Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nederland leverde Israël wapens in vier oorlogen

Home

HUIB GOUDRIAAN

Frans Peeters: Gezworen vrienden - het geheime bondgenootschap tussen Nederland en Israël. Veen, Amsterdam; 320 blz. - ¿ 34,90.

“Maar dat was niet zo. Golda wilde Joop bedanken voor de wapenhulp die Nederland vrijwel meteen na het uitbreken van het conflict had geboden”, citeert de Parool-journalist Frans Peeters de toenmalige PvdA-staatssecretaris van defensie, Bram Stemerdink.

In zijn boek 'Gezworen vrienden - het geheime bondgenootschap tussen Nederland en Israël' beschrijft Peeters, als in een thriller, wat zich afspeelde toen het op Yom Kippoer (6 oktober 1973) in een benarde positie geraakte Israël dankzij Nederland in het geheim werd bevoorraad met bommen, kanonnen, tankonderdelen en munitie. Maar niet alleen in dat conflict, ook in 1956, toen Israël de Sinaï binnenviel, in 1967 in de Zesdaagse Oorlog en in 1991 in de Golfoorlog, stond Nederland Israël met alle mogelijke militaire middelen bij.

Pas in november 1993, nadat de Nederlandse wapenleveranties tijdens 'Yom Kippoer' in de openbaarheid waren geraakt, gaf de voormalige PvdA-minister van defensie Vredeling in een gesprek met Nova toe, staatsrechtelijk wellicht buiten zijn boekje te zijn gegaan. Als minister van defensie was hij in oktober 1973 in een Alleingang Israël te hulp gesneld zonder premier Den Uyl en minister van buitenlandse zaken Van der Stoel te informeren. En daarom kon Joop den Uyl de omhelzingen van Golda Meir - een maand na de Yom-Kippoeroorlog - niet exact plaatsen. Maar Den Uyl zei, toen hij vlak voor zijn sterven de ware toedracht vernam van Vredeling en Stemerdink, dat hij hen “ongenadig op hun donder zou hebben gegeven, maar natuurlijk wel voor hen in het krijt zou zijn getreden”.

Dat kon moeilijk anders. Vredeling handelde in de geest van een al begin jaren vijftig tot bloei gekomen informeel verbond Nederland-Israël, waarvoor de basis werd gelegd binnen de Nederlandse sociaal-democratie.

Vroedvrouw was PvdA-premier Willem Drees, die als kind een wellicht beslissende invloed onderging van de socialistisch denkende joodse gemeenschap in Amsterdam. De jonge Drees kreeg sympathie voor het zionisme, het joodse streven naar een eigen staat. Later moest Drees, als gijzelaar in oktober 1940 naar het concentratiekamp Buchenwald gebracht, machteloos toezien hoe daar begin 1941 honderden joodse Amsterdammers met de dood voor ogen aankwamen.

“Het lag voor de hand dat Drees zich na de oorlog ontpopte als een vurige, onvoorwaardelijke sympathisant van het joodse streven naar een eigen, veilige staat”, schrijft Peeters. Hij haalt dr E. H. van der Beugel aan, staatssecretaris op buitenlandse zaken voor de PvdA in de jaren vijftig: “Wat de sympathie voor Israël betrof, daarin waren de PvdA en de ARP de motor.”

Drees, premier van 1948 tot 1958, onderhield in die tien jaar een frequent en bijna innig contact met de eveneens socialistische Israëlische leider David Ben-Goerion. Stemerdink ziet dat zo: “Die twee hadden een afspraak. Die luidde: als je ons nodig hebt, laat dat dan even horen. Meer niet. Dat ging verder niemand wat aan.”

Frans Peeters inventariseert niet alleen op grond van een uitgebreide documentatie de wapentransacties, maar ook de politieke, maatschappelijke en historische wortels (de calvinistische tolerantie voor het jodendom) van de Nederlands-Israëlische vriendschap. Hierbij prikt hij ook door menige mythe heen: Nederland weigerde bijvoorbeeld de op 14 mei 1948 uitgeroepen joodse staat snel te erkennen. Uit angst voor reacties van de moslims in Nederlands-Indië ging Den Haag pas op 16 januari 1950 over tot een erkenning de jure.

Maar al voor de Suezcrisis in 1956, toen Israël na een geheim akkoord met Engeland en Frankrijk de Sinaï binnenviel, voorzag Nederland de jonge staat van wapens. De latere Israëlische premier Shimon Peres kocht, als directeur-generaal van defensie, in het voorjaar van 1956 in Nederland voor 6,5 miljoen gulden aan munitie, mitrailleurs en anti-tankgeschut. Opvallend is dat de zaken werden gedaan met Defensie. De ministeries van buitenlandse zaken en van economische zaken werden vrijwel nooit in de ook voor de Tweede Kamer geheime wapentransacties gemengd. Logisch, Nederland had ook belangen in de Arabische wereld. Peres kocht in 1956 bovendien tien Gloster Meteor-straaljagers. Omdat hij krap bij kas zat, wilde Peres de munitie in natura betalen met 27 000 Uzi-pistoolmitrailleurs. Drees liet telefonisch weten geen bezwaar te hebben. Zo kwam Nederland als eerste Navo-land aan de fameus geworden Uzi's. Het was een doorbraak in Europa voor de Israëlische wapenindustrie.

In 1967, aan de vooravond van de Zesdaagse oorlog, was er een plotseling een Frans wapenembargo tegen Israël. Transportvliegtuigen van de Nederlandse luchtmacht ontdoken het door onderdelen voor Israëlische Mirages en Mystères in het geheim af te halen van de Franse basis Châteauroux. Op het vliegveld Gilze-Rijen werden de onderdelen overgeladen in Boeings van El Al.

Nederland en Israël bouwden vanaf 1964 samen hun Centuriontanks om. Dus leverde Nederland tijdens de Zesdaagse Oorlog (producent Engeland weigerde) onder andere extra motoren voor 250 Israëlische Centuriontanks. En in de Yom-Kippoeroorlog werd alles wat Israël maar vroeg, via een luchtbrug door El-Al-Boeings opgehaald van Gilze-Rijen. Een Nederlandse militair daarover: “We moesten vierpunters laden: punt vijftig vierlingkanonnen (. . .). De hele luchtmacht had na die dag geen reserve-punt vijftigs meer, heb ik later gehoord.”

Nederland slaagde er ook in tussen 1967 en 1991 voor Israël in grote aantallen joodse immigranten van de Sowjet-Unie los te krijgen: via de Nederlandse ambassade in Moskou werden er 570 000 uitreisvisa aan Russische joden verstrekt. En in 1991, toen Saddam Hoessein het Scud-raketten op Israël liet regenen, stuurde Nederland een eenheid Patriot-luchtafweerraketten om Jeruzalem te beschermen. Minister Van den Broek kon daarna voor het Joodse Wereld Congres in Jeruzalem, tussen stormachtige ovaties door, alleen nog kwijt: “Alles wat ik kan zeggen is: als u ons weer nodig hebt, bel dan maar weer.”

Die uitspraak is volgens Frans Peeters nog steeds de kern van het geheime bondgenootschap, een 'verstandhouding', tussen Nederland en Israël.

Deel dit artikel