Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Niet liefde regeert, maar woede

Home

Antoine Verbij

Anders dan we vaak denken, is niet liefde (’eros’) de motor van de geschiedenis, maar ’thymos’: woede en trots, eer en vergelding. Dat schrijft de filosoof Peter Sloterdijk in zijn nieuwste boek. In de Arabische wereld komt die woede zichtbaar tot uitbarsting. Maar hoe gaan wij in het Westen met woede om? Christendom, communisme en fascisme – ónze ’wereldwoedebanken’ – zijn immers ’failliet’. Een intrigerende gedachte, vindt Antoine Verbij. Maar écht overtuigen doet Sloterdijk niet.

Peter Sloterdijk: Woede en tijd: Een politiek-psychologisch essay. [Zorn und Zeit] Uit het Duits vertaald door Hans Driessen. Sun, Amsterdam. ISBN 9789085064169; 320 blz. euro 19,90

Het grootste gevaar voor de naaste toekomst is de bevolkingsexplosie in de Arabische landen, meent de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. In de Arabische wereld ontstaat een gigantisch overschot aan woedende jongemannen. Sloterdijk voorziet dat een aantal van hen hun overschietende energie in terrorisme tegen het buitenland zal ontladen, maar de meeste energie zullen ze verbruiken in vernietigende burgeroorlogen.

Sloterdijk schreef dat een jaar geleden, ruim voordat de Palestijnse broederstrijd tussen Hamas en Fatah zijn stelling nog eens op pijnlijke wijze bewees. Maar de bloedige conflicten tussen soennieten en sjiieten in Irak en andere Arabische landen leverden al genoeg bevestiging. Het gaat volgens Sloterdijk om een gigantisch aantal jongemannen dat ’zwanger gaat van genocide’. Alleen als de geboortecijfers dalen, zal het gevaar dat van de Arabische wereld uitgaat, afnemen.

Sloterdijk schreef dat in het maandblad Cicero. Hij bracht er de gemoederen in Duitsland flink mee in beroering. Niet voor het eerst. Sloterdijk heeft de gewoonte zijn filosofische onderzoekingen af te sluiten met boude stellingen. Ooit joeg hij zijn lezers schrik aan met de stelling dat in de toekomst ingrepen in de menselijke genen gemeengoed zullen worden. En onlangs nog voorspelde hij dat de overgang van fossiele brandstof naar zonne-energie de wereld op zijn kop zal zetten.

Zijn artikel over het ’woedepotentieel’ van Arabische jongemannen was gebaseerd op het slot van zijn jongste werk ’Woede en tijd’. Dat boek is na zijn grote driedelige hoofdwerk ’Sferen’ een van zijn kleinere studies. Het is, net als het vorig jaar vertaalde ’Het kristalpaleis’, een typisch Sloterdijkiaanse onderneming.

Aan het begin staat een inval, een idee in de dop, waarvan de auteur vermoedt dat het nieuw licht op de wereld kan werpen. Hij confronteert het idee met bestaande opvattingen, zoekt in de geschiedenis naar patronen die aan het idee beantwoorden en kijkt of hij bij verwante auteurs steun voor het idee kan vinden. Als die tests positief uitvallen, hult hij het idee in zijn prachtige, krachtige taal en zendt hij het in drukvorm de wereld in.

Het idee voor ’Woede en tijd’ is simpel. De geschiedenis van de mensheid draait om de omgang met de immer aanwezige voorraad woede. Meer dan door erotische begeerten worden wij volgens Sloterdijk geleid door ’verlangen naar wraak en vergelding, door trots en geldingsdrang, door behoefte aan gerechtigheid en gevoel voor waardigheid en eer’. Iets deftiger uitgedrukt: niet ’eros’ maar ’thymos’ beheerst ons bestaan.

In grote pennestreken beschrijft Sloterdijk de verschillende gedaanten die de woedehuishouding in de geschiedenis heeft aangenomen. In de klassieke oudheid manifesteerde de woede zich nog in min of meer pure vorm. Het christendom was de eerste poging de woede van de mensen in te zamelen en voor later gebruik op te sparen, met de belofte dat de investering zal lonen.

’Huishouding’, ’sparen’, ’investeren’ – Sloterdijk doorspekt zijn betoog met economische metaforen. De God van het vroege christendom noemt hij ’het depot van menselijk woedespaargeld’ en ’de beheerder van aardse ressentimenttegoeden’. Die metaforen uit de financiële wereld verlenen Sloterdijks betoog een verleidelijke systematiek. Tegelijk suggereren ze meer exactheid en precisie dan ze bieden. Geld kun je immers tellen, maar woede...?

Dat bezwaar blijft als Sloterdijk het tweede grote ’thymotische fenomeen’ van de geschiedenis bespreekt: de ’communistisische wereldwoedebank’. Keert het christendom de opbrengst van de geïnvesteerde woede pas aan het einde der tijden uit, in ’het jongste gericht’, de communisten beloven rendementen in het hier en nu. Jammer alleen dat ’woedebankier’ Lenin te vroeg begon met uitbetalen. Al meteen na de Oktoberrevolutie van 1917 riep hij de arbeiders op hun woede te koelen op de sociaal-democraten.

Vanuit Sloterdijks thymotische perspectief biedt de geschiedenis van het communisme een ontluisterende aanblik. Lenins bloeddorstige parolen uit de herfst van 1917 ziet Sloterdijk zelfs als de ’eerste authentiek fascistische initiatieven van de twintigste eeuw’. Wanneer het om de ’woede-exploitatie’ gaat, ziet de auteur geen verschil tussen communisme en fascisme. Sterker nog: ’tegenover één moord uit naam van het ras, staan twee á drie moorden uit naam van de klasse’.

Sloterdijk maakt van de gelegenheid gebruik om af te rekenen met de naoorlogse sympathisanten van het communisme. Vooral de aanhangers van Mao Zedong, die ’nationalistisch gezinde krijgsheer met links-fascistische principes en keizerlijke ambities’, moeten het ontgelden. Het is volgens de auteur de hoogste tijd om de hulptroepen van Stalin en Mao aan eenzelfde kritische analyse te onderwerpen als ’Hitlers willige beulen’.

Inmiddels zijn de christelijke en communistische ’wereldwoedebanken’ failliet. Er zijn geen wereldomspannende projecten meer waarin de mensen hun verlangen naar wraak en vergelding nuttig kunnen investeren. De ongerichte agressie waarmee jongeren in de voorsteden van Parijs rebelleren, ziet Sloterdijk als een bewijs daarvoor.

Ook bewegingen als die tegen de globalisering kunnen potentiële ’woede-investeerders’ geen rendementen in het vooruitzicht stellen. Met ’een slappe slogan dat een andere wereld mogelijk is’ trek je geen ’thymotisch kapitaal’ aan.

Het islamitisch fundamentalisme is volgens Sloterdijk al helemaal geen serieuze kandidaat om de ’wereldwoedebank’ te beheren. Anders dan christendom en communisme is het ’een puur wraakzuchtige ideologie: het kan alleen straffen, het brengt niets tot stand’. Sloterdijk voorziet dat de woedende islamisten nog enkele decennia nodig zullen hebben om uit te razen, decennia waarin ’Israël nog heel wat beproevingen te wachten staan’.

Maar wat moet er dan intussen met onze eigen ’thymotische reserves’ gebeuren? Op de laatste bladzijden van ’Woede en tijd’ wreekt zich de onnauwkeurigheid en willekeur van Sloterdijks metafoor. Ineens is er van banken en transacties, van investeringen en rendementen geen sprake meer. Met een semantische truc geeft hij zijn betoog een onverwachte positieve wending. Hij brengt een onderscheid aan tussen gewenste en ongewenste aspecten van de thymos.

Nu er geen ’wereldwoedebanken’ meer zijn, betoogt Sloterdijk, moeten we ons richten op de humane en vreedzame elementen in onze thymotische voorraden. Geen wraak en vergelding meer, geen ressentiment en verontwaardiging, maar trots, eigenwaarde, geldingsdrang en kracht. De aan erotiek verslaafde westerse cultuur zou laatstgenoemde deugden beter moeten ontwikkelen, de aan geweld verslaafde oosterse cultuur zou wel met wat minder kunnen. Of zoals Sloterdijk het onlangs in een interview in een oneliner samenvatte: ’De westerse cultuur moet thymotiseren, de oosterse erotiseren.’

Deel dit artikel