Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederlandse visser door Greenpeace onderschat

Home

Gerard van Balsfoort en Marloes Kraan voorzitter Pelagic Freezer-trawler Association; medewerker en onderzoeker Productschap Vis

Nederlandse visserij bij West-Afrika houdt zich aan alle regels van duurzaamheid.

De suggestie dat ’grote’ vissersschepen verantwoordelijk zijn voor de ’lege zeeën’ en op die manier het brood van ’arme’ vissers in ’gammele houten motorbootjes’ uit de mond stoten, doet het goed in de media. Was het maar zo simpel, want de oplossing zou dan immers voor de hand liggen.

Ook Pavel Klinckhamers van Greenpeace (Podium, 28 januari) waagt zich aan de cynische bewering dat rijke landen de wateren van arme landen leegvissen. Dat is een directe beschuldiging aan de Nederlandse vissers.

De realiteit: de 13 Nederlandse vriestrawlers vangen zogeheten pelagische vis: vis die scholen vormt, zoals haring en makreel. Deze trawlers zijn relatief groot in vergelijking met pelagische schepen van andere EU landen, die op dezelfde visbestanden in Europese wateren vissen. Ze zijn zo groot om de vis meteen te kunnen invriezen, verpakken en opslaan in het ruim. De trawlers kunnen per dag niet meer vangen dan ze kunnen invriezen.

Volgens Greenpeace worden de pelagische visbestanden in Europa niet duurzaam beheerd. Dat klopt niet.

De visserij op Noordzeeharing en makreel draagt het wereldwijd meest vooraanstaande certificaat voor duurzame visserij. Deze MSC-certificering is destijds geïnitieerd door ondermeer het Wereld Natuur Fonds en is gebaseerd op een onafhankelijke, wetenschappelijke beoordeling van de visstand en de te certificeren visserij. Alle belangrijke internationale en nationale milieu- en natuurorganisaties hebben dit keurmerk omarmd.

De dalende visbestanden langs de West-Afrikaanse kusten vallen niet toe te schrijven aan visserijakkoorden. Ghana bijvoorbeeld, een echt visserijland heeft geen visserijakkoorden afgesloten en toch zijn ook de Ghanese wateren overbevist door zijn eigen zeer grote visserijvloot die voor 70 procent bestaat uit kleine, houten kano’s.

In Mauritanië is de situatie anders. Mauritaniërs zijn van oorsprong woestijnnomaden en eten geen vis. Lokaal zijn het grotendeels Senegalese migrant-vissers die in de Mauritaanse wateren vissen. Bovendien vissen ze vrijwel altijd op andere dan pelagische vissoorten. Er is dus geen directe concurrentie tussen de lokale vissers en de buitenlandse pelagische vloot. Mauritanië sluit dan ook al vele jaren contracten met het buitenland op basis waarvan tussen de 50 en 70 buitenlandse pelagische vriestrawlers actief zijn. De 3 of 4 Nederlandse trawlers vormen daarin slechts een kleine minderheid.

De gevangen vis gaat naar weinig koopkrachtige markten zoals Nigeria, Ivoorkust en Egypte, waar grote vraag bestaat.

Op de Nederlandse schepen werken veel Mauritaniërs die worden opgeleid tot visser. Voorts is het wetenschappelijk onderzoek in Mauritanië naar de eigen pelagische bestanden geïnitieerd door en ontwikkeld met steun van de Nederlandse reders samen met de Nederlandse overheid. Nederland steunt ook het ontwikkelen van het gezamenlijke beheer van de pelagische bestanden door Mauritanië.

Kortom, het beeld dat Greenpeace schetst van de visserij door de Nederlandse vriestrawlersector is hinderlijk tendentieus en kort door de bocht.

Zoals jammer genoeg wel vaker bij hun benadering van de visserijsector.

Deel dit artikel