Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederlandse koe dreigt het haasje te worden

Home

Cees Veerman en Herman Wijffels

© thinkstock
Opinie

Industrialisering van de melkveehouderij dreigt, nu Brussel de melkquota schrapt. Tijd voor politieke actie, vinden Cees Veerman, oud-minister, en Herman Wijffels, oud-Rabotopman en hoogleraar duurzaamheid.

Nederlandse melkveehouders hebben een goede reputatie. De koe in de wei staat symbool voor belangrijke waarden: een fraai landschap, goed dierenwelzijn. De weidende koe zorgt ook voor korte kringlopen van grondstoffen (gras-mest-gras) en voor enige biodiversiteit. Economisch draait de melkveehouderij prima. Kortom, een sector waar we trots op mogen zijn.

Koeien in de wei en korte kringlopen horen bij grondgebonden bedrijven, die de mest op hun eigen land gebruiken en het meeste voer van hun eigen land halen. Maar juist dit, nu nog dominante, type bedrijf loopt gevaar. Per 1 april volgend jaar verdwijnt de Europese melkquotering. Veehouders mogen dan weer onbeperkt melk produceren.

Om binnen de milieunormen te blijven, kan de overheid dan grenzen stellen aan de intensivering van de bedrijven. Dus een bovengrens aan het aantal dieren per hectare, de hoeveelheid geproduceerde melk of de hoeveelheid mest. Maar staatssecretaris Dijksma (landbouw) heeft een ontwerp-Melkveewet aan de Kamer aangeboden waarin bedrijven onbeperkt mogen intensiveren, met voor reeds intensieve bedrijven slechts één beperking: zij moeten alle extra mest exporteren of laten verwerken in mestverwerkingsinstallaties. Die verplichting mogen zij (tegen betaling) overdragen aan varkensbedrijven, die dan meer varkensmest moeten exporteren of verwerken.

Hek van de dam
Met mestverwerking als vluchtroute is het hek van de dam. Heel wat melkveehouders zijn al begonnen met intensivering. Daarmee gaat de melkveehouderij in rap tempo de varkens- en de pluimveehouderij achterna: steeds meer voer moet van elders worden aangesleept, steeds meer mest naar elders weggebracht, de koe verdwijnt uit de wei en kringlopen worden opgerekt of afgebroken. Bovendien komt er extra mest op de markt, waardoor de kans op fraude en schandalen stijgt.

Er geldt overigens wel een bovengrens aan de uitbreiding: de hoeveelheid dierlijke mest die de Nederlandse veestapel mag produceren. Wordt dat plafond overschreden, dan dreigt Brussel Nederland strengere bemestingsnormen op te leggen.

Dat wil Dijksma voorkomen door, als het plafond is bereikt, melkveerechten in te voeren. Alle melkbedrijven worden dan vastgepind op het aantal dieren dat zij hielden. Maar dat is voor veehouders een impuls om de melkproductie van hun koeien zo ver op te voeren dat de gezondheid eronder lijdt.

Het merkwaardige is dat de staatssecretaris zegt grondgebondenheid en weidegang belangrijk te vinden. Ze vindt echter dat de sector die zaken zelf moet regelen. Waarschijnlijk voelt zij de hete adem van de VVD in de nek, die niets moet hebben van extra milieuregels. Maar is het niet vreemd om veehouders eerst groeiruimte te geven en vervolgens aan de sector te vragen een deel van die ruimte weer af te pakken? Niet voor niets pleit de sector voor aanscherping van deze milieuwet - een unieke stap voor het bedrijfsleven.

Kringloopeconomie
Als de Tweede Kamer instemt met het huidige wetsvoorstel, begaat ze een historische vergissing. Ze stelt dan het goede imago van de Nederlandse melkveehouderij - de tweede zuivelexporteur van de wereld - in de waagschaal. De Kamer doet er verstandig aan de vluchtroute via mestverwerking rigoureus af te snijden.

De VVD zal steigeren, maar de Kamer heeft een troef: het regeerakkoord. Daarin staat een veelzeggende zin: 'Het kabinet streeft naar een circulaire economie'.

Welnu, de huidige wet is een frontale aanval op de kringloopeconomie van de melkveehouderij. De Kamer kan die zin in het regeerakkoord aangrijpen om te waarborgen dat de melkveehouderij een sector kan blijven waar we trots op zijn.

Deze oproep is mede ondertekend door Wouter van der Weijden (directeur Centrum voor Landbouw en Milieu) en Sjaak Hoogendoorn (melkveehouder).

Deel dit artikel