Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederlandse Iraniërs geen trouwe moskeegangers

Home

EILDERT MULDER

Niet meer dan eenderde van de in Nederland levende Iraniërs beschouwt zichzelf als moslims. Dat blijkt uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar de geloofsbeleving van moslims in Nederland.

De Iraniërs scoren met dit percentage uitzonderlijk laag. Daar komt nog eens bij dat van de Iraniërs die zich wel moslim noemen erg velen niet of gebrekkig de religieuze verplichtingen vervullen, zoals per dag driemaal bidden (niet vijfmaal, want Iraniërs zijn meestal sjiieten en die bidden driemaal en niet vijfmaal per dag zoals de soennieten).

Andere groepen migranten uit moslimlanden vertonen een veel sterkere verbondenheid met de islamitische godsdienst. Het SCP-rapport 'Moslims in Nederland' noemt een paar mogelijke verklaringen voor de geringe religieuze betrokkenheid van de Iraanse gemeenschap in Nederland.

Veel Iraniërs die uitweken naar Nederland waren hoog opgeleide tegenstanders van het religieuze ayatollahbewind. Ook zou de sociale druk van de gemeenschap geringer zijn dan bij bijvoorbeeld Marokkanen en Turken, doordat de Iraniërs een betrekkelijk kleine groep vormen, verspreid levend over het hele land, zodat ze niet op elkaars lip zitten met alle bemoeizucht van dien.

Het SCP-rapport oppert niet de mogelijkheid dat toenemende weerzin over het ayatollahbewind bij Iraniërs de afkeer van de islam heeft veroorzaakt of versterkt. In Iran zelf veranderen nogal wat mensen van godsdienst of ze sluiten zich aan bij de mystieke soefi-islam. In Nederland zijn er verhalen over vrij flinke aantallen Iraniërs die hier christen zijn geworden of atheïst. Het SCP heeft daarnaar geen onderzoek gedaan.

Hoe dat ook zij, op alle fronten scoren de Nederlandse Iraniërs zeer laag, ook de mensen die zich wel als moslim beschouwen. Ook die laatsten gaan blijkens het onderzoek vrijwel niet naar de moskee, maar een op de zeven verricht de rituele gebeden; hetzelfde geldt voor vasten in de ramadan. Slechts een op de zes heeft er bezwaar tegen dat hun dochter trouwt met een niet-moslim en een zelfde laag percentage vindt dat moslims volgens de regels van de islam moeten leven.

Een totaal ander beeld vertonen de twee grootste moslimgemeenschappen in Nederland, de Marokkanen en de Turken. Meer dan negen op de tien van beide groepen beschouwen zich als moslims. Hetzelfde geldt voor Somaliërs, gevolgd door Afghanen (85 procent). Irakezen hebben een soort middenpositie, 61 procent beschouwt zich als moslim, en dus bijna vier op de tien niet.

Bij de Marokkanen en Turken nam een eerder onderzoek uit 2004 een voorzichtige secularisatie waar. Maar volgens dit laatste SCP-onderzoek is daarvan sindsdien weinig te zien. In tegendeel, er gaan juist veel meer Marokkanen en Turken naar de moskee, zowel ouderen als jongeren. Bij de Turken zijn hoogopgeleiden doorgaans minder strikt in godsdienstige zaken. Bij Marokkanen daarentegen zijn hoogopgeleiden tegenwoordig vaak behoorlijk serieus. Het moskeebezoek onder in Nederland geboren Marokkaanse moslims is spectaculair gestegen. In 1998 ging van deze groep 9 procent elke week naar de moskee, nu is dat 33 procent. Bij de Turken steeg het percentage jonge moskeebezoekers van 23 procent in 1998 tot 33 procent nu. Tegelijkertijd steeg onder Turken het percentage moslims dat nooit de moskee bezoekt tot twintig.

Het SCP-rapport meet de religieuze betrokkenheid van praktiserende en niet of nauwelijks praktiserende moslims. Het rapport maakt wel onderscheid tussen etniciteiten maar houdt zich niet bezig met de verschillende stromingen binnen de islam, en de patronen die daarbinnen optreden.

Als het rapport het bijvoorbeeld heeft over Turken dan noemt het niet de alevieten. Alevieten hebben geen moskeeën, wijken ook op andere punten sterk af van de orthodoxe islam maar beschouwen zichzelf wel degelijk als moslims. De indicatoren die het SCP hanteert (zoals moskeebezoek, vijfmaal bidden en moslimleefregels) zijn niet of moeilijk toepasbaar op de alevieten, die minimaal 20 procent uitmaken van de Nederlandse Turken en misschien wel aanzienlijk meer.

Ook de radicale salafi-islam blijft buiten beschouwing. Juist die richting lijkt een flinke aantrekkingskracht op jonge Marokkanen te hebben maar het SCP heeft dat niet gemeten.

Het SCP constateert geen verband tussen het harde anti-islamklimaat en de toegenomen religiositeit onder moslims, die een reactie zou zijn op de vele kritiek.

Deel dit artikel