Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mozart was geen poederdozen-componist maar een kamikazepiloot

Home

Edo Sturm

Wolfgang Amadeus Mozart was een genie. Geen musicus die daar aan twijfelt. Maar wát maakt hem tot een genie? Aan de vooravond van Mozarts 250ste geboortedag doen vier musici een poging Mozart te ontraadselen.

Luister naar de Mozartfragmenten

’De ultieme vrijheid in de muziek’

’Het mysterieuze van Mozart is dat het lijkt of hij muziek schrijft zoals hij praat.” Componist en dirigent Micha Hamel besloot componist te worden na het zien van de film ’Amadeus’. Hij kijkt naar de muziek van Mozart met de blik van een componist. Dat Mozart een bijzonder genie was, staat voor hem vast. Terwijl Hamel componeren omschrijft als een oefening in nederigheid, sprongen bij Mozart de ideeën zo in het hoofd. „Denken en schrijven gaat bij hem één op één, ongeveer zoals wij een e-mail schrijven. Daar gaan we niet eerst over nadenken. We beginnen gewoon: ’Hallo, hoe gaat het met je? Ben je nog daar of daar naartoe geweest? Trouwens, heb je dat boek al uit dat je van me geleend hebt?’ Dan maak je nog een grapje dat spontaan in je op komt en je sluit af.”

„Dat levende denken zie je terug in Mozarts werk. Het is of iemand tegen je praat. Er valt in zijn muziek niet veel te analyseren. Pas aan het eind van zijn leven zie je af en toe een architectonisch plannetje ontstaan met wat complexere structuren zoals fuga’s, maar meestal ben je musicologisch gauw klaar. Heel anders dan Beethoven, bij wie je het compositieproces juist heel goed kunt waarnemen. Beethoven verzon een thema, herhaalde het in verkorte vorm, nam een tweede thema, nam de koppen van de twee thema’s bij elkaar, ging verder met het ritme ervan, enzovoorts. Dat soort processen vind je bij Mozart niet. Je snapt bij hem niet waarom het ene stuk muziek na het andere komt. En toch worden zijn stukken een eenheid.”

„Neem het begin van het Divertimento KV 138. Dat begint met een melodie die twee keer wordt gespeeld, met het slot iets veranderd. Een gewone componist zou daarna iets doen met het materiaal van dat melodietje, maar Mozart doet iets compleet anders: een allegro-achtig thema met mooie tegenstemmen. Gaat hij daar dan mee verder? Nee, er komt weer iets anders. Dat wordt herhaald en dan volgt weer een compleet ander stukje met grote sprongen erin. Dan komen er vier maten met een fuga, die nergens vandaan komt, we gaan door naar een onschuldig niets-aan-de-handmelodietje en sluiten af met weer wat anders. Twee pagina’s met zeven verschillende stukjes die niets met elkaar te maken hebben. En toch werkt het!”

„Zijn muziek klinkt als de ultieme vrijheid. Je hebt het idee dat de muziek na elke zin alle kanten uit kan. Maar Mozart beslist en dus wordt het zo en niet anders. En Mozart kiest altijd het goede, dat is zijn talent. Al is het architectonisch niet doorwrocht, zijn keuzes kloppen altijd, omdat het psychisch klopt. Men zegt wel eens: een roman schrijft zichzelf, want uit het een volgt het ander. Bij Mozart is dat niet zo. Je hebt het gevoel dat zijn muzikale personages volkomen vrij zijn. En toch handelen ze volkomen logisch. Want Mozart is een psycholoog. Daarom is hij zo’n goede opera-componist. Hij kan in zijn personages gaan zitten en precies weten wat ze kunnen doen. Binnen de muzikale regels van zijn tijd had Mozart alle vrijheid.”

’Altijd dat moment van ontroering’

’Bij Mozart heb je altijd de combinatie tussen speelsheid en weemoed. Er is altijd een element van spanning en diepgang. Hij maakt van ieder themaatje een boeiend verhaal. Daarin onderscheidt Mozart zich van andere componisten. Bovendien is zijn muziek altijd goed gedoseerd. Alles heeft een reden en er staat geen noot te veel. Dat was al het geval in de stukken die hij als achtjarige componeerde in Londen. Het is verbijsterend, er zit geen slechte of oninteressante melodie bij. Het is allemaal mooi en origineel.”

Fortepianist Bart van Oort heeft het afgelopen jaar alle pianowerken van Mozart opgenomen, inclusief de vierhandige. Op 27 januari komt de box uit.

„Mozart schreef heel makkelijk. Hij plukte hele sonates uit de lucht en hoefde niet te worstelen met de materie. Mijn favoriete anekdote over Mozart komt uit een brief die hij schreef aan zijn zus Nannerl, waarin hij aanwijzingen geeft over de prelude en fuga die hij voor haar heeft geschreven. Hij schrijft: ’De prelude en fuga staan in de verkeerde volgorde genoteerd. Dat komt omdat ik eerst de fuga heb gecomponeerd. Tijdens het opschrijven van de fuga componeerde ik de prelude.’ Zo gemakkelijk ging het componeren hem af! Het lastige voor de uitvoerder is dat het zo ook moet klinken. Als het klinkt naar worstelen wordt het niets met Mozart.”

Mozart wordt vaak heel luchtig en elegant gespeeld. Maar dan mis je volgens Van Oort de kern van Mozart, want er zit volgens hem juist heel veel drama in zijn muziek.

„De Fantasie KV 475 voor piano is één van zijn donkerste stukken. Het begint zoals alle fantasieën met zoeken. Dat doet Mozart gedurende twee pagina’s op een geweldige manier. Dat zit ’m in de harmonische ontwikkeling: hij begint in c-klein, herhaalt de frase een toon lager en nog eens een toon lager. Dat kan volgens de harmonische regels eigenlijk niet. Je voelt je als luisteraar dan ook verdwaald. Maar Mozart doet het zelfs nog een keer. En zodra je denkt dat je de weg weer gevonden hebt, gaat het een andere kant op. Wat je verwacht, gebeurt niet. Op zeker moment reken je op een explosie, maar komt er een implosie. En na bijna twee pagina’s zoeken, bevind je je in fis. Verder weg van c-klein kun je niet komen, het is het zwarte gat van de harmonie. Het wonderlijke is dat het heel improviserend klinkt –ik weet zeker dat Mozart dit improviserend heeft gecomponeerd– en toch besef je aan het eind van deze passage dat hij hier doelgericht op af gestuurd heeft. Het mooiste van het stuk is de ontlading, vlak voor het eind. Na een enorme climax houdt Mozart op met zingen en gaat spreken, het wordt een recitatief. Dat is zo geweldig goed gedaan. De expressie is te groot, waar moet je heen met je energie na die vorige passage? Dat spreken, zoals ik dat noem, is een geweldige ontlading. Dat is het mooie van Mozart: de verrassingen die toch goed zijn voorbereid.”

’Mozart zegt heel veel met weinig noten’

’Toen ik een beginnende tiener was, had ik niets met Mozart. Ik wist dat het een belangrijk componist was, maar ik had geen band met hem. Dat veranderde rond mijn zeventiende, toen ik voor de tweede keer zijn vioolconcerten begon te studeren. Toen pas begon ik ervan te houden, want daarvóór was ik technisch niet goed genoeg om met zijn rijkdom aan ideeën om te gaan.”

De 22-jarige violiste Julia Fischer nam vorig jaar met het Nederlands Kamer Orkest twee vioolconcerten van Mozart op. Ze is inmiddels totaal overtuigd van het genie van Mozart, maar het heeft haar niet dichter gebracht bij een antwoord op de vraag wat Mozart tot een genie maakt. „Bach had het complexe polyfone weefsel als specialiteit, bij Schubert zijn dat de prachtige melodieën, bij Beethoven de bijzondere architectuur van zijn werken.”

„Maar van Mozart kun je niets speciaals aanwijzen dat hem tot een genie maakt. Zijn melodieën zijn wel mooi, maar nooit uitzonderlijk. De harmonieën die hij gebruikt, zijn zo eenvoudig dat elke student ze kan toepassen. Hij doet eigenlijk nooit veel anders dan anderen uit zijn tijd. En toch springt het er duidelijk uit. Er is één detail waaraan ik altijd Mozart herken: bij Mozart krijgt de derde tel in een vierkwartsmaat in veel gevallen geen nadruk. Hij zet er juist vaak een rust. Dat is typisch Mozart, maar verklaart nog niet zijn genie.”

„Ik denk dat het geniale van Mozart is dat hij zoveel kan uitdrukken met zo weinig noten. Je voelt in zijn muziek nooit een teveel aan noten, de balans is altijd precies goed. Ook melodie en ritme zijn altijd in harmonie. Die perfectie is meteen een groot gevaar. Als Mozart slecht wordt gespeeld, is het vreselijk saai. Een Schubert-melodie is slecht gespeeld toch mooi, Mozart heeft een goede interpretator nodig. De pianist Glenn Gould hield niet van Mozart. Hij zei altijd: ’Mozart stierf te laat in plaats van te vroeg’. Als je luistert naar hoe Gould Mozart speelde, ga je dat zelf ook denken.”

’Geen vernieuwer, wel een revolutionair’

Bart Schneemann, hoboïst en artistiek leider van het Nederlands Blazers Ensemble, heeft iets bijzonders met Mozart. „Wat mij in hem aantrekt, is dat hij het vermogen heeft je non-stop te boeien. Hij weet je voortdurend te verrassen, te ontroeren, te verbazen en op het verkeerde been te zetten.”

„Vroeger beschouwden we Mozart als een brave poederdozen-componist. Aan dat beeld heeft de oude- muziekbeweging veel veranderd. Ik zie hem nu als een kamikaze-piloot, als een recalcitrante, treiterende opdonder. Hij doet nooit wat je verwacht. Als hij een pauze inlast, is dat op een moment dat je het niet verwacht. Wij horen dat tegenwoordig niet zo goed, we kennen die taal minder. Maar als je zoals zijn tijdgenoten de hele dag doorsnee Salieri hoorde, moest het je wel opvallen dat hij altijd de niet voor de hand liggende oplossing koos. Maar het was wel altijd briljant.”

Schneemann kent Mozart weliswaar niet persoonlijk, maar weet toch zeker dat Mozart moet hebben geweten hoe bijzonder zijn talent was. „Alles wat hij aanraakte, werd goud. Maar het was niet iemand aan wie je het genie af kon lezen. Het was een klein, beetje onooglijk mannetje, geen Marlon Brando, die bij binnenkomst de aandacht trok. Hij moet daaronder geleden hebben. Dat voortdurend willen blijven boeien in de muziek, kan daar mee te maken hebben.”

De serenade voor blazers ’Gran Partita’ is een centraal stuk in het repertoire van het Nederlands Blazers Ensemble. Vorig jaar hebben de musici het live op cd gezet. Schneemann kiest er zonder aarzelen zijn favoriete passage uit: de vijfde variatie uit het Andante met variaties. „Eerst hoor je een mooie, lange lijn. Dan speelt het hele ensemble een stevige hamerslag, een paar noten en nogmaals een hamerslag, weer wat noten en nóg een hamerslag. Daarop volgt een melodie en dan komt het mooiste stukje: twee bassethoorns en twee klarinetten zetten een kabbelend beekje in. Twee stemmen die tegen elkaar in heen en weer bewegen, dat is ongelooflijk mooi gecomponeerd. En tegelijkertijd zo simpel. Dat pretentieloze vind ik zo bijzonder van Mozart. Hij wil niet méér voorstellen dan hij is. Maar dit had niemand kunnen bedenken. Het is bijna impressionistisch, een schildering. Mahler heeft een vergelijkbaar stukje in ’Das Lied von der Erde’. Volgens mij heeft hij dat van Mozart afgekeken.”

Mozart had nooit complexe bouwwerken nodig om geniaal te zijn. Hij liet juist de simpelste drieklanken uitmonden in iets ontroerends. Hij was ook geen vernieuwer, want hij hield zich keurig aan de muzikale afspraken van zijn tijd. Toch vindt Schneemann hem een revolutionair. „Niet zoals Beethoven, bij wie je voelt dat de piano van die tijd hem te klein was geworden. Wel omdat hij creatiever en fantasievoller was dan enig andere componist.”

De eenvoudig ogende partituur verhult de diepgang in Mozarts werk, vindt Schneemann. „Neem het begin van de Zauberflöte. De opera begint met een wat duf klopritme. Je vraagt je af of hij niet een sterker begin kon bedenken. Maar het blijkt het ritme te zijn waarmee een vergadering van de vrijmetselaars werd opengehamerd. Er zijn wel vaker stukjes die hij begint met een platitude. Maar dan kom je bij de derde maat en denk je ’Geweldig!’ Zelfs zijn platitudes hebben altijd een reden.”„Als kind hield ik ook niet zo van Mozart: ik was er gewoon niet goed genoeg voor. Mozart vereist een totale beheersing van je instrument. Als je naar de partituur kijkt, ziet het er relatief eenvoudig uit. Toch is het heel moeilijk, omdat hij in een korte tijd veel verschillende thema’s neerzet met uiteenlopende karakters. Om die verschillende stemmingen zo snel weer te kunnen geven, moet je heel goed zijn.”

Een van Fischer’s favoriete stukken is het Adagio uit het derde vioolconcert in G. „Een heel expressieve melodie, net een opera-aria. Eigenlijk is Mozart altijd een opera- componist, ook in zijn vioolconcerten. Je kunt het zingen, je moet het zingen zelfs. Misschien is het geniale wel dat je niet precies de vinger kunt leggen op het geniale van Mozart. Bij Beethoven kun je zien hoe het werkt, maar Mozart blijft net als Bach een geheim.”


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel