Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Niet flexibel? Dan ben je onbruikbaar

Home

Emiel Hakkenes

Een voortreffelijk leven komt dichterbij als wij ons oefenen in deugden. Wie de deugd flexibiliteit wil beheersen, moet leren keuzes te maken. „Soms moet ik het mezelf echt voorhouden: nu ben je thuis, we gaan avondeten, uit die telefoon.”

Toen Rienk van Splunder, vicevoorzitter van de vakcentrale CNV, veertig jaar geleden zijn eerste baan in de metaal had, was het volstrekt helder wanneer het werk begon en eindigde. „Vijf minuten voor aanvang van het werk ging de sirene, en vijf minuten later, als je moest beginnen, nog een keer.”

Het beeld staat Van Splunder nog helder voor ogen. „De poort van de fabriek was een soort trechter, waardoor iedereen naar binnen ging. En om vijf uur was het een omgekeerde trechter, dan stroomden bij ons in Brabant de fabrieken van Daf en Philips weer leeg.”

Van Splunder schetst hoe de manier waarop het werk is georganiseerd veranderde. „Gesterkt door economische groei begon in de jaren zestig een ontwikkeling dat bedrijven productiemiddelen aanschaften die te duur waren om maar acht uur op een dag te gebruiken. En in bijvoorbeeld de chemische industrie zag je dat het technisch niet te doen was om bepaalde productieprocessen te onderbreken, daar moest volcontinue doorgegaan worden. Toen ontstonden er jaarroosters; je had weliswaar wisselende diensten, maar je wist bijna een jaar van te voren welke dienst je moest draaien op 23 december.”

Directeur Hub Crijns van arbeidspastoraat Disk (‘Dienst in de Industriële Samenleving vanwege de Kerken’) gebruikt de auto-industrie als metafoor. „Tot de jaren tachtig spraken we nog van de Fordificering: autofabrikant Ford haalde alle benodigdheden voor een auto naar één fabriek, en zette de wagens daar in elkaar. Daarna kwam de Toyotisering: Toyota liet verschillende onderdelen in verschillende fabrieken maken om die tenslotte in een assemblagefabriek samen te voegen.”

Onze arbeid, willen Van Splunder en Crijns maar zeggen, is steeds minder gebonden aan een plaats en tijdstip. Werk wordt tegenwoordig gekenmerkt door een hoge mate van flexibiliteit. „Flexibiliteit is een belangrijk begrip dat onze moderne maatschappij kenmerkt”, zei hoogleraar Visuele Cultuur Anneke Smelik van de Radboud Universiteit Nijmegen vorige week in Trouw. Flexibiliteit is een deugd, vindt Smelik. „Dat onze maatschappij flexibeler is geworden, biedt ons mogelijkheden die vroeger ongekend zouden zijn.”

Dat mag zo zijn, maar arbeidspastor Crijns en vakbondsman Van Splunder kennen de keerzijde. Crijns: „Flexibilisering zorgt voor onzekerheid. Wie geen vaste baan heeft, is onzeker hoe lang hij in dienst kan blijven, hoe lang hij zeker is van inkomsten. In onze samenleving ontstaat een onderkant van werkende armen. Mensen die van twee flexbanen nog nauwelijks rond kunnen komen.”

Van Splunder: „Het risico is dat mensen worden beschouwd als wegwerpproducten. Toen de eerste uitzendbureaus begonnen, vonden we bij de vakbond dat zij probeerden geld te verdienen over de rug van mensen. Maar toen bleek dat de uitzendbureaus niet meer zouden verdwijnen, zijn we ons ervoor gaan inzetten dat uitzendkrachten fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden kregen. Intussen hebben veel tijdelijke krachten dezelfde rechten als mensen in vaste dienst, maar er zijn nog te veel mensen die alleen maar kleine uitzendbaantjes hebben.”

En: wie niet flexibel is, wordt al snel onbruikbaar geacht. „Werk is voor mensen in onze samenleving allesbepalend”, zegt Crijns. „Het verschaft je inkomen en dus toegang tot een hypotheek, een huis. Ik vind dat betaald werk in onze maatschappij overgewaardeerd wordt. Er zijn méér aspecten aan een mens dan zijn baan. Je bent ook vader of moeder, lid van een vereniging, mantelzorger misschien. Dat wordt allemaal lager gewaardeerd dan betaald werk. Wij hebben een samenleving gecreëerd waarbij taken die vroeger betaald werden, nu noodgedwongen vrijwillig gedaan moeten worden. Onze samenleving maakt ons loonafhankelijk.”

Van Splunder: „Bij het CNV vinden wij dat er meer op de aarde is dan ’gij zult werken, werken, werken’. Alles lijkt te moeten uitmonden in betaald werk, maar arbeid is niet de hoeksteen van de samenleving. Daarmee doe je tekort aan vrijwilligerswerk of mantelzorg.”

Ook hoogleraar Smelik onderkent de angsten die een steeds flexibelere maatschappij met zich meebrengt, maar niettemin blijft flexibiliteit volgens haar een deugd. En natuurlijk is een mens méér dan zijn baan, want ook onze identiteit is volgens Smelik flexibel. „Wie een poging doet zichzelf te beschrijven, zal merken dat een identiteit altijd wordt afgezet tegen iets anders: ’Ik ben de dochter van, of de zus of vriendin van*’.”

Volgens de deugdethiek is een deugd altijd het juiste midden tussen twee uitersten. Flexibiliteit, zei Smelik, is het midden tussen verstarring en zweverigheid. Dat mag zo zijn, zegt Rienk van Splunder, maar zijn ervaring uit het vakbondswerk is dat mensen alleen flexibel kunnen zijn als ze óók voldoende zekerheid hebben. „Als een uitzendbaan geen enkel perspectief biedt om ooit verder te komen in een bedrijf, willen mensen er ook niet aan beginnen. Als er geen zicht is op een vorm van zekerheid, worden mensen star. Flexibiliteit en vastigheid lijken elkaar uit te sluiten, maar mensen kunnen nu eenmaal slecht tegen onzekerheid.”

In de christelijke visie is werk een manier voor de mens om zich te ontplooien en tot zijn bestemming te komen. Helpt flexibel werk om dat te bereiken, of is het juist een belemmering? Ook met een flexbaan kan een werknemer zich ontwikkelen, denkt Hub Crijns van Disk. „Maar voor zolang zijn contract duurt. De onzekerheid blijft. Een flexibele arbeidsmarkt versterkt waarden als individualiteit, vrijheid, autonomie en mondigheid. Maar het gaat ten koste van vertrouwen en gebondenheid.”

Daarom hebben de kerken zich een paar jaar geleden uitgesproken tegen de ’24-uurseconomie’. „Er moet ruimte zijn voor rust en relaties”, zegt Crijns. „Dat is nu het eind van het boekje.”

Rienk van Splunder stemt daar van harte mee in. En, zegt hij, als flexibiliteit een deugd is waarin je je kunt oefenen, dan is het op dát punt: keuzes maken. „Het is heus niet alleen dat de werkgever verlangt dat zijn personeel flexibel is. Ook werknemer vraagt om keuzemogelijkheden, om werk en privé op elkaar af te stemmen. Kunnen werken op tijden dat je niet in de file hoeft te staan, of dat je je kind nog van de crèche kunt halen. Er zijn mensen die vinden dat die flexibiliteit heerlijk is. Maar ik merk het zelf ook: de grens tussen werktijd en privétijd vervaagt. Daar moet je mee leren omgaan. Soms moet ik het mezelf echt voorhouden: nu ben je thuis, we gaan avondeten, uit die telefoon.”

Deel dit artikel