Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Moslims en democratie: het kan wel degelijk

Home

Jan Jaap de Ruiter en arabist aan Tilburg University

De Tunesische president Moncef Marzouki maakt het vredesteken na het tekenen van de nieuwe grondwet. © ap

Ik heb het altijd al gezegd: islam en democratie gaat niet samen, maar moslims en democratie wel. Het bewijs daarvoor werd deze week geleverd door het aannemen van een nieuwe grondwet door het Tunesische parlement.

De nieuwe grondwet  wordt gezien als een van de meest vooruitstrevende in de regio en garandeert gelijke rechten voor mannen en vrouwen. De uitvoerende macht is in een goede machtsbalans verdeeld tussen de minister-president die het primaat heeft op het binnenlandse beleid en de president, die met name op de terreinen van defensie en buitenlandse zaken invloed heeft. De islam wordt niet genoemd als bron van wetgeving, maar wel erkend als godsdienst van het land.  De staat garandeert de vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting,  zij het dat het aanvallen van religie  verboden is, en dat kan als een minpunt worden beschouwd. Een ander minpunt is dat de doodstraf niet afgeschaft wordt.

Turbulente periode
Deze grondwet is aangenomen door een constituerend parlement dat in oktober 2011, negen maanden na de val van dictator Benali, werd gekozen en waarin de islamitische Nahdapartij (Wedergeboorte) 37,04% van de stemmen kreeg en daarmee 89 zetels van het in totaal 217 zetels tellende parlement. De regering die daarop gevormd werd bestond uit een coalitie van genoemde Nahdapartij met twee centrum-linkse partijen waaronder de Ettakatolpartij, die samen 49 zetels bezetten. Het land overleefde twee politieke moorden op centrum-linkse politici, en onder druk van de publieke opinie werd er uiteindelijk een technocratische regering gevormd.

De rol van de Nahdapartij
Opvallend in al deze ontwikkelingen is de rol van de islamitische Nahdapartij. Zij was en is de grootste in Tunesië. Toch stemde ook zij toe in een grondwet die de sharia niet als bron van wetgeving noemt en die voorziet in de juridische gelijkheid tussen man en vrouw, beide ongeëvenaard in de rest van de Arabische wereld. Dat kritiek op religie verboden is, is zeker een minpunt, maar in een land waar religie een hoge status geniet, is het helemaal niet zo onlogisch. Het voorkomt hopelijk polarisatie waardoor de aandacht in het debat in de samenleving verlegd kan worden naar veel belangrijkere punten als de vraag hoe de economie weer op poten te krijgen.

De goedkeuring van de grondwet
Wat was de motivatie van de Nahdapartij om deze grondwet goed te keuren? Commentatoren melden dat de gebeurtenissen in Egypte door islamitische Tunesische politici ervaren werden als een afschrikwekkend mene tekel. Moslimbroederpresident Morsi maakte vanaf het begin van zijn mandaat flink werk van zijn islamiseringsprogramma van het land, verwaarloosde de economie en werd uiteindelijk na enorme massademonstraties in het land door het leger afgezet. Het is nog maar de vraag of het in Egypte ooit goed komt met de democratie. Een ander oorzaak zou gelegen zijn in het feit dat veel Nahdaleiders tijdens de dictatuur van Benali -noodgedwongen- verblijf hielden in Europa, met name in Frankrijk en dat zij in die periode de voordelen van een functionerende democratie hebben gezien en dat gedachtegoed, eenmaal terug in Tunesië, toegepast hebben. Het woord democratie mag dan een Griekse origine hebben, Europese landen als Engeland en later Frankrijk zijn toch echt de bakermat van de moderne democratie.

Tenslotte kende Tunesië al een seculiere traditie waar de eerste leider van het land Habib Bourguiba reuze stappen zetten om religie zo veel als maar mogelijk is te marginaliseren in straatbeeld en wetgeving. De positie van vrouwen was ook in zijn tijd al ongekend vrij.

Het compromis, sleutel tot de democratie
De belangrijkste vaststelling is evenwel dat de politieke  leiders van zowel de islamitische als de centrum-linkse partijen elkaar gevonden hebben in het compromis en het compromis is het handelskenmerk bij uitstek van de democratie. Daarmee heeft Tunesië zich een ware democratie getoond en de grootste lof daarvoor gaat naar de grootste partij die het land heeft: de islamitische Nahdapartij.

Het voorbeeld van Tunesië is van groot belang voor de rest van de Arabische wereld. Veel cynische critici spreken van een Arabisch Winter en daarbij wijzen ze op het ontstellende drama in Syrië, de droevige lotgevallen van de democratie in Egypte en het vermeende onvermogen van moslims om een democratie te vestigen. Maar, en ik heb dat zelf ook keer op keer herhaald, de geest van de democratie kwam in 2011 uit de fles en hij begeestert nog steeds veel mensen. Tunesië is er een voorbeeld van. En omdat de Arabische Lente bij Tunesië begon, is het niet ondenkbaar dat andere Arabische landen -ooit- ook hierin het kleine land gaan navolgen.

Deel dit artikel