof achter zich sluiten; of paters die verplicht celibatair zijn en leerlingen misbruiken; of politici die met een beroep op de joods-christelijke traditie immigranten over de grens willen zetten; of fundamentalisten die ’in naam van God’ vliegtuigen neerhalen.

Het leven is echter aangelegd op de nutteloze sabbat (christenen zeggen: de zondag). De studenten die overbodige sjerpen dragen en zingen in een taal die niemand spreekt, hebben dat goed begrepen. Die wijsheid wringt in onze maatschappij die behekst is door nut en efficiency. Mensen die niet scoren en presteren, zoals hoogbejaarden en gehandicapten, zijn profetische symbolen geworden. Net als een stille zondagmiddag, roepen ze bij ons een ongemakkelijk gevoel op. Ze herinneren ons eraan hoe vervreemd we zijn van onze bestemming. We weten ons geen raad met nutteloosheid, met de ruimte van genade. Winkelcentra als het Alexandrium in Rotterdam moeten op zondag geopend zijn zodat we bezig kunnen blijven. Ontroerend is dat mensen dan meestal volstrekt nutteloze dingen kopen. De sabbat laat zich ook op koopzondag niet verloochenen.

Na mijn lezing vertelt een student dat hij al acht jaar af en aan theologie studeert en nog lang niet klaar is. Ik zeg dat hij niet ver is van het koninkrijk Gods. Een andere student beschrijft zijn deelname aan een kunstproject. Weer een ander geeft me het lustrumboekje van de studentenvereniging. Dat bevat een schat aan wijsheid. Op de vraag wat je met een theologiestudie zoal kunt doen, is het antwoord: ’We hebben de afgelopen jaren veel postbodes afgeleverd.’ En dan dit citaat: ’Ik heb geen tijd voor afgoden, ik luister 20 uur per dag naar muziek.’ En als klapper: ’Archeologie is van belang voor zover er niets gevonden wordt.’

Ik ga naar huis met een blij gevoel. Er is nog hoop voor Nederland.

Deel dit artikel