Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Neerlandse eerste EKO-slak en zijn moeizame gang naar de markt

Home

Kees de Vré

Op het erf staat zijn bestelauto: 'Computerinstallatie en -onderhoud'. Bij de geuren en kleuren van de Wieringermeer passen echter geen bits en videocards. Arthur Kerckhaert leeft in verschillende werelden, en vooral met verschillende snelheden; hij verdeelt zijn tijd tussen uiterst rappe pentium III computers en een slakkenkwekerij onder het dak van het familiebedrijf in het Noord-Hollandse Middenmeer.

Kerckhaert zag aankomen dat hij met het akkerbouwbedrijf van zijn vader niet vooruit zou kunnen. ,,De prijzen zijn te laag en de kosten gaan maar omhoog. Bovendien komen er steeds meer regels waaraan je als boer moet voldoen. Ik ging naar alternatieven zoeken.''

Toen hij van de hogere landbouwschool kwam ging Kerckhaert werken bij een computerfirma die landbouw-software ontwikkelde, voor onder andere weerpalen. Later werd hij een van de eigenaren en weer later een van de twee directeuren van A & M Netwerkpartners. Hij installeert en onderhoudt nu vier dagen per week computernetwerken bij het midden- en kleinbedrijf in heel Noord-Holland. Dat loopt heel goed, zegt hij.

Voordat hij de computers als hoofdtaak had - vader doet het dagelijks werk op de boerderij - kwam Kerckhaert de slak tegen. ,,Als stagiair bij een zaadveredelingsbedrijf hier in de buurt werkte ik met luizen. Ik moest uitzoeken hoe sla resistent tegen de luis gemaakt kon worden. Dat was erg leuk. Kennelijk heb ik iets met kleine beestjes.''

,,Eerst dacht ik nog aan de kweek van wormen voor de visserij, maar een kennis waarschuwde me voor gesjoemel in de afzet. Dus dat werd niets. Ik bleef zoeken naar iets waar niet of nauwelijks overschotten in bestaan. Op een gegeven moment belde ik met mijn vriendin, die in Wageningen werkt. Tijdens dat gesprek kroop er een slak over het raam. Ik vroeg haar onmiddellijk om het woord 'slak' in de computer van de Wageningse universtiteit in te voeren. Daarvan bleek nauwelijks iets bekend.''

,,Ik heb een slakkencursus gevolgd in Helmond en ben eens bij een slakkenkweker in Zeeland gaan kijken. Ik hield slakken op mijn logeerkamer gedurende die periode. Het bleek dat ze zich zeer snel vermeerderen. Ik dacht: dat is het.''

Thuis stond een schuur leeg. Kerckhaert maakte die met een kleine verbouwing klaar voor de kweek van eetbare slakken. In het eerste jaar besteedde Kerckhaert twee uur per dag aan de slakkenkweek, maar met de verkoop van 150 slakken per week kon het niet uit. ,,De afzet is een probleem. Bij een sigarenfabriekje in de buurt liet ik houten kistjes maken. Daarin stopte ik veertig slakken en ging de restaurants in de buurt af. Er was wel belangstelling, maar het klaarmaken van slakken voor de consumptie is een hele klus. Eerst worden ze tien minuten gekookt en vervolgens nog eens twee uur lang tegen de kook aan worden gehouden, zoals een bouillon. Dat is zeer bewerkelijk. En als restaurants drie porties per week verkopen is dat niet voldoende. De rest bederft snel.''

Kerckhaert nam contact op met de andere slakkenkwekers in Nederland. ,,Dat waren er toen vijf, en nu twaalf. Allemaal met dezelfde problemen. We hebben een coöperatie gevormd om de afzet van onze slakken te verbeteren. We vonden een bedrijf in België dat onze slakken afnam, kookte en in potjes stopte. Die potjes vinden vooral aftrek in restaurants in België, Frankrijk en een beetje in Nederland.'' De kok hoeft de inhoud van zo'n potje alleen maar even op te warmen. ,,De huizen waarin de slakken worden geserveerd zijn meestal van grote Turkse slakken. Na het eten worden die weer in de afwasmachine gereinigd en later opnieuw gebruikt.''

Ondanks de bundeling van krachten blijft de afzet een probleem. De Nederlander wil er gewoon niet aan. Kerckhaert denkt voortdurend na hoe slakken aantrekkelijker te presenteren. Bijvoorbeeld door ze op schaaltjes te verpakken met een bijgeleverd sausje. Contacten met supermarktketens leken hoopvol, maar die willen een constante en zekere afzet. ,,Onze coöperatie kan 2000 tot 3000 kilo per jaar bieden. Dat is niet echt interessant''. Kerckhaert is er nog steeds niet achter of de Nederlander ze niet eet omdat ze niet op het schap van de supermarkt staan of omdat ze juist wel op de plank staan en daar in hun glazen potje huiverig bekeken worden. Nederlanders aten vorig jaar 0.3 slak per hoofd van de bevolking, de Fransen aten 18 slakken per hoofd.

Ook concurrentie uit goedkoop leverende landen in Azië speelt Kerckhaert en zijn Nederlandse collega's parten. ,,Aziatische slakken zijn wel goedkoop, maar niet best van kwaliteit. Ze worden daar in het wild gevangen. Het zijn heel jonge en heel oude slakken door elkaar, de op dezelfde manier worden verwerkt. Dat geeft grote smaakverschillen. Bovendien loop je het risico bij natuurlijke slakken dat je grond eet, omdat de slak dat met zijn voedsel meekrijgt. De door ons geraapte slakken laten we eerst vasten zodat ze na een tijdje helemaal schoon zijn. Daarna brengen we ze in een soort rusthouding die ze geschikt maakt voor consumptie. Ze zijn allemaal even oud, goed verwerkt en hebben dezelfde constante goede smaak.''

Lopend door zijn slakkenschuur tilt Kerckhaert hier en daar de deksel op van een van de platte kisten van zo'n 80 bij 50 bij 15 centimeter. Elke kist bevat ongeveer 25 slakken. Helix Aspersa, heet de soort, type Grosgris. Het is familie van de wijngaardslak. Sommige slakken zitten aan de deksel gekleefd. ,,Die zoeken de hoogste stek in de omgeving op. Dat is een ingebouwde bescherming tegen hun vijanden: muizen, ratten.'' De anderen liggen of glijden op een soort gaas.

Overdag, als de slakken weinig actief zijn, ruimen de onder dat gaas levende wormen de uitwerpselen van de slakken op. ,,Daar heb je dus weinig omkijken naar.'' Het eten ligt op een dekseltje van een boterkuipje. Het is een geperste korrel van lammetjesmelkpoeder, kippelegmeel en gemalen krijt. Dat laatste is de grondstof voor de aanmaak van het huis.

Slakken zijn tweeslachtig. Als ze willen paren schieten ze op de beoogde partner een kalkpijltje af. Dat activeert beide slakken, de geslachtsorganen komen naar buiten. De partners zitten vervolgens een hele dag aan elkaar vast. Beide slakken graven een kuiltje waarin ze, via een opening aan de zijkant van de kop, hun eitjes leggen. Honderd per slak. Het oogt als een hoopje kaviaar. ,,Soms wordt dat ook zo gegeten, als slakkenkaviaar.''

,,Ik isoleer die eitjes, stop ze in een plastic doosje en laat ze groeien totdat ze in de kist kunnen. Als de slakken volwassen zijn kunnen ze gegeten worden. een volwassen slak kun je herkennen aan de omkrulling van de rand van zijn huisje.''

Kerckhaert laat de meeste geboortes in april plaatsvinden. Hij doet dat door hun dagritme te manipuleren met een grote rode lamp die in een hoek van de schuur hangt. ,,Slakken reageren op het rode licht van de avondschemer. Dat probeer ik na te bootsen. Die lamp staat zestien uur per dag aan. Een andere voorwaarde voor activiteit is vocht. In een droge ruimte doen slakken niets. Door licht en vocht worden slakken geactiveerd. Ze gaan eten en paren. En dat is natuurlijk de bedoeling.''

Vanaf juni gaan de slakken naar buiten. Kerckhaert heeft een aantal veldjes, bedekt met bollenkistjes die omgekeerd op de aarde staan. Als Kerckhaert de kisten optilt zitten de meeste slakken aan de onderkant. ,,Dat is weer die ingebouwde drang naar omhoog gaan om aan de vijanden te ontkomen.'' Boven de kisten hangt een waterleiding die regen kan nabootsen.

Kerckhaert doet de slakken naar buiten omdat het in het late voorjaar en zomer een ideaal klimaat kan scheppen: een graadje of twintig met veel vocht. Ook experimenteert hij met een soort kas, een geraamte van ijzer met plastic overspannen. ,,Zo vang ik de eerste voorjaarszon. Die warmt deze kas goed op. De slakken zouden in maart al naar buiten kunnen.''

,,Voor de grootste vijanden - de muis, de rat en een enkele vogel - heb ik een poes rondlopen. Tegen de naaktslak is weinig anders te doen dan ze elke avond met de hand weg te halen. Dat kost veel tijd en die heb ik niet altijd. Gevaarlijk zijn ze niet, maar naaktslaken eten elke dag hun eigen gewicht. De naaktslakken eten zo de helft van mijn voer weg en dat gaat ten koste van de groei van mijn consumptieslakken.''

Als dat allemaal lukt zijn de slakken eind augustus volwasen en rijp voor consumptie. Bij een vooraad van 2500 slakken verkrijgt Kerckhaert 60-80000 jonge slakken. Daarvan verliest hij onderweg 40 tot 50 procent. ,,Door droogte, door ratten, muizen, door de te grote afstand naar het voer, door de weersituatie.''

Twee jaar terug werd Kerckhaert benaderd door een bedrijf op Texel dat allerlei Waddenproducten verkoopt. Die zag wel wat in een slak die geheel biologisch is gekweekt. De eco-slak, zeg maar. Maar er bestonden nog geen normen voor de eco-slak. Samen met de SKAL, de stichting die het EKO-keurmerk mag verstrekken, heb ik de normen ontwikkeld. Ik ben nu de enige biologische slakkenkweker van Nederland.''

Kerckhaert hoopt zo te profiteren van de afzetkanalen van de Waddenproducten. ,,Het is afwachten, twee weken geleden heb ik ze het eerste potje gestuurd. Ik kom uit mijn kosten, maar het is op geen stukken na rendabel. Als ik er meer tijd aan moet gaan besteden moet het ook iets opleveren. Een kilo EKO-slak kost 15 gulden, de gewone slak kost 12 en de slak uit Frankrijk kost 7 gulden per kilo. De mijne is natuurlijk het lekkerst.''

Deel dit artikel