Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederlandse aanpak in Engeland en VS al op retour

Home

VAN ONZE REDACTIE ONDERWIJS

Het is 'de grootste toetsfraude in de geschiedenis', schreven Amerikaanse kranten begin juli. Minstens 178 leraren op zeker 44 scholen in de staat Atlanta hebben jarenlang gesjoemeld om de toetsuitslagen van hun leerlingen op te krikken. Leraren voelden zich onder druk gezet om mee te doen, klokkenluiders werd het zwijgen opgelegd.

De fraude in Atlanta staat niet op zichzelf; dit soort praktijken komt vaker voor. En het is ook wel duidelijk hoe dat komt. Scholen als geheel én leraren afzonderlijk worden beoordeeld op de toetsscores van hun leerlingen. Wie te laag scoort, kan serieuze sancties tegemoet zien. Het is een sociologische wet, zeggen sommige wetenschappers: hoe meer er afhangt van meetresultaten, hoe vatbaarder de metingen zijn voor corruptie.

Wat er in de VS gebeurt, doet zich later vaak ook in Nederland voor, en het is niet uitgesloten dat dat ook voor deze fraude geldt. Want het Nederlandse kabinet heeft een koers gekozen die sterk doet denken aan de richting die de VS tien jaar geleden al insloegen, en Engeland een paar jaar eerder.

In Engeland luidde het motto 'every child matters', in de VS heette het 'no child left behind' en minister Van Bijsterveldt spreekt nu van 'de basis op orde, de lat omhoog'. Het gaat in grote lijnen om hetzelfde: nadruk op taal en rekenen, landelijk vastgestelde niveaus die elke leerling in die vakken moet halen, meer verplichte toetsen en een onderwijsinspectie die toeziet of scholen goed genoeg scoren. Terwijl Van Bijsterveldt net goed op stoom komt, wijzen de voortekenen in Engeland en de Verenigde Staten alweer voorzichtig op een koerswending.

De aanzet tot die wending kwam in Engeland vooral van de zogeheten Cambridge Primary Review. In dit onderzoek bracht een team van academici onder leiding van Robin Alexander, hoogleraar onderwijskunde aan de universiteit van Cambridge, een stortvloed aan feiten en opvattingen samen over de staat van het Engelse basisonderwijs. Sinds eind jaren tachtig is de inhoud van dat onderwijs gedetailleerd op landelijk niveau vastgelegd, met veel aandacht voor taal en rekenen en verplichte toetsen voor leerlingen rond hun zesde en hun tiende.

Wat heeft dat opgeleverd? De aandacht voor andere vakken dan taal en rekenen is verminderd, stelden de onderzoekers twee jaar geleden vast in een lijvig rapport. Leraren zijn ontevreden en er is meer stress bij ouders en leerlingen. En ja, de toetsresultaten zijn inderdaad verbeterd, zij het lang niet zo sterk als de bedoeling was. Maar de onderzoekers vroegen zich hardop af of die toetsen wel zo betrouwbaar zijn als de overheid graag aanneemt en of ze wel meten wat er echt toe doet. En zou het niveau niet sterker zijn gestegen als de overheid zich gewoon afzijdig had gehouden?

In de VS komt de kritiek op het nationale onderwijsbeleid onder meer van een van de grondleggers ervan, Diane Ravitch. Tegenwoordig is zij hoogleraar aan de universiteit van New York, maar begin jaren negentig werkte ze op een hoge post aan het ministerie van onderwijs. Daar legde zij het fundament voor het no-child-left-behind-beleid dat uiteindelijk in 2002 wet werd, met verplichte lees- en rekentoetsen die niet alleen de prestaties van leerlingen, maar ook die van scholen meten.

Een rampzalig stelsel, erkent Ravitch nu. Ook op Amerikaanse scholen zijn andere vakken dan taal en rekenen een ondergeschoven kindje geworden. En hoewel scholen soms rommelen met de toetsen, zijn de resultaten nauwelijks verbeterd. De prestaties in rekenen gingen sneller omhoog vóór 2002 dan daarna en bij lezen bleven ze gelijk. "Het grootste slachtoffer van de enorme inzet op toetsen is de kwaliteit van het onderwijs", stelt Ravitch in een vorig jaar verschenen boek.

Iets van die kritiek klinkt ook door in een studie die het Nederlandse ministerie van onderwijs heeft laten maken door de Universiteit Twente en die half juli naar de Tweede Kamer werd gestuurd. De onderzoekers zien kansen voor Van Bijsterveldts beleid, maar ze verwijzen ook naar Amerikaanse studies waarin wordt aangetoond dat toetsen vaak een beperkt beeld geven van de vaardigheden van leerlingen. Ook blijkt dat scholen in de Verenigde Staten zich in hun streven naar goede scores vooral richten op leerlingen bij wie ze winst denken te kunnen boeken - en er niet bij álle kinderen het beste uit halen.

Zowel in de Verenigde Staten als in Engeland wordt nu voorzichtig over bijstelling van de koers nagedacht. Obama's minister van onderwijs zint op maatregelen om de druk op leraren te verminderen. En in Engeland deed vorig jaar een kwart van de scholen mee aan een boycot van de dwingend opgelegde reken- en taaltoets voor tien- of elfjarigen. Onder druk daarvan heeft de regering-Cameron een herziening van het toetsstelsel aangekondigd.

Intussen gaat Nederland met volle kracht vooruit. Tot onbegrip van Cambridge-hoogleraar Alexander. Het is teleurstellend dat 'een volwassen land als Nederland' Engeland en de Verenigde Staten achterna wil gaan, zegt hij. "Er is substantieel bewijs uit beide landen dat deze benadering niet heeft geleid tot het niveau waarnaar de politiek streefde, en dat die in feite de kwaliteit van het onderwijs in den brede heeft geschaad."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie