Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederlandse prijswinnaars geven modeshow in het Louvre

Home

JOSÿ TEUNISSEN

Nederlandse ontwerpers maken furore in de mode. Dat is al een tijdje gaande, de prestigieuze modewedstrijd in het Zuid-Franse Hyères - met daarin een jury van belangrijke ontwerpers op zoek naar talent - werd de afgelopen jaren steevast door jonge Nederlandse ontwerpers gewonnen. Viktor & Rolf waren vijf jaar geleden de eersten, daarna volgden Jolanda Luymes, Gert-Jan Kazemier en Aziz Bekkaoui. Maar dit jaar spant de kroon. Afgelopen mei gingen er maar liefst zes prijzen naar Nederland. Anouschka Blommers won de fotografieprijs, Niels Klavers de Grand Prix voor vrouwen, het duo Keupr/van Bentm (Michiel Keuper en Francisco van Benthum) de Prix Spécial de la Ville en Goran Pejkoski de Prix Spécial de Jury en de Prix de Presse.

Het duo Oscar Suleyman (Oscar Raaijmakers en Suleyman Demir) tenslotte, viel buiten de officiële prijzen, maar kreeg wel het aanbod mee te doen aan de Parijse modeshow die het festival van Hyères, voor het eerst, speciaal voor deze Nederlanders wilde organiseren.

Morgen is het zover. Tijdens de officiële Parijse prêt-à-porter-shows mogen deze zes hun collectie laten zien in het Louvre. De zolder van het modemuseum is ervoor leeggeruimd. En het Chambre syndicale, het officiële orgaan achter alle shows, verzorgt de uitnodigingen voor alle belangrijke pers en inkopers. Kortom, een hoogtepunt voor het Nederlands design. Wie zijn deze jonge ontwerpers?

Niet draagbaar, wel prikkelend: Keupr/Van Bentm

Michiel Keuper (1970) en Francisco van Benthum (1972) studeerden allebei in Arnhem, de school waar de typisch Nederlandse ont-werpstijl - met veel aandacht voor vorm en constructie - begon. Sinds 1997 werken ze onder de naam Keupr/van Bentm en zijn ze bekend om hun bizarre, hoogst ongewone ontwerpen. “Hoe de ideale broek eruitziet weten we intussen wel, maar wat gebeurt er als je die vorm loslaat? Wat is er eigenlijk mooi en wat is lelijk?” legt Keuper uit. “Daarom breken we kledingstukken op in losse onderdelen en monteren ze op een ongewone manier in elkaar.” Het resulteert in creaties die vanuit een zijaanzicht op een rok lijken, maar vanuit een andere kant gezien een broek blijken. Zo verandert een jurk in een jas, en fungeert een kartonnen deur als cape voor een 'deurjas'. “Wij proberen een nieuwe manier van kijken te introduceren in de mode”, legt van Benthum uit. “Het wordt soms bijna een carnavalsoptocht, maar zo dat het geen aan elkaar genaaide rotzooi is. Draagbaar is het niet, maar het prikkelt mensen, het zijn uitspraken óver mode.”

Verval in haute couture: Goran Pejkoski

“Ik ben op mijn negentiende vanuit Macedonië naar Nederland gekomen om er een modeopleiding te volgen. Dat kon in mijn eigen land niet. Achteraf bezien, was het de juiste plek op het juiste moment. Het heeft me gevormd en ergens gebracht. Ik heb er nu voordeel van dat ik Nederlander ben en ik ben blij dat ik dit mag meemaken in een groep die het waarmaakt.” Voor Hyères maakte Goran Pejkoski (1972), die in 1997 in Utrecht afstudeerde, een collectie rond het thema verval. Hij gebruikte kleurloze kleuren - vergrijsd en ont-daan van hun glans - die hij zo combineerde dat ze toch kleurig leken. Hetzelfde verval bereikte hij in het silhouet door draperieën uit vorm te laten raken. Pejkoski: “In feite maak ik haute couture. Ik gebruik mooie, zachte stoffen die heerlijk zitten, maar door de soberheid missen mijn creaties de gebruikelijke glamour en glitter ervan.”

Het hoogste: Niels Klavers

“Tot nu toe maakte ik mijn collectie met lapjes van de markt en van patronen die overal door het huis slingerden. Dat kan niet meer, nu winkels willen inkopen. Ik moet nu breder en professioneler gaan werken”, aldus een nuchtere Niels Klavers (1967). Toen hij in 1995 de Rietveldacademie verliet, raakte hij twee jaar diep in de put, totdat hij er achter kwam dat hij echt met mode verder wilde om daarin het hoogste te bereiken wat er te bereiken valt. Binnen een jaar was er volop belangstelling voor zijn werk. Voor Hyères maakte hij een collectie waarin hij kleding en kledingdelen vermenigvuldigde. Hij naaide bijvoorbeeld vijf broeken aan elkaar die gedragen één broek met een statige harmonikasleep werden.

“Voor deze show in Parijs heb ik er een paar ontwerpen bijgemaakt en de hele bombastische en sculpturale weggelaten. Er zit nu een knickerbocker bij met aan iedere zijkant een extra pijp. a, dat klinkt nog als 'oeps!' maar als je het aandoet is het een gewone plooibroek. Hij is zelfs ingekocht door de nieuwe modewinkel Colette, in Parijs. Het idee verrast, maar als je het aandoet blijkt het redelijk gewone, draagbare kleding. Dat geldt voor al mijn ontwerpen. Je hoeft nooit te twijfelen hoe het aanmoet.”

Adolescentieverhaal: Oscar Suleyman

“Alexander van Slobbe en Viktor & Rolf hebben ons duidelijk gemaakt dat als je uit Arnhem komt, en je gaat voor je droom, dat je dan iets kunt bereiken”, zegt Oscar Raaijmakers (1972). Samen met Suleyman Demir (1972), die hij in Arnhem op de academie leerde kennen, vormt hij sinds 1996 het duo Oscar Suleyman. Vanaf het begin richten zij zich op Haute Couture. “Wij houden van de rijkdom, de sfeer en het exclusieve dat couture uitstraalt. Je kunt er een ultieme vorm mee neerzetten zonder dat je je al te zeer hoeft te bekommeren over de draagbaarheid en of het wel te produceren is”, aldus Demir. “Voor deze collectie namen we het adolescentieverhaal 'l'adolescensce d'Oscar Suleyman, als uitgangspunt. Het kleine meisje dat volwassen wordt en speelt met de kleren van haar moeder. Tegelijkertijd was het ook, we werkten aan onze eerste show, een meta-foor voor onze eigen positie. Zulke verhalen geven ons vrijheid bij het ontwerpen. Meisjes passen de te grote jurken van hun moeder en knoeien met de nagellak. Dat soort verhaalscènes gebruiken we als basisidee, maar het ontwerp wordt daarna zo geabstraheerd, dat dat verhaal er achteraf niet meer aan af te lezen valt.

Deel dit artikel