Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Niet meer dan passief in water zwevend plankton

Home

Weinig dieren hebben zo'n slechte pr als de kwal. Dat begint al met het uitspreken van het woord. Doe het maar eens: zeg hardop 'kwal' en meteen hoor en voel je een zekere onpasselijkheid in je opkomen. Het woord lijkt een hybride tussen kwak en kwijl, beide ook wat onfris. De vraag is hoe dat komt, want kwallen zijn ongelooflijk mooie dieren, gracieus en statig en vaak ook fraai gekleurd.

Hun negatieve imago moet voortkomen uit de twee bekendste eigenschappen, de glibberigheid en het bezit van netelcellen. Kwallen kunnen gemeen steken en daarbij pijnlijke, branderige of jeukende plekken achterlaten op de huid. In extreme gevallen is een kwallenbeet zelfs dodelijk - het verschilt allemaal enorm per soort. De in de Noordzee veelvuldig voorkomende kompaskwal (een prachtig dier!) heeft wat dit betreft een slechte reputatie hoog te houden. Ze kunnen de argeloze badgast het leven flink zuur maken. Zelf herinner ik me dat ik als kind te Sint Maartenszee per ongeluk op een vers aangespoelde kompaskwal ben gestapt en dat dat een zeer onaangename ervaring was. U snapt: ook voor mij is de kwal sindsdien een beetje verdacht, een dier om met een boogje omheen te lopen. En te zwemmen, hoewel je ze zwemmend meestal pas ziet als het al te laat is.

Qua bouw zijn het gelatineuze, dubbelwandige zakken die een holte omsluiten. Aan de onderkant van het zakkige lijf zit een opening die tegelijkertijd mond en anus is - ook al zoiets. Kwallen hebben bovendien nauwelijks organen, ze hebben geen hart, geen bloedvaten en geen hersenen en ook geen botten, schelp of hoornpantser. Er zitten geen ogen in en geen oren aan en met hun rudimentaire spieren en zenuwen kunnen ze maar weinig doen. Een kwal, die als een uitgeklapte paraplu loom in het water zweeft, kan zijn lijf een beetje samentrekken en ontspannen en zo wat bewegen, maar tegen een beetje stroming komt-ie al niet op. Het dier is daarmee feitelijk plankton, weliswaar soms heel groot, maar toch niet meer dan passief in het water zwevend plankton.

Soms wordt geroepen dat er een kwallenplaag is en dat het de laatste jaren daarmee steeds erger wordt. Dat blijkt gelukkig niet zo te zijn. Een onlangs gepubliceerd onderzoek heeft gegevens over de laatste twee eeuwen op een rij gezet en daaruit bleek dat er weliswaar fluctuaties zijn, maar dat er geen statistisch significante aanwijzingen zijn voor een opmars van kwallen. Wat we wel zien is dat er hier een daar ineens een plotselinge bloei optreedt. Er komen dan enge foto's in de krant, van Japanse vissers die wanhopig proberen een drijvende massa van honderden reuzenkwallen ter grootte van goed gevulde vuiniszakken met een hijskraantje weg te scheppen. Of van een stuk strand langs de Middellandse Zee dat ineens vergeven is van de steekkwallen, waardoor de toeristen het volgende jaar wegblijven. Zoiets helpt ook niet om kwallen van hun negatieve imago af te helpen en dus blijven deze dieren in een kwalijk daglicht staan. Maar mooi zijn ze wel.

Jelle Beumer
Jelle Reumer is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Op de foto staan 'Pacific sea nettle jellyfish', netelkwallen die leven in de Stille Oceaan. Ze komen uit hetzelfde geslacht als 'onze' kompaskwal (Chrysaora). Het beeld is gemaakt door Greg MacGillivray voor 'Living Sea'. Deze docu draait tot 25 juni in Omniversum Den Haag.

Deel dit artikel