Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

nederlands & vlaams proza / Met de ’avatar’ van een paaldanseres

Home

Bas Belleman

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer begaf zich in het computerprogramma Second Life – waar je kunt zijn wie je wilt. Maar de digitale idylle (vrouwen met een droomfiguur, veel klaterende watervallen) gaat óók vervelen.

Ilja Leonard Pfeijffer: Second Life. Verhalen en reportages uit een tweede leven. De Arbeiderspers, Amsterdam. ISBN: 9789029565455; 124 blz. euro 14,95

In de gedaante van een slanke, roodharige sloerie is dichter-romancier-criticus Ilja Leonard Pfeijffer afgelopen winter op pad gegaan in de virtuele wereld van Second Life. Zijn stukken daarover, voor NRC Next heeft hij nu gebundeld en uitgebreid. Het resultaat mag er wezen.

Second Life is een digitale wereld op internet waarin je kunt rondlopen en anderen kunt ontmoeten. Je lichaam – je ’avatar’ – kun je tot in de details ontwerpen. Je ziet er vrouwen met overdreven lange benen en veel te grote borsten en mannen met spieren als de terminator, maar ook mythologische wezens met de kop van een hond of de poten van een leeuw. In het ’tweede leven’ is alles mogelijk.

Pfeijffer, schrijver van zo vuig mogelijke literatuur als ’Het grote baggerboek’, zoekt meteen de vulgaire kant van Second Life op: hij noemt zichzelf Lilith Lunardi en gaat aan de slag als paaldanseres in een nachtclub. Daarmee verdient hij wat ’Linden dollars’, het betaalmiddel in Second Life. Maar hij geeft toe dat hij vooral voor de lol paaldanst, want geld heb je eigenlijk niet nodig.

Zijn verhaal laat allereerst zien hoe bedrieglijk de virtuele wereld is: je kunt je aan een stripteasedanseres vergapen, maar de kans is groot dat er stiekem een man als Pfeijffer uit de kleren gaat. Second Life is geen directe afspiegeling van het ’First Life’. Je moet je ongeloof welwillend opschorten om er te kunnen leven.

Maar daar staan de eindeloze mogelijkheden tegenover. Je avatar is je eigen schepping. Voor het resultaat valt geen excuus aan te voeren, want je kunt worden wie je wilt. Je kunt in Second Life helemaal ’jezelf zijn’. „Misschien”, schrijft Pfeijffer over Lilith, „was ik wel meer mijzelf toen zij mij was dan nu ik over haar schrijf. Misschien gaat dit boek meer over mij dan ik wil weten.”

Second Life werpt dus de Sartre-achtige vraag op wat je met je vrijheid aanmoet. Kijk maar naar het moment waarop Lilith Lunardi van haar virtuele vriendin het compliment krijgt dat ze er mooi uitziet. Pfeijffer schrijft: „Ik vind het lief dat zij dat zegt. Ik glimlach. Lilith glimlacht. Lilith vindt het lief dat zij dat zegt.” Maar dan vraagt hij zich af: „Is dit wat ik wilde worden, een jaloerse lesbische pornobabe met dikke tieten in doorschijnende niemendalletjes die foto’s van zichzelf publiceert op flickr.com en glimlacht als een mooie vrouw haar mooi noemt? Zou ik dat dan niet beter voor mij houden in plaats van het hier op te schrijven? Anderen worden in drie maanden ondernemer in Second Life, of modeontwerper of tuinarchitect. Anderen hebben aan drie maanden ruim genoeg tijd om zich de vaardigheden eigen te maken om fabelachtige kastelen te bouwen.”

Een indringende vraag, die Pfeijffer overigens niet beantwoordt en waarop misschien ook geen antwoord is. We weten alleen dat hij ter tweede wereld kwam met een dubbele agenda, want hij wist dat hij erover zou schrijven.

Maar voor anderen geldt die reden niet. Die beperken hun vrijheid op allerlei manieren. Lilith ontmoet bijvoorbeeld een vrouw in een rolstoel, terwijl avatars in Second Life kunnen vliegen (maar zonder rolstoel voelt ze zich niet ’zichzelf’). Er is zelfs iemand bij die gaat trouwen, zij heeft genoeg van alle mogelijkheden en wil wat meer ’verantwoordelijkheid’. Het lijkt het echte leven wel.

En zo kaatst de vraag van Second Life uiteindelijk terug naar de echte wereld. Pfeijffer laat dat mooi zien. Hij krijgt een cameraploeg op bezoek en beschrijft zichzelf ’in mijn rol van de bohemien dichter’ die op en neer loopt door het idyllische steegje vlak bij zijn huis, waar elke cameraploeg hem altijd wil filmen. Hij zegt het niet, maar opeens zie je hem als avatar. Pfeijffer kiest zijn lange haar, zijn baardje, zijn kleren. Hij kiest voor het literaire leven.

Natuurlijk is dit boek een tussendoortje voor Pfeijffer. Maar het is wel goed geschreven: het journalistieke verslag en de bekentenisfictie houden elkaar mooi in evenwicht.

Zal iedereen binnenkort een avatar scheppen, zoals je ook een e-mailadres aanmaakt? Misschien niet. Want in Second Life heerst de verveling, zegt Pfeijffer. En alles is er zo idyllisch. „Na een tijdje kun je geen waterval meer zien.”



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie