Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Niet bang voor de middelbare school

Home

RICUS DULLAERT

Basisscholen en middelbare scholen moeten meer samenwerken. En niet alleen om de zenuwen bij brugklassers weg te nemen. "Als je kijkt hoe een leerling het deed op de basischool, voorkomt dat later problemen."

Chaos en verwarring heersen wanneer de groep 12-jarigen tegen elkaar opbotst in de gang van vmbo-school het Van Kinsbergen College in het Gelderse Elburg. Doel is het natuurkundelokaal. Maar waar dat is? Na enig geduw en getrek is het lokaal gevonden, en heeft de hele klas een witte labjas aangetrokken met bijpassende veiligheidsbril.

Natuurkundelerares Marjolein Zwart zoekt vrijwilligers voor een gevaarlijke proef. De 12-jarige Özcan is niet bang. Met zijn handen schept hij met gas gevulde bellen uit een teil. Een vuurtje erbij en 'rrroar', een flinke vuurbal stijgt op naar het plafond. De klas houdt de adem in. 'Vet', klinkt het.

In alles lijkt het een gewone dag op de middelbare school. Maar schijn bedriegt; de leerlingen in de klas zitten allemaal nog op de basisschool. Deze donderdag in mei is de eerste van vier dagen dat ze meelopen op de middelbare school. "Zodat je alvast weet hoe de middelbare school eruitziet", zegt Özcan. "Dan is de stap niet zo groot", vult Michael (ook 12) aan.

De samenwerking tussen vijf basisscholen uit Elburg en omgeving en het Van Kinsbergen College om de overgang tussen groep 8 en de eerste klas van de middelbare school te versoepelen begon drie jaar geleden. De basisschoolleerlingen gingen een maand lang elke dag naar de middelbare school. Dat bleek wat te veel van het goede; nu gaan ze een keer in de week, vier weken lang.

Zo hopen de scholen de zenuwen bij de aankomende brugklassers weg te werken. "Elk jaar heeft een groep kinderen in de zomervakantie pijn in de buik omdat ze opzien tegen de middelbare school", zegt Han Giesen, directeur van het Van Kinsbergen College.

Uit een enquête onder ouders en leerlingen bleek dat de zomervakantie in de aanloop naar het nieuwe schooljaar rustiger verliep na de kennismaking in mei en juni. "Ze weten dan dat ze niet worden opgegeten", aldus Els Baauw, directeur van basisschool Admiraal van Kinsbergen, die tegenover de vmbo-school ligt.

Maar het gaat er niet alleen om dat die kinderen er ontspannener rondlopen, zegt Giesen. "De vraag is ook of je onderwijsprogramma aansluit. Elke basisschool heeft zijn eigen methodes, sterke en zwakke punten. Al die kinderen gaan wel naar dezelfde school." Dat kan problemen opleveren, merkt Giesen. "We zien een gat in de kennis van taal en rekenen. Uit de instaptoets die we afnemen blijkt dat 80 tot 85 procent van de brugklassers niet genoeg weten op dat gebied. Nu we dat gezien hebben, kunnen we teruggaan naar de basisscholen en bijvoorbeeld zeggen: jullie moeten meer aan spelling doen de komende tijd."

In de tussentijd neemt het Van Kinsbergen College zelf maatregelen om het gat weg te werken. In het eerste jaar staat een uur per week taal en rekenen op het rooster.

Het is een van de redenen dat middelbare scholen meer zouden moeten samenwerken met basisscholen zegt Peter Sleegers, hoogleraar onderwijsmanagement aan de Universiteit Twente. "Middelbare scholen moeten goed kijken naar de leerlingen die binnenkomen. Elk kind moet op de juiste plek. Toch gebeurt dat niet altijd; doordat ouders druk uitoefenen komt een kind net een niveau hoger zitten dan hij eigenlijk aankan. Of leerlingen krijgen het voordeel van de twijfel."

Het gevolg: kinderen komen met te weinig kennis binnen en de middelbare school moet de achterstand wegwerken. Slecht voor de school, want door de lagere scores krijgt die een minnetje van de inspectie. En slecht voor het kind. Want redt die het niet, moet die terug naar een lager niveau. Soms kan dat op dezelfde school, soms moet een andere school gezocht worden. In het ergste geval valt een leerling helemaal uit.

Dat kan gedeeltelijk voorkomen worden, denkt Sleegers, als middelbareschooldocenten beter kijken naar hoe een leerling op de basisschool functioneerde. "En dan niet alleen naar de Citoscore. Maar ook of een kind bijvoorbeeld geen achterstand heeft met begrijpend lezen. Want is dat het geval, dan kun je zien aankomen dat hij het lastig krijgt met vakken als geschiedenis en aardrijkskunde."

Dat geldt des te sterker voor kinderen die extra zorg nodig hebben op school. Sleegers: "Als een middelbare school niet weet of een kind op de basisschool apart zat van de rest, omdat hij te druk is, gaat het in de eerste klas mis." Nu door de plannen van het kabinet meer van die zorgleerlingen naar het reguliere onderwijs gaan, neemt het belang van een goede overdracht alleen maar toe.

Hoewel de verenigingen van basisscholen en middelbare scholen begonnen zijn met een project om de overgang tussen de twee beter te laten verlopen (zie kader), zijn weinig scholen zo ver als in Elburg.

In Zutphen wel. Daar sloegen de openbare basisscholen, het praktijkonderwijs en het Stedelijk Lyceum in 2004 de handen ineen. Evenals in Elburg gaan basisschoolleerlingen op proef naar de middelbare school, in Zutphen worden dat 'minilessen' genoemd.

Dat is wel eens anders geweest. "De basisschool en de middelbare school wisten weinig van elkaar, de drempel was heel groot", zegt Patty van Scherpenzeel, projectleider van de samenwerking tussen de scholen. "Sommige middelbare scholen zeiden zelfs: kinderen kunnen hier met een schone lei beginnen. Het is alsof je een nieuwe huisarts krijgt en geen medisch dossier meeneemt."

Zutphen past daarom ook de suggestie van hoogleraar Sleegers al in de praktijk toe. In juni gaan de leerkracht van groep 8 en de toekomstige mentor van de leerlingen met elkaar om de tafel zitten om te bespreken hoe leerlingen in elkaar zitten, een zogeheten 'warme overdracht'. Van Scherpenzeel: "Over leerlingen die extra zorg nodig hebben, maar ook over de rest. Dat bij een meisje dat het goed doet de thuissituatie prima is, maar dat ze bij een belangrijke toets faalangst krijgt."

Zutphen en Elburg zijn echter uitzonderingen. Sleegers: "In feite blijft het systeem zo dat als het ene kind van school afgaat, het volgende alweer op de stoep staat."

Zelfs in de twee 'voorbeeldsteden' doen niet alle scholen mee. Zowel in Zutphen als in Elburg vindt de samenwerking uitsluitend tussen openbare scholen plaats. De schotten tussen basisschool en middelbare school blijken niet de enige obstakels zijn in het onderwijs.

Giesen: "Of de andere middelbare school hier ook aan mee gaat doen? De eerstkomende jaren niet, vrees ik. Voor hen is de christelijke identiteit erg belangrijk, dan komt zo'n vergaande samenwerking wat lastig van de grond."

Nieuw: een school voor 10 tot 14-jarigen
Hoe kunnen scholen ervoor zorgen dat leerlingen die voor het eerst naar het voortgezet onderwijs gaan niet in een zwart gat terecht komen? Besturen van basis- en middelbare scholen zijn het project 'Effectief schakelen' gestart om antwoord te vinden op die vraag. Het project wedt op twee paarden. Ten eerste werd op 55 scholen vorig jaar de Citotoets later in het jaar afgenomen. Het idee was dat basisscholen zo langer bezig zouden zijn met cognitieve vaardigheden als rekenen en taal, en het gat met de middelbare school kleiner zou worden. Uit een evaluatie bleek dat de Cito-scores niet stegen. Daarnaast wordt gewerkt aan een beter systeem voor informatieoverdracht tussen basis- en voortgezet onderwijs.

Ook bedenken scholen manieren om de samenwerking met het basisonderwijs te verbeteren. Sommige hebben 'kopklassen': een extra jaar basisschool, vooral bedoeld voor talentvolle allochtone leerlingen met taalachterstand. Het verst gaan zogeheten 'tienerscholen', voor kinderen tussen de 10 en 14. Op deze scholen is het onderscheid tussen basis- en middelbare school komen te vervallen.

Deel dit artikel