Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Muziek naar boven en op de begane grond

Home

door Wilfried van der Bles

Zijn stem is bekend van de radio. Wie hoort er bij? En wat heeft hij te vertellen over zichzelf en zijn werk? Aflevering 3: Wim Bloemendaal (67, VPRO) van het zeer eigenzinnige programma 'De gezamenlijke zenders Peazens & Moddergat', op het zeer eigenzinnige tijdstip van zes uur 's ochtends, elke werkdag.

Trots showt hij zijn verzamelingen. Kijk, daar in de woonkamer staat een Sunbeam, een fiets uit 1919 met zes versnellingen. Veertig klassieke fietsen heeft hij in totaal. Ze staan in de hal en boven en hij gebruikt ze allemaal van tijd tot tijd. En daar in de vitrinekast bevinden zich zijn Bugatti's, speelgoedautootjes. In de studeerkamer staat de rest van zijn pakweg duizend Dinky Toys te pronk. Gek is hij ook op Franse modeltreinen.

,,Een vriend zei eens tegen me: als het maar wielen heeft, ben jij geïnteresseerd'', zegt Wim Bloemendaal (67), radiomaker van de VPRO. Vanwaar die verzamelwoede? Voer voor psychologen. Bloemendaal zelf waagt zich liever niet aan dieptepsychologische verklaringen. Vooruit, ééntje dan. Die Dinky Toys: zou heel goed kunnen dat dat een compensatie is voor het gemis aan speelgoedautootjes in de oorlog. De drang om te verzamelen lijkt bij Bloemendaal in elk geval niet voort te komen uit angst, uit een behoefte om weg te vluchten uit de werkelijkheid. In dat geval zou hij een vereenzaamde, stille, in zichzelf gekeerde zonderling moeten zijn. Maar zo zit hij niet in elkaar. Hij is spraakzaam, communicatief, een tikkeltje eigenaardig misschien, maar van fanate gekken die alleen maar over hun hobby kunnen praten, moet hij niets hebben.

,,Ik heb contacten met andere fietsenverzamelaars. Maar ik zou er niks aan vinden als ze alleen maar geïnteresseerd zijn in oude fietsen. Niks vervelender dan het alleen te hebben over de nippeltjes. Elk jaar ga ik naar Birmingham om daar te logeren bij David. Het zou toch tragisch zijn om met hem alleen over fietsen te praten. Als een echte Engelsman onderkent hij gelukkig dat hij een redelijk absurde hobby heeft.''

Bloemendaal is 67 jaar en zou dus allang met pensioen kunnen zijn. Maar nee, nog steeds is hij op werkdagen iedere ochtend om zes uur te beluisteren op Radio 4 met zijn programma 'De gezamenlijke zenders Peazens & Moddergat', zo genoemd naar twee piepkleine Friese dorpjes boven aan de dijk tussen Dokkum en Lauwersoog. Bloemendaal: ,,De VPRO heeft me gevraagd of ik door wilde gaan. Erg leuk. Muziek is een hobby van me.''

Dat is niet te veel gezegd. Naast al die andere verzamelingen heeft hij een indrukwekkende collectie oude platen met muziek uit alle windstreken en uit alle tijden.

De programma's worden -twee keer per week- van tevoren opgenomen, zodat Bloemendaal zelf niet om zes uur 's ochtends in de studio aanwezig hoeft te zijn. Hij is befaamd om de manier waarop hij, al associërend, pakweg middeleeuwse dansmuziek uit Italië via bedoeïenenmuziek uit de woestijn in verband kan brengen met country & western; uit de Verenigde Staten. Om maar iets te noemen.

Bloemendaal: ,,Ik wil geen grenzen aanbrengen tussen verschillende soorten muziek. Klassiek of folklore: het hangt allemaal met elkaar samen. Er is eigenlijk maar één echte scheiding: die tussen wereldlijke en geestelijke muziek; muziek 'naar boven' en die 'op de begane grond'.''

,,Van sommige soorten muziek hou ik niet. Dat staat als een paal boven water. Met André Hazes heb ik niets. Daar zijn andere radiostations voor. Het gaat mij erom de luisteraar de wereld van de muziek te laten ontdekken. Hazes kennen ze wel.''

,,Het tragische is dat wat ik doe weerzin opwekt. Ik zit op Radio 4, de klassieke zender. Onder politieke druk wordt nu gelet op marktaandeel. Maar daar moet je als publieke omroep helemaal niet over willen praten. Het is toch leuk om muziek te laten horen die je elders niet hoort? Nu bestaat er de neiging: waar houden de luisteraars van? Mozart? Dan krijgen ze Mozart. Er gaan stemmen op om de luistercijfers op Radio 4 op te vijzelen, om de zender om te bouwen tot een populair-klassieke zender. Dat is de dood in de pot. 't Management houdt te weinig rekening met de creativiteit van de makers. Daar wordt nooit over gepraat. Stel dat ze me een muziekprogramma willen laten maken alleen over de romantiek. Dat wil ik niet. Ik wil nu juist die ontdekkingstocht voor mijn luisteraars.''

Sinds 1 december 1964 werkt Bloemendaal bij de publieke omroep. Hij was onderwijzer. Op een reis naar Berlijn raakte hij in contact met mensen van de Vara. André van der Louw haalde hem naar die omroep, om daar te gaan werken voor de gids. In 1973 begon hij 'Truck', een programma voor vrachtwagenchauffeurs. ,,Ik had contact met die chauffeurs. Ze lazen geen kranten. Hun informatie moesten ze van de radio halen. Daar ben ik ingedoken met het programma 'Truck'. Ik gaf vooral informatie over hun beroep. Daar waren veel misstanden. Maar na elf jaar (elke woensdagochtend om halfvijf) hield ik het voor gezien. Je moet je eigen nieuwsgierigheid op peil houden. Zodra je zelf de antwoorden weet op alle vragen, houdt het op. Er veranderde niets in die wereld. Elke generatie jonge chauffeurs kwam weer met dezelfde vragen.''

,,Daar kwam bij dat de Vara en ik langzaam uit elkaar groeiden. De Vara veranderde. Het wás een rooie omroep. Maar toen Van den Heuvel kwam, die dominee, werd het anders. De Vara moest populairder worden. Ik zat destijds op Hilversum drie. De freelance-dj's daar wilden natuurlijk zoveel mogelijk uren draaien. Ze zeiden: die Bloemendaal is in vaste dienst; die kan z'n praatje voor de chauffeurs ook wel in vijf minuten houden. Daar kon ik heel slecht tegen. Toen ben ik weggegaan bij de Vara om les te gaan geven in het maken van radioprogramma's. In 1989 ben ik overgestapt naar de VPRO. Eerst begonnen met een nachtprogramma met een soort jamsessions voor groepen die toevallig in Nederland waren. Daarna kwam 'Peazens en Moddergat'.''

Bloemendaal hééft iets met Friesland. ,,Mijn vader was een joodse jongen uit Leeuwarden, getrouwd met een Friese boerendochter. Mijn ouders hadden elkaar leren kennen via de AJC, de socialistische jeugdbeweging, waarvan mijn vader de penningmeester was. Haar vader, mijn opa, was dus een rooie boer. Heel bijzonder. In 1941 zag mijn vader de bui al hangen. Mijn ouders vertrokken naar Drachten om daar tot januari 1946 te blijven. Daar zaten ze in het verzet. Omdat mijn vader gemengd gehuwd was maakten de Duitsers het hem niet moeilijk.''

Aan het joodse geloof werd thuis niets gedaan, aan het socialisme des te meer. Zijn ouders zijn typische voorbeelden, zegt Bloemendaal, van joden die hun geloof hadden ingeruild voor het socialisme. ,,Vermoedelijk hebben ze gedacht: als we zo lang op de Messias moeten wachten, gaan we hier op aarde zelf maar een paradijs creëren.''

De zoon is inmiddels de weg terug ingeslagen, terug naar het joodse geloof. 'Uitgekomen', zoals hij dat zelf noemt.

Deel dit artikel