Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nacht van Kersten zette nog jonge SGP in de schijnwerpers

Home

De SGP heeft sinds deze week een sleutelrol in de Nederlandse politiek. Een noviteit? Niet helemaal.

Zelfs toen fascisme en nationaal-socialisme een grote bedreiging vormden, vond de orthodoxe dominee Gerrit Hendrik Kersten nog altijd dat Nederland het meest diende te vrezen voor Rome. Toen in 1939 de overleden paus Pius XI herdacht werd in de Kamer, verliet de fractievoorzitter van de Staatkundig Gereformeerde Partij de vergaderzaal.

Kersten was in 1922 als eerste SGP'er volksvertegenwoordiger geworden. Zijn stroming ontpopte zich niet als een machtsfactor, wel als een zeer principiële getuigenispartij. Daarbij hoorde fel antipapisme. De SGP en de ook in de Kamer vertegenwoordigde Hervormde Geformeerde Staatspartij (HGSP) verweten de ARP en de CHU Nederland door concessies aan roomse politici uit te leveren aan het Vaticaan.

De voorzitter van de HGSP twijfelde niet over de bedoelingen van de katholieke kerk: "Daar treedt ze aan, in een wolk van wierookwalmen. Met plechtig koorgezang eischt ze de publieke staat voor zich op, in de hoop dat de lagere volksmassa's, geroofd en ontaard door de drukke woorden van betaalde opruiers, verzinnelijkt door het gapend hongeren naar bioscoopsensatie en footballmatch, vermaterialiseerd door den klassenstrijd, als de rattenvanger van Hamelen door zoet gefluit achter haar processies aan naar haar kathedralen te lokken."

In het najaar van 1925 schreef de SGP gedreven door dit soort sentimenten plots parlementaire geschiedenis. De fractievoorzitter verwierf eeuwige roem door de 'Nacht van Kersten', waarin hij met een amendement het eerste kabinet-Colijn ten val bracht.

Helemaal onverwacht kwam het tumult niet. ARP-premier Hendrik Colijn vond het ongelukkig dat op de dag dat de algemene beschouwingen waren ingepland, ook al gesproken zou worden over afzonderlijke departementale begrotingen. Zo kon het kabinet al sneuvelen voordat het kon antwoorden tijdens de beschouwingen. "Ge weet wat er dreigt bij hoofdstuk III (Buitenlandse Zaken)", schreef Colijn aan de katholieke Kamervoorzitter Ruys de Beerenbrouck. Die liet echter alles volgens planning doorgaan.

In de avondvergadering van 10 november stond de begroting van Buitenlandse Zaken op de agenda. Rond half een 's nachts kwamen de kosten van de diplomatieke dienst aan de orde. De Kamer was zo goed als leeg, de publieke tribune volledig. Kersten diende een amendement in dat het begrote bedrag voor het gezantschap in het Vaticaan schrapte. Hij noemde de diplomatieke post "een krenking van het calvinistische karakter van de Nederlandsche natie". Namens de katholieken gaf de fractievoorzitter, monseigneur Nolens, daarna aan dat een kabinet dat de opheffing van het gezantschap bij de paus zou voorstellen, niet langer op de steun van zijn partij hoefde te rekenen. Het kwam tijdens de Nacht van Kersten nog niet tot een stemming. Het vereiste quorum ontbrak. De volgende dag waren wel voldoende parlementariërs aanwezig.

In 1915 had Nederland tijdelijk een vertegenwoordiging gekregen in het Vaticaan, tijdens de Eerste Wereldoorlog een centrum van diplomatie. Voor principiële tegenstanders als de SGP had die tijdelijkheid lang genoeg geduurd. Een coalitiepartij, de CHU, vond dat eigenlijk ook. De sociaal-democraten zagen het nut niet van een gezant. Alles hing af van de vrijzinnig- democraten. De leider van deze liberalen, Marchant, luidde het einde van het kabinet in: hij zei het amendement niet op zakelijke maar op politieke gronden te steunen. Zijn ijzige verhouding met de premier zal zeker meegespeeld hebben. Kerstens amendement werd met 52 tegen 42 stemmen aangenomen.

Een crisis van 113 dagen volgde. Het kabinet dat uiteindelijk aantrad bestond uit exact dezelfde partijen als het vorige. Alleen de premier had een andere kleur. Dat was nu jonkheer De Geer (CHU). Colijn, die had gerekend op een terugkeer, was verbitterd. Hij vermoedde - onterecht - een vooropgezet complot.

En de SGP? Dominee Kersten en zijn fractiegenoot vielen weer terug in hun rol van getuigenispartij in de marge. Het gezantschap in het Vaticaan werd in maart 1926 wel opgeheven. Het zou pas weer worden hersteld tijdens de volgende wereldoorlog in 1941.

Deel dit artikel