Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederpop, wat is dat?

Home

Stan Rijven

Popmuziek – van nature ongrijpbaar – blijkt zich toch te laten institutionaliseren. Die conclusie valt te trekken uit de pogingen een ’canon’ te maken over 50 jaar Nederpop.

In Amsterdam is vandaag een congres met als thema ’de invloed van 50 jaar popmuziek in Nederland’. Popjournalist Jan van der Plas presenteert in het voormalige Fantasio – dat op 29 maart 1968 werd geopend – zijn boek ’50 jaar Nederpop, een geschiedenis van de Nederlandse popmuziek’.

Aanleiding is het afscheid van het Nationaal Popinstituut, dat per 1 januari is opgegaan in het Nederlands Muziekcentrum en daarmee het oude Fantasio-gebouw aan de Prins Hendrikkade verlaat.

Laat die pop zich wel institutionaliseren? Zo te zien wel. Tegelijkertijd is er een richtingenstrijd ontstaan over de vraag wat we onder die Nederpop mogen verstaan. In januari werd op het Noorderslag-festival het startschot gegeven voor ’De canon van de Nederlandse popmuziek’; 2008 als herdenkingsjaar van vijftig jaar Nederpop, met als begin ’Rock little baby of mine’, de single van The Tielman Brothers. De groep kwam uit Indonesië (tot 1957) en nam het nummer op in 1958 tijdens de Wereldtentoonstelling in Brussel.

De plotselinge strijd om canonisering ontrolt zich als een estafette-manifestatie. Muziekkrant OOR opende 2008 met de Top 100 van beste Nederpop-albums. Na het congres volgen nog een Nederpop-driedaagse in de Heineken Music Hall, een tv-special op Nederland 3 plus een week lang Geschiedenis TV gewijd aan de Nederpop. Tot slot verschijnt nog een ’definitieve’ 3-delige cd-box.

Ook is een site geopend waarop iedereen zijn mening mag ventileren: „Terecht dat The Tielman Brothers’ ’Rock little baby of mine’ als eerste Nederpopsingle is verkozen en niet Peter Koelewijns ’Kom van dat dak af’ (ook een mijlpaal)”, schrijft iemand. „Jammer, dat deze muziek het nooit echt heeft gemaakt in Nederland.”

Een andere reactie: „Vijftig jaar Nederpop is een staaltje geschiedvervalsing. Het begin van de populaire muziek in Nederland wordt gemarkeerd door de allereerste opname gemaakt in december 1899 van, jawel ’Het Wilhelmus’ door Het Haagsche Regiment Muziek corps. Maar de smaakpolitie (OOR enz.) heeft nooit veel opgehad met het Nederlands product of objectief historisch besef getoond. Alles wat hier in Nederland is opgenomen tussen 1899 en 1956 schijnt niet te bestaan volgens deze club dilettanten. Over de echte ’populaire’ artiesten (Christiani, Jordaan, Hoes, Zangeres Zonder Naam, Kartner, Konings, Hazes, BZN, Baker, Bauer, Smit enz.) hebben de dames en heren journalisten zo hun vooroordelen. De vraag is: vertegenwoordigen de Nederlandse muziekjournalisten wel de Nederlandse populaire muziekcultuur, en is 50 jaar Nederpop niet een eufemisme voor 50 jaar (marginale) Angelsaksische gitaarrock in Nederland?”

Ook de vaderlandse popmuziek ontkomt niet aan het virus van de canonisering. Als een wet der communicerende vaten manifesteert zich de laatste vijf jaar in Nederland, en in de ons omringende landen, een nieuw cultureel fenomeen. Alsof de twintigste eeuw nu moet worden afgesloten, groeide alom de behoefte aan afbakening naar een boze, globaliserende buitenwereld.

Opeens dient wat altijd stilzwijgend werd aangenomen, hardop geformuleerd te worden. Hetzij via programma’s als ’Boer zoekt vrouw’ en ’Ik hou van Holland’, hetzij via verkiezingen van Nationale Persoonlijkheden en allerlei geschiedenisquizzen.

Na de emancipatie van fotografie, de strip en het kinderboek is ook deze luidruchtigste vorm van low culture aan opwaardering toe. Popmuziek is in. Niet zozeer onder fans, maar onder kenners, programmamakers en buitenstaanders.

Zo is er de laatste jaren op radio en tv een commerciële strijd gaande rond de beste Top 2000. Een willekeurige formule die uitentreuren wordt uitgemolken, maar voorbij gaat aan de essentiële muziek van destijds. Hoe is het mogelijk dat een obscuur nummer van Boudewijn de Groot (’Avond’) in de top vijf eindigt, afgezet tegen het oeuvre van soulgiganten als James Brown en Aretha Franklin die ergens op 200 te vinden zijn?

Ook onder kenners zou kritische afstand met behulp van het filter van de tijd voorwaarde moeten zijn om tot een canon te komen. In zijn overzicht van 50 jaar Nederpop biedt Van der Plas in vogelvlucht een fraai overzicht, van Eddy Christiani tot dj Tiësto toe. Maar alles vanuit het perspectief van de muzikanten – de andere makers van die popcultuur komen nauwelijks aan bod. Toch schiepen sleutelfiguren als impresario Paul Acket, manager Jacques Senf, Mojo-directeur Leon Rademakers mede de voorwaarden voor het ontstaan van een Nederpop-klimaat.

Hoe die (buitenlandse) pop hier werd ontvangen, krijgt nauwelijks aandacht. Met evenveel recht zou je de aardverschuiving veroorzakende concerten van Lionel Hampton (Heybaberiba!) in 1953, ’54 of ’56 als startpunt van de Nederpop kunnen kiezen, danwel de ontvangst van de film ’Rock around the clock’ in 1956, toen sommige burgemeesters de filmvertoning verboden wegens te opruiende muziek.

Het pleit is nog niet beslecht, maar een startschot is met dit canon-jaar wel gegeven. Overigens is het dit weekeinde (30 maart) 40 jaar geleden dat Paradiso werd geopend.

Deel dit artikel