Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Neem kind als toets bij voortplantingstechniek

Home

ANNELIEN BREDENOORD EN PIA DIJKSTRA | ASSISTANT PROFESSOR AAN HET UMC EN TWEEDE KAMERLID VOOR D66

De overheid past een terughoudende rol bij een kinderwens. Goed onderzoek is nodig voor het stellen van ethische grenzen.

Het invriezen van eicellen, het krijgen van kinderen op latere leeftijd en pre-implantatie genetische diagnostiek zijn onderwerpen die altijd goed zijn voor een stevig debat. In hoeverre mogen mensen zelf beslissen of, hoe en wanneer ze kinderen krijgen? Hoe meer we dankzij de medische techniek kunnen, des te sterker rijst de vraag of er grenzen zijn aan het gebruik van voortplantingstechnologie. En als die grenzen bestaan, wie bepaalt ze dan?

In een maatschappij waarin mensen verschillende opvattingen hebben over 'het goede leven', moeten zij volgens ons ook zoveel mogelijk vrijheid hebben om volgens hun eigen waarden en principes te besluiten over zoiets persoonlijks als het al dan niet krijgen van kinderen.

Dat betekent niet dat alles maar moet kunnen binnen de voortplantingsgeneeskunde. Want men beslist niet alleen over het eigen leven, maar ook over toekomstig leven. In de meeste gevallen is het krijgen van kinderen een zaak van twee personen. Maar bij medisch geassisteerde voortplanting komen ook een arts en soms een donor (bij bijvoorbeeld eicel- en zaaddonatie) om de hoek kijken.

Het medisch team moet van geval tot geval bepalen wat de medische en psychische gevolgen zijn van een zwangerschap voor moeder en kind. Hetzelfde geldt voor postmortale zaadceldonatie. Je kunt zulke praktijken afkeuren of moreel verwerpelijk vinden, maar ze schaden niemand. Hoewel het voor alle partijen beter was geweest als de vader nog had geleefd, zal de schade voor het kind waarschijnlijk niet zo groot zijn dat de arts een behandeling moet weigeren. Je kunt dergelijke praktijken afkeuren of moreel verwerpelijk vinden, maar ze schaden niemand. Dat de één iets niet wil, vormt nog geen reden een ander iets te verbieden.

Om vast te stellen of een behandeling schadelijk is voor ouders en kinderen, is wetenschappelijk vervolgonderzoek noodzakelijk. Onze invulling van autonomie vervalt dus niet tot platitudes als 'zelf kiezen' of 'u vraagt wij draaien', maar doet recht aan de complexiteit en sociale context waarin mensen beslissingen over voortplanting nemen. Mensen worden altijd beïnvloed door hun sociale omgeving en ook het aanbod aan technologie bepaalt het kader waarbinnen mensen kiezen. Zelfs al zouden mensen totaal onafhankelijk zijn, het feit dat bijvoorbeeld embryoselectie of de 20 weken echo bestaat, betekent dat mensen een keuze moeten maken.

Een robuuste invulling van reproductieve autonomie betekent dus ook dat er grenzen zijn aan wat wensouders redelijkerwijs kunnen vragen en mogen verwachten van medische professionals. Wilt u uw eicellen invriezen omdat kinderen krijgen even niet zo goed uitkomt met werk? Het is niet onredelijk dat de arts eerst toetst waarom mensen met dergelijke verzoeken komen. Maar als de techniek veilig is, het besluit weloverwogen en de te verwachten kwaliteit van leven van het kind voldoende, dan zijn er geen redenen om mensen voortplantingstechnologie te ontzeggen.

Pas daar waar te verwachten is dat kinderen ernstig nadeel zullen ondervinden, stuiten we op de grenzen van de menselijke vrijheid. Om dit goed te kunnen beoordelen, maar ook om voortplantingstechnologie waar nodig te verbeteren, is langdurig wetenschappelijk vervolgonderzoek nodig. Wij willen dat deze liberale minister de middelen hiervoor beschikbaar maakt. Met 1 miljoen euro komen we een heel eind.

Wat ons betreft, moeten politiek en overheid zo terughoudend mogelijk zijn als het aankomt op besluiten over voortplanting. We willen de mogelijkheid voor mensen wel faciliteren. Het is echter niet aan politici of ambtenaren om te bepalen wat een goede manier is om al dan niet kinderen te krijgen. Als arts en wensouders hun verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar en het toekomstig kind serieus nemen, kan de overheid met een gerust hart een stapje terug doen.

De rol van overheid en politiek is beperkt tot kaders stellen, toezicht houden en beslissen over vergoedingen. De verdere invulling en afwegingen maken mensen thuis in de slaapkamer of samen met de arts. Dat iets ethisch verantwoord is, betekent nog niet dat we het collectief moeten vergoeden. Het is een ambitieuze invulling van reproductieve autonomie omdat het veel vraagt van mensen, maar wie vrijheid vraagt, moet ook verantwoordelijkheid nemen.

Deel dit artikel