Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Moslimpatiënt wil fatale diagnose vaak niet horen

Home

Roukayya Oueslati

Nederlandse artsen zijn verplicht hun patiënten goed te informeren. Voor moslims is die directheid soms moeilijk. © anp
Opinie

Moslims hebben vaak moeite met de directheid van Nederlandse artsen over hun naderende levenseinde, schrijft Roukayya Oueslati. Zij roept de medici op tot wat meer tact.

Artsen worden vaak benaderd door naasten van moslimpatiënten met het verzoek de diagnose van een ongeneeslijke ziekte niet aan de patiënt te vertellen. De familie wil hiermee voorkomen dat de patiënt de hoop verliest. Nederlandse artsen komen hierdoor in een spagaat terecht, want wettelijk zijn ze verplicht patiënten te informeren, behalve in uitzonderlijke situaties. Deze spagaat komt voort uit de verschillende medisch-ethische paradigma's voor zorgprofessionals enerzijds en moslimpatiënten anderzijds.

De westerse medische ethiek is gestoeld op vier principes. De eerste twee zijn ontleend aan de hippocratische traditie: 'wel doen', ofwel in het belang van de patiënt handelen, en 'niet schaden', wat inhoudt dat medisch handelen de patiënt niet mag schaden. Het derde principe, respect voor de autonomie van de patiënt, is sinds de jaren vijftig steeds centraler komen te staan. Artsen stellen zich steeds minder paternalistisch en meer patiëntgericht op. De patiënt wordt geïnformeerd, zodat hij of zij zélf kan kiezen tussen verschillende behandelmogelijkheden. Het laatste principe, rechtvaardigheid, moet voor iedereen een gelijke toegang tot de zorg waarborgen.

Profeet Mohammed
Voor de islamitische medische ethiek vormen de Koran en de overleveringen over het leven van de profeet Mohammed de primaire bronnen. Om regels af te leiden voor nieuwe ontwikkelingen worden ook secundaire bronnen ingezet, zoals analogisch doorredeneren op basis van bestaande regels, consensus tussen moslimgeleerden, het beginsel van 'het goede bevorderen en het slechte voorkomen', en het in acht nemen van het maatschappelijke belang.

Hoewel de islamitische en westerse medische ethiek veel waarden delen, verschillen ze soms in het stellen van prioriteiten. Een belangrijk verschil is dat de arts-patiënt-relatie in de moslimwereld doorgaans meer bevoogdend is. Zeker bij terminale patiënten zijn artsen in moslimlanden geneigd de diagnose achter te houden. Zo vertellen artsen in Libanon hun patiënt liever niet dat hij aan vergevorderde kanker lijdt. Vaak is er een familielid dat als zaakwaarnemer van de patiënt optreedt, zodat de patiënt niet onnodig psychisch lijdt door de diagnose te weten.

Ook in Iran wordt de patiënt beschermd tegen slecht nieuws. Daar communiceren artsen vooral met aangetrouwde familie van de patiënt, omdat directe verwanten te emotioneel betrokken zijn. Bij voorkeur wordt de diagnose aan één aangetrouwd familielid verteld, om te voorkomen dat meerdere versies van de diagnose in omloop komen.

In Gods handen
Door de diagnose soms niet aan de patiënt te vertellen, wordt het principe van 'niet schaden' in deze landen boven dat van de autonomie van de patiënt gesteld.

Ook hebben moslimpatiënten vaak moeite met de directheid van Nederlandse artsen over hun levensverwachting. Een uitspraak als "U heeft niet lang meer" valt slecht. Want alleen God weet wanneer de dood komt. Zo zeggen artsen in Marokko tegen uitbehandelde patiënten dat ze hebben gedaan wat ze konden en dat de patiënt in Gods handen is.

Nederlandse zorgprofessionals zullen de komende jaren meer kennis moeten verwerven over de gevoeligheden bij moslimpatiënten rondom het levenseinde en andere medische kwesties. En zij doen er goed aan om in hun woordkeuze, zeker bij terminale patiënten, alvast rekening te houden met deze gevoeligheden.

Roukayya Oueslati: docent en onderzoeker aan de Universiteit Leiden

Lees verder na de advertentie
Mos­lim­pa­tiën­ten hebben vaak moeite met de directheid van Nederlandse artsen over hun le­vens­ver­wach­ting

Deel dit artikel

Mos­lim­pa­tiën­ten hebben vaak moeite met de directheid van Nederlandse artsen over hun le­vens­ver­wach­ting