Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

MYRMECOLOGIE

Home

SYBE RISPENS

Mieren zijn sociale wezens: ze doden vijandelijke indringers zonder pardon en zijn soms uit op de totale vernietiging van buurvolken. Daarvoor is een hoogontwikkeld communicatiesysteem nodig. Het werkt chemisch en mieren organiseren er hele staten mee. Wat ze er niet mee voor elkaar krijgen, is het op poten zetten van vergeldingsacties. Bert Hölldobler; Edward Wilson. Ameisen. Die Entdeckung einer faszinierenden Welt/Journey to the Ants. A story of scientific exploration, Birkhüuser Verlag, Basel, 288p., DM 58,00/$24,00.

Vuurmieren zijn de aartsvijanden van de Pheidole. Ze zijn veel sterker, hun kolonies zijn wel honderd keer groter en ze doden hun tegenstanders met een verlammend gif. De gealarmeerde werkster bedenkt zich geen moment en gaat op zoek naar de bron van de geur.

Als ze de Vuurmier heeft gevonden, stort ze zich met ware doodsverachting op de indringster. Maar in plaats van met de vijand te vechten, maakt ze zich na de eerste schouderduw meteen weer uit de voeten. Ze sprint terug naar het nest en al rennende raakt ze met haar achterlijf de grond aan. Daarmee legt ze met chemische stoffen uit haar eigen klieren een geurspoor. Iedere collega-werkster die ze tegenkomt wordt haastig aangeraakt, waarna die ook als een speer wegrent. Sommige werksters gaan regelrecht naar het nest, anderen zoeken de vijand op. Zij maken dan net als hun zuster kort lichaamscontact met de indringster, pikken zo een paar van haar geurstoffen op en spoeden zich daarna terug naar huis.

In het nest zijn inmiddels de eerste Pheidole-soldaten door de Vuurmiergeur gealarmeerd. Ze volgen het geurspoor dat door de werksters is gelegd en omsingelen de vijand. Die wordt zonder pardon met de sterke en vlijmscherpe kaken in mootjes gehakt. Als de volledige overwinning is behaald, kammen de soldaten nog een paar uur de omgeving af, op zoek naar meer indringers.

Het grondige optreden zorgt ervoor dat het werksters van de Vuurmier zelden lukt om levend naar het eigen nest terug te keren. En zo lang er geen koeriers bij de Vuurmieren binnenkomen om te vertellen over een naburig gelegen Pheidole-nest, leven de aartsvijanden vredig naast elkaar.

De slaagkans van deze verdedigingsstrategie door Blitzkrieg hangt voor een groot deel af van een snelle en foutloze communicatie. Binnen een paar tellen moeten Pheidole-mieren de vijand herkennen, haar positie aan elkaar doorgeven en de aanvalstaken onderling verdelen. Hoe mieren deze ingewikkelde sociale organisatie voor elkaar krijgen, krijgen de myrmecologen, de mieronderzoekers, pas de laatste jaren beter door.

Twee myrmecologen, de Duitser Bert Hölldobler en de Amerikaan Edward Wilson, vonden elkaar begin jaren zeventig aan de universiteit van Harvard. Sindsdien kruipen de twee hoogleraren gezamenlijk langs 's werelds bospaden, op zoek naar mieren. Met hun verslagen van de veldonderzoeken en de bijbehorende laboratoriumproeven hebben ze al veel lof geoogst. Zo werd in 1990 het te boek stellen van ruim achtduizend bekende miersoorten met de Amerikaanse Pulitzerprijs bekroond. Vorig jaar ontving Hölldobler de met drie miljoen Mark verbonden Leibnizprijs en in oktober jongstleden is de jongste publikatie van de twee, Die Ameisen, in de categorie 'verrassingen' door Duitse wetenschapsjournalisten uitgeroepen tot beste boek van het jaar.

De succesformule van Hölldobler en Wilson lijkt zo van de mieren te zijn overgenomen: onder soortgenoten weten ze zich uitstekend verstaanbaar te maken.

De kunst van het communiceren heeft de mieren een groot biologisch succes opgeleverd. Ze hebben zich verspreid over bijna alle werelddelen. Hoewel een werkster gemiddeld maar een tot vijf duizendste grammen weegt, zijn alle mieren bij elkaar net zo zwaar als alle Chinezen. Mieren zijn dan ook in de meerderheid. Over de hele aarde lopen er ongeveer tienduizend biljoen van rond (1016).

De dames mier zijn in een tropisch regenwoud goed voor een derde deel van alle dierlijke biomassa, het aantal mannelijke mieren is te verwaarlozen. En de heren mier die er zijn, maken geen schijn van kans. In de jaarlijkse evolutionaire loterij sterven de meeste van hen binnen een paar uur nadat ze het nest hebben verlaten. Een enkeling trekt het grote lot en mag dan met een koningin paren. Maar ook die winnaar laat kort daarna onverbiddelijk het leven.

De meeste van zijn nakomelingen worden pas maanden of jaren na zijn eigen dood geboren. Daar zorgt een soort draagbare spermabank voor, een ovale, zakvormige uitstulping aan het achterlijf van de koningin. De zaadjes worden biologisch op non-actief gesteld en kunnen zo jarenlang bewaard worden. De koningin bepaalt zelf wanneer ze een eitje bevrucht, door het openen of sluiten van de opening naar het reservoir. Uit een bevrucht ei groeit in de regel een werkster, uit een onbevrucht vrijwel altijd een mannetje. Erg vaak zal de koningin niet voor een zoon kiezen, want mannetjes doen hun hele leven niets anders dan nutteloos rondslenteren. Ze lijken door de werksters alleen getolereerd te worden omdat ze de genen van de eigen kolonie kunnen verspreiden.

De mieren zijn pas na de eerste helft van hun vierhonderdmiljoenjarig bestaan met communiceren begonnen. Hoewel de meeste mieren iets zien en ook geluiden kunnen waarnemen, verloopt bijna alle communicatie via geurstoffen, al of niet samen met een ritueel gebaar of geluid.

Voor het doorgeven van berichten hebben ze een stuk of tien organen ontwikkeld. Mieren zijn als het ware wandelende chemoboxjes, die helemaal zijn ingericht voor het zenden en ontvangen van chemische boodschappen. In zakvormige klieren hebben ze minieme hoeveelheden verbindingen opgeslagen, die als chemische wapens tegen tegenstanders zijn in te zetten, maar waarmee ook zusters tegen dreigend gevaar kunnen worden gewaarschuwd. Tussen de tien en twintig boodschappen kunnen mieren met de geurstoffen, feromonen, doorgeven.

Het grootste voordeel van de chemische overdracht van informatie is de enorme efficiëntie waarmee boodschappen zijn te versturen en te ontvangen. Er is maar heel weinig van een chemische verbinding nodig, want het sensorenapparaat van een mier is al gevoelig voor een paar moleculen van een werkzame stof. Bovendien gaat de werkzaamheid nog omhoog doordat de werksters minieme verschillen in de volgorde van dezelfde moleculen kunnen detecteren.

Het belangrijkste nadeel van de communicatie met feromonen is, dat een boodschap die eenmaal is rondgebazuind heel lang in de lucht blijft hangen. Even snel achter elkaar een paar nieuwtjes doorgeven is er met geurstoffen alleen niet bij. Wat wel gaat, is het versturen van meerdere boodschappen tegelijk. Om dat voor elkaar te krijgen moet een werkster een paar feromonen met elkaar mengen, bijvoorbeeld de nestgeur met een alarmboodschap. Over hoe het mengen in zijn werk gaat, en hoe mieren de verschillende boodschappen weer kunnen uitfilteren, is nog maar weinig bekend.

De Afrikaanse Wevermier (foto) is een waar communicatiewonder. De strategische voordelen daarvan worden bij het weven van het eigen nest en bij de verdediging van het territorium helemaal uitgebuit. Voor hun beveiligingsnetwerk beschikken Wevermieren over het best ontwikkelde chemische communicatiesysteem dat bij dieren bekend is.

Zo kan een verkenster vijf verschillende boodschappen aan haar zuster doorgeven. Voor de boodschap: 'ik heb daar-en-daar voedsel ontdekt', legt ze met een van haar klieren een geurspoor van de buit naar het nest. Ontmoet ze daarna een collega-werkster, dan schudt ze haar kop heen en weer en trilt met de antennes op haar kaken. Bij vloeibaar voedsel opent ze haar bek en laat de zuster even proeven, waarna die snel het spoor volgt. Het aanwijzen van een vijand gaat met het leggen van een gestippeld geurspoor.

De Wevermieren hebben een primitief soort grammatica in hun chemische taal. De 'woorden' kunnen in een verschillende volgorde worden gezet, waarmee ze een andere betekenis krijgen.

Als een werkster op het territorium van een vijandelijke kolonie stoot, dan geeft ze met de grote gifklieren in haar kop een mengsel van vier chemische verbindingen af. Die verdampen met ongelijke snelheid, waardoor een in de buurt zijnde zuster de substanties na elkaar waarneemt. Eerst ruikt ze een stof, die als het ware 'let op!' betekent. Op zoek naar verdere geurstoffen beweegt ze met haar antennes heen en weer. Als ze daarna de tweede verbinding opsnuift, dan is dat het teken om op zoek te gaan naar de bron van het gevaar. De volgende feromoon lokt de werkster nog sterker aan en maakt haar zo agressief, dat ze in alle onbekende voorwerpen bijt. Dicht bij haar doel dringt nog een vierde chemische verbinding tot haar door, wat de agressieve drang om aan te vallen nog sterker maakt.

Met hun uitgebreide communicatienetwerk verdedigen Wevermieren hun territorium alsof het om een zwaarbewaakte gevangenis gaat. Ze vernietigen alle indringende mieren en bijna alle insekten die ze de baas kunnen. Liggen er twee Wevermierkolonies naast elkaar, dan ontstaat in het grensgebied een niemandsland waar geen mier levend doorkomt.

Van de chemische communicatie is ook prachtig misbruik te maken. Zo zetten sommige Amazonemieren bij hun aanval op een naburig gelegen kolonie regelrechte propagandamiddelen in. Daarbij verspreiden ze uit een sterk vergrote klier in hun achterlijf een feromonenmengsel op en rond het vijandelijke nest dat onder de verdedigende werksters sterke tweedracht zaait. De pseudoferomonen lijken op de echte alarmsignalen van de slachtoffers, maar de verbinding roept een veel te sterke reactie op, waardoor ze doelloos doorelkaar heen rennen.

Een echte nachtmerrie voor elke mier is de roofwants Acanthapsis concinulla. De wants jaagt als een wolf in schaapskleren op de Vuurmier. Hij isoleert en vangt telkens maar één werkster tegelijk, waarna hij haar met zijn scherpe steeknaald doorboort, een verlammend gif inspuit en haar uitzuigt. Dan sjort hij het uitgemergelde lichaam op zijn rug en maakt het daar vast. Het schild van een paar verzamelde mierenlijkjes geeft hem een uitstekende dekmantel. De geur van al die Vuurmieren bijelkaar trekt zelfs nieuwe werksters aan, die door de aanwezigheid van hun nestgenoten nieuwsgierig zijn geworden.

Ondanks deze kans op misbruik is communicatie langs chemische weg meestal een zaak van levensbelang. Alleen met hun flitsende verdedigingsstrategie slagen de Pheidole dentata erin om redelijk vreedzaam naast grote kolonies Vuurmieren te leven. Gaat er er met het doorseinen van informatie een keer iets fout en slagen een paar werksters van de Vuurmier erin terug naar hun nest te komen, dan is de hele opzet mislukt en volgt onvermijdelijk een grote veldslag.

Tegen de grote overmacht aan Vuurmieren maken de Pheidole-soldaten dan geen schijn van kans, maar hoe meer vijandelijke werksters er op het slagveld verschijnen, hoe meer soldaten er wild om zich heen bijtend het slagveld opstormen. De kleinere Pheidole-werksters mengen zich nauwelijks in het strijdgewoel.

Als de Pheidole-soldaten zulke sterke verliezen hebben geleden dat de totale ondergang niet lang meer op zich zal laten wachten, beginnen ze met de terugtocht. Daarbij sluiten hun rijen in een halve cirkel rond de ingang van het nest. Terwijl dat gebeurt, bereiden de Pheidole-werksters een laatste vertwijfelde reddingsoperatie voor.

Door de naderende Vuurmier-invasie raken steeds meer van hen in een staat van grote opwinding. Ze rennen door de nestkamers en galerijen, leggen geursporen en brengen zo steeds meer nestgenotes in de alarmtoestand.

De activiteit neemt met sprongen toe. De stijgende spanning eindigt in een op een explosie lijkende reactie. In een minutenlang aanhoudende totale chaos rennen de kleine werksters ieder voor zich met een paar eitjes uit het nest, dwars door het oorlogsgeweld tot achter de vijandelijke linies. Als een paar van die werksters erin slagen een of twee maanden in leven te blijven, dan lukt het om een nieuwe generatie soldaten groot te brengen en kunnen de Pheidole hun kolonieleven voortzetten.

Tegen de Vuurmieren worden dan geen strafexpedities ondernomen. Want zodra de lucht is opgeklaard en alle feromonen zijn verdwenen, is er niemand die zich nog een veldslag kan herinneren. Mieren zijn niet wraakzuchtig.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie