Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Natuurlijk was Kenau een heldin

Home

Vrouwen zijn goeddeels afwezig in de geschiedenisboeken. | Ten onrechte, vindt historica Els Kloek. Zij vond 1001 Nederlandse vrouwen die volgens haar een plaats verdienen in onze collectieve herinnering.

Het treft niet. "Ik heb zo'n rotdag!", zegt historica Els Kloek als we elkaar begroeten. Tot haar verbijstering hoorde ze eerder deze week dat uitgeverij WBooks in financiële problemen verkeert. Daar zou het vuistdikke lexicon '1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis' - waarvan zij de hoofdredactie voert - in februari volgend jaar moeten uitkomen. En nu loopt dat ineens gevaar. Dus telefoneert ze zich sindsdien een slag in de rondte om een oplossing te vinden.

Ik vraag of ik een andere keer zal terugkomen. Nee hoor, zegt ze met een klein lachje. "Dit is een fijne afleiding. En wie weet ziet alles er binnenkort weer anders uit."

Juist dezer dagen is Kloek bezig met de allerlaatste lemmata. Daar zit Mata Hari tussen, maar ook CPN-Kamerlid Rie Lips en de Zangeres zonder Naam. Bijna tien jaar werkt ze al aan het megaproject, bijgestaan door twee redacteuren en zo'n driehonderd deskundigen. Het boek, vormgegeven door de befaamde ontwerpster Irma Boom, zal rond 1500 pagina's tellen. Aldus zullen straks voor het eerst de 'beroemde, beruchte, opmerkelijke, geliefde, slechte, spraakmakende en invloedrijke' vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis in één boek verzameld zijn. Een monument, noem je zoiets.

Even later is Kloek weer enigszins bedaard, en zet ze zich aan de tafel in haar aangenaam lichte bovenhuis, theepot binnen handbereik.

Gezien haar gedrevenheid zou je het niet zeggen, maar ze werd min of meer bij toeval vrouwenhistorica. "Ik wist na het eindexamen niet wat ik wilde, en dan koos je geschiedenis of Nederlands. Dat laatste durfde ik niet, ik was te geïmponeerd door mijn geweldige leraar Nederlands, dus werd het geschiedenis. Helemaal niet met het idee om later onderzoeker te worden."

Het waren de jaren zeventig, Universiteit van Amsterdam. Kloek werd actief in de studentenbeweging, waar het tot haar ergernis 'continu' over bezuinigingen ging. "Terwijl ik vond dat de inhoud van de studie moest veranderen." Rond die tijd waaide een geheel nieuwe trend over uit Engeland: women's history. "Dat was voor mij een openbaring", zegt Kloek. "Zoveel bleek er nooit te zijn uitgezocht, er was zoveel nieuws te ontdekken! Docenten reageerden trouwens heel negatief. 'Krijgen we straks zeker ook olifantengeschiedenis', dat werk. Uiteindelijk kwamen we met een groepje studentes in contact met Isabella van Eeghen, archivaris bij het Amsterdams Gemeentearchief. Zij zette ons op het spoor van de zeventiende-eeuwse confesssieboeken, met verhoorverslagen van mannen en vrouwen die waren opgepakt voor prostitutie, diefstal, overspel. Daar rook ik het archief, toen pas is mijn liefde voor het vak ontvlamd. Voor het eerst kreeg ik het gevoel dat ik in contact stond met echte mensen."

Na haar afstuderen kreeg Kloek een baan als onderzoekster vrouwengeschiedenis in Nijmegen, om na diverse omwegen in 1990 te promoveren op enkele vrouwenhistorische thema's bij de Amsterdamse hoogleraar Hans Blom. Toch bleef haar verhouding tot het genre ambivalent. "Ik heb het niet altijd even leuk gevonden dat vrouwengeschiedenis mijn specialisme was - en niet alleen omdat je snel wordt weggezet. Ik vind dat die hele wereld van vrouwenstudies te veel aan eilandvorming heeft gedaan. Ze hebben zich teruggetrokken op de theorie, dat is lekker veilig. Dan kun je altijd een boze factor aanwijzen. Ik heb het getheoretiseer over gender min of meer langs me heen laten gaan. En helemaal na mijn proefschrift had ik er schoon genoeg van om vrouwen aldoor als collectief te behandelen. Uiteindelijk wilde ik toch de geschiedenis aan de praat krijgen. Dat is heel moeilijk met zo'n groepsbenadering."

Een 'echte eyeopener' was voor Kloek de tentoonstelling in het Frans Halsmuseum rond de zeventiende-eeuwse schilderes Judith Leyster, in 1992. Voor de betreffende catalogus moest ze een artikel schrijven over de plaats van vrouwen in gilden. "Toen werkte ik samen met kunsthistorici die gewoon met Judith Leyster zélf bezig waren. Ik was jaloers, omdat ik ineens besefte dat je dan veel dichter komt bij wat zo'n vrouw werkelijk heeft gedaan en betekend. Je komt simpelweg meer te weten, als je je op een individu richt. Het is toch fascinerend dat zij zoveel voor elkaar heeft gekregen, ondanks alle barrières die er waren."

Vrouwenhistorici, zegt Kloek, zijn voortdurend bezig om vrouwen een plaats te geven in onze collectieve herinnering. "En wat doen we? We gooien ze op één hoop. Als je vrouwen werkelijk recht wilt doen, dan moet je ze juist hun individualiteit gunnen. Als je vindt dat vrouwen een plaats in de geschiedenis verdienen, maak dat dan waar. Laat het zien!"

Ze wijst naar de smurfin ('Heb ik een keer van een student cadeau gekregen') die sinds jaar en dag op haar bureau staat. "Ik noem het 'het smurfineffect'. In het Smurfendorp heb je de brilsmurf, de moppersmurf, de kleermakersmurf, en ga zo maar door. Mannen, kortom, heb je in alle mogelijke soorten en maten. Maar voor vrouwen is één type smurf voldoende: de smurfin."

Maar hebben vrouwen niet veel gemeen, zie de de wijze waarop ze dikwijls zijn weggemoffeld?
"Natuurlijk, dat is zo. Vrouwengeschiedenis heeft twee componenten: het is een inhaalmanoeuvre en een vorm van wetenschapskritiek. Maar aan dat laatste had ik naar mijn idee al twintig jaar van mijn denkkracht gegeven, en ik was er niet veel mee opgeschoten. Ik dacht: dat laat ik voortaan aan anderen over, laat mij die inhaalmanoeuvre maar doen. Er zijn méér bijzondere vrouwen geweest dan alleen Judith Leyster. Laat ik die eindelijk eens systematisch in kaart brengen."

Kloek begon vrouwenlevens te verzamelen, door te speuren in biografische naslagwerken. Want in de officiële geschiedschrijving mogen vrouwen nauwelijks voorkomen, in oude lexica zijn ze wel degelijk te vinden.

Het pikante, zegt Kloek, is dat er ooit volop historische belangstelling bestond voor vrouwen. Pas toen de geschiedkunde in de negentiende eeuw professionaliseerde, en erkenning zocht als 'harde' wetenschap, raakten zij uit zicht. Geschiedenis ging voortaan over de staat en over structuren. En daarin speelden vrouwen nu eenmaal zelden een rol. Of zijn ze minder zichtbaar.

Ander gevolg van de professionalisering was volgens Kloek dat vrouwen die wél in de collectieve herinnering voortleefden, werden gedebunkt. "Die verhalen kwamen niet in de officiële bronnen voor, dus konden ze niet kloppen."

Zo zou de heldhaftigheid van Kenau Simonsdochter Hasselaer tijdens het beleg van Haarlem in 1572 een mythe zijn, want het staat nergens officieel gedocumenteerd, en vrouwen vechten niet. "Maar dacht je nu echt", zegt Kloek, "dat die vrouwen rustig hun potje bleven koken? Zutphen en Naarden waren net gebrandschat en geplunderd, de vrouwen daar verkracht. Haarlemse vrouwen wisten heel goed wat hun te wachten stond met de Spanjaarden. Dan vecht je wel mee. Misschien dat zo'n verhaal over Kenau werd aangedikt, maar die overlevering komt ergens vandaan. Er kan niet anders dan een kern van waarheid in schuilen."

Langzaam rijpte bij Kloek het plan om een Vrouwenlexicon op te zetten, vooralsnog alleen digitaal - een project waarvoor ze in 2003 subsidie ontving. Op de feestelijke presentatie voerde collega-historicus Herman Pleij het woord. Hij liet weten zo'n lexicon 'apartheid' te vinden, en volstrekt achterhaald.

Kloek, het zal niet verbazen, noemt dat onzin. "Het is wél nodig. Er zijn nog steeds heel veel bijzondere vrouwen over wie we heel weinig weten - simpelweg omdat niemand de moeite heeft genomen om de feiten uit te zoeken. Maar om kritiek zoals die van Pleij te voorkomen, heb ik het Biografisch Portaal Nederland opgezet, en daarin nu het Digitaal Vrouwenlexicon ondergebracht. Ik dacht: dit overkomt me niet nog een keer. Nu is alles keurig geïntegreerd, maar je kunt wel zoeken op sekse."

Als het Vrouwenlexicon digitaal al bestaat, waarom dan nog een boek? U had het toch daarbij kunnen laten?
"Zo'n digitaal naslagwerk is heel nuttig, en kenners waarderen het zeer. Maar als je niet weet welke vrouw je zoekt, kun je haar niet vinden. Daarom moet je zorgen dat je het lexicon fysiek maakt, inderdaad, zodat je kunt bladeren. Bovendien, pas nu de papieren editie eraan komt, merk ik dat het project bij een breed publiek begint te leven."

Dat is vooral te danken aan de eigentijdse wijze waarop de historica geld vergaart om haar project te kunnen voltooien. Toen de subsidie- en fondsgelden dreigden op te drogen, besloot ze zich aan de crowdfunding te wagen. Op 8 maart van dit jaar lanceerde ze de website 1001-vrouwen.nl. Sympathisanten kunnen een geldsom doneren, variërend van 15 tot 500 euro. Bij 50 euro of meer mag je een vrouw 'adopteren' - waarna naamsvermelding als 'meter' of 'peter' op de website je ten deel valt. Tot nog toe is langs deze weg bijna 50.000 euro binnengehaald. "Ik had niet durven dromen", zegt Kloek, "dat het zo'n succes zou worden." Vaakst geadopteerde vrouw? "Volgens mij Annie M.G.Schmidt. Kon slechter, toch?"

Wat moet je hebben gedaan om een lemma in het Vrouwenlexicon te verdienen?
"Je moet een prestatie hebben geleverd, of je moet een reputatie hebben opgebouwd. Vaak gaan die twee samen, niet altijd. Elsje Christiaens heeft bijvoorbeeld vooral een reputatie. Zij was het Deense dienstmeisje dat na een moord de doodstraf kreeg. Rembrandt heeft die prachtige tekening van haar aan de wurgpaal gemaakt.

Een ander mooi voorbeeld is Trijntje Keever, een van mijn favorieten. Zij was een reuzin uit Edam, die maar zeventien jaar oud is geworden. Haar ouders gebruikten haar als kermisattractie, heel tragisch. We weten dat ze bestond, omdat er een schilderij van haar hangt in het Edams museum. En ook haar schoenen, maat 55, zijn bewaard gebleven. Wij hebben de moeite gedaan om alles wat er over haar bekend is bij elkaar te brengen."

Zoveel vrouwen, zegt Kloek, zijn daarentegen compleet vergeten. "Neem Marie du Moulin. Ze leefde in de zeventiende eeuw, was directrice van een Frans meisjesinternaat in Haarlem, heel vroom, heel geleerd. Wij kwamen erachter dat ze - anoniem - allerlei pedagogische geschriften heeft gepubliceerd, waarop zelfs John Locke zich baseerde. Zulke ontdekkingen vind ik geweldig."

En dan zijn er nog de vrouwen die in de schaduw van hun man bleven, maar wel invloed uitoefenden. Adelheid Sorger, bijvoorbeeld, de vrouw van de liberale staatsman Thorbecke. Of Betsy van der Hoop, de vrouw van de antirevolutionaire politicus Groen van Prinsterer. "Ik vind het erg leuk om zulke vrouwen naar de voorgrond te halen. En dan is het de kunst om zoiets op een nuchtere manier aan de orde te stellen, niet stampvoetend en verontwaardigd. Dat heeft weinig zin. Bovendien loop je dan het risico dat je weer wordt weggezet."

Hoe reageren collega-historici op uw project?
Lange stilte. Dan: "Ik weet niet of ik daarover iets durf te zeggen. Ze zijn verbouwereerd over mijn ondernemingszin, geloof ik. Die crowdfunding vinden ze vermoedelijk indrukwekkend, maar ze zijn misschien ook een beetje afgunstig. Eigenlijk wordt de hele onderneming doodgezwegen. Enthousiaste stukjes in de vakbladen? Niet dat ik weet, nee."

Weer zo'n stilte. "Ik weet dat ze mijn werk waarderen en ook wel gebruiken. Maar je kunt mij niet in een bepaalde school of stroming plaatsen, en dat vinden ze lastig."

"Kijk, ik ben altijd van de publieksgeschiedenis geweest. Ik vind dat historici te veel met elkaar bezig zijn. De hele academische wereld heeft zich in mijn ogen in een ivoren toren teruggetrokken. Dat is nu erger dan in mijn studietijd, vind ik. Wat historici aan onderzoek doen, de inhoud van hun werk - daar hoort de buitenwereld nauwelijks over. Dat komt ook door het georganiseerde wantrouwen dat er heerst in de academische wereld: je moet in peer reviewed tijdschriften schrijven, in het Engels, het moet allemaal excellent zijn. Dus komen we steeds verder van het publiek af te staan."

Maar je hebt toch fenomenen als de Maand van de Geschiedenis, historische publiekstijdschriften, de bestsellers van Geert Mak?
"Dat is een ander circuit. Misschien ben ik te negatief, maar onder vakhistorici domineert toch het idee: als je helder schrijft, dan kun je niet heel geleerd zijn. Terwijl ik toegankelijk schrijven voor een breed publiek juist de grootste sport vind."

Ondanks de uitgeefperikelen ziet Kloek de toekomst opgewekt tegemoet. Beslist: "Het boek komt er. Onzeker is nu alleen even hoe en waar. Maar pas als het voor me ligt ben ik echt tevreden. Dan heb ik het niet voor niets gedaan."

Ze krijgt gelijk. Niet lang na ons gesprek komt het verlossende bericht: de Nijmeegse uitgeverij Vantilt heeft zich over het project ontfermd. Kloek, dat spreekt, is reuze opgelucht. Want internet, zegt ze, mag fantastisch zijn. "Een boek krijg je nooit meer weg."

Wie is Els Kloek?
Els Kloek (1952) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze in 1990 promoveerde. Ze werkte als docent en onderzoeker in Nijmegen, Rotterdam en Utrecht. Ook was ze hoofdredacteur van de op een breed publiek gerichte reeks 'Verloren Verleden' en lid van de commissie die een canon van de Nederlandse geschiedenis opstelde. Sinds 2005 leidt ze aan het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis het Biografisch Portaal Nederland (www.biografischportaal.nl) en het Digitaal Vrouwenlexicon. In 2009 maakte Kloek furore met 'Vrouw des huizes', dat verklaart waarom Nederlandse vrouwen zijn wie ze zijn. Het boek belandde op de shortlist van de Libris Geschiedenisprijs. '1001 vrouwen uit de geschiedenis van Nederland' verschijnt in februari bij Vantilt, Nijmegen, zie www.1001-vrouwen.nl

Wie mijn onderzoek steunt, kan 15 tot 500 euro overmaken. Bij 50 euro of meer mag je een vrouw 'adopteren'

FOTO'S PATRICK POST

Deel dit artikel