Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Moravische broeders in zaken

Home

Marius Bremmer

Volgelingen van de Moravische kerkhervormer Johannes Hus trokken in de 18de eeuw via Duitsland naar Suriname om te kijken 'of er iets onder de wilden en de Moren voor de Heiland te winnen zou zijn'. Opbrengst: de Evangelische Broedergemeente én een miljoenenbusiness. Nieuwste initiatief: ecotoerisme.

Hotel Krasnapolsky in Paramaribo, downtown aan de Domineestraat, is het op één na grootste logement van Suriname. Enig aandeelhouder is de holding 'C. Kersten & Co', op haar beurt eigendom van de statutair in Zeist gevestigde Moravian Church Foundation (MCF). Het eeuwenoude conglomeraat van bedrijven staat in Suriname voor belangrijke beslissingen, nu de economie er weer wat aantrekt. Vooral casino's doen het goed. Via Krasnapolsky wil C. Kersten & Co nu investeren in ecotoerisme. Knipogend zegt een concurrerend hotelhouder: ,,Casino's passen niet in de core business van het Kruis.”

Krasnapolsky is geliefd bij Nederlandse zakenmensen en toeristen: prima bedden en vanaf het dakterras-met-zwembad fraai uitzicht over de Surinamerivier en de omstreden drs. J. Wijdenboschbrug. Hoewel er geen zakelijke banden zijn, lift het Surinaamse 'Kras' onopzettelijk mee met het magische imago van het gelijknamige vijfsterrenhotel op de Dam. Hotelmanager Rein Voigt: ,,We zitten met onze 84 kamers klem in het centrum van de stad. Ecotoerisme biedt expansiemogelijkheden en het is daarnaast mooi meegenomen dat rentmeesterschap, natuur en milieu als christelijke waarden een rol spelen in dit bedrijf.”

,,C. Kersten & Co bezit de historische plantage 'Berg en Dal' aan de Surinamerivier”, zegt Voigt, ,,pakweg 80 kilometer buiten Paramaribo richting het stuwmeer. Een lap grond van liefst 2470 hectare. We mikken op de aanleg van een viersterren Jungleresort met Ecolodge.”

Behalve het hotel bezit de holding onder meer cement- en betonbedrijven, het Toyotadealership en een warenhuis. Een dochterbedrijf importeert met succes zwaar materieel voor de mijnbouw.

Voigt verwacht animo voor het eco-toerisme in de sector van de duurdere reizen. ,,Tot nu toe zijn draagkrachtige toeristen aangewezen op kostbare vliegtrips naar primitieve toestanden in de binnenlanden. Niet iedereen is gecharmeerd van het worstelen met een klamboe en het bungelen in hangmatten.”

De Moravian Church Foundation zelf zetelt in een kleine, maar met designmeubilair ingerichte kantoorunit in Amsterdam Zuidoost. Fiscaal jurist mr. R. M. I. Kensenhuis (66) is er directeur van wat formeel 'MCF Business Enterprises BV' heet. Als geen ander kent deze geboren Surinamer en meelevend lid van de Evangelische Broedergemeente in Amsterdam de achtergronden van de combinatie kerk en kapitaal. De charmante, gesoigneerde Kensenhuis: ,,In het begin van de 18de eeuw bood de adellijke en zeer gelovige Ludwig Graff von Zinzendorff een safe haven voor de protestantse volgelingen van Johannes Hus uit Moravië en Bohemen. Op zijn Saksische landgoed leefden die vrij 'unter des Herrn Hut', onder de hoede van de Heer. Dat verklaart de naam Hernhutters.”

Kensenhuis vervolgt zijn college:

,,Bij de kroning van de Deense koning in 1731 ontmoette Zinzendorff voor het eerst een vrijgelaten slaaf uit het Caribisch gebied. Hij raakte onder de indruk van zijn verhaal over de slavernij. Later trokken Moravische broeders naar Suriname met de opdracht te onderzoeken 'of er iets onder de wilden en de Moren voor de Heiland te winnen zou zijn'.”

Kensenhuis moet er als nazaat anno 2004 om grijnzen. De formule die men daarbij koos was 'paulinisch', zoals hij het noemt. ,,Men wilde werkend het Evangelie prediken, net als de apostel Paulus.”

De eerste Moravische broeders in Suriname schaften in 1768 een stuk grond aan ,,waarop gevestigd zouden worden: een woon-tevens bedrijfspand, een begraafplaats en een kerk”, citeert Kensenhuis oude stukken. ,,De toevallige ondertekenaar van de koopakte heette C. Kersten, vandaar de bedrijfsnaam C. Kersten & Co voor onze Surinaamse bedrijven.”

Sinds 1894 was de zakelijke tak van de Evangelische Broedergemeente, tezamen met bezittingen in Zuid-Afrika, in Suriname ondergebracht in een Duitse stichting. Onmiddellijk na de Duitse inval in Nederland in mei 1940 confisqueerde de Nederlandse koloniale autoriteit dit 'vijandelijk vermogen'. Kensenhuis: ,,Na de oorlog kregen we ons bezit terug; we hebben het toen maar in een Nederlandse stichting ondergebracht, de 'Zendingsstichting der Evangelische Broedergemeente Uniteit'.” Dat werd later de Moravian Church Foundation.

,,Het bestuur is de laatste jaren bezig met een scherpe scheiding tussen kerk en zaken. Dat moest wel om slagvaardiger te kunnen managen”, zegt Kensenhuis, want de Moravische kerk met haar 'Uniteitsbestuur' kent kerkprovincies in Tanzania, de VS, Europa, de Antillen, Jamaica en 'voorzichtigjes' zelfs op Cuba. De MCF-handel breidde zich snel uit: autodealers, kantoorboekhandels, farmaceutische groothandel en meer op de Antillen, in Nederland en Duitsland reprografische bedrijven en een bedrijf dat kartonnen dozen bedrukt.

Kensenhuis wil niet zeggen wat de MCF waard is. ,,Het gaat om wat we ermee doen. Met de inkomsten uit onze bedrijven financieren we projecten binnen ons kerkgenootschap en daarbuiten, in alle mogelijke ontwikkelingslanden.”

Op de website van de MCF toont Kensenhuis fraaie beelden en lijsten met links naar organisaties in NoordIndia, Zuid-Afrika, Ramallah en uiteraard Suriname en de Antillen. ,,De erkentelijkheid die je ervaart als je iets doet is enorm. Door de splitsing van kerk en kapitaal hebben we veel meer mogelijkheden om partnerships aan te gaan met de ontvangers van onze middelen.”

Kensenhuis kwam na de decembermoorden in 1983 naar Nederland.

,,Daarna is de MCF hier mijn levenswerk geworden.” Over zijn vaderland: ,,Aruba en Curaçao waren jarenlang de kurk geweest waarop de MCF dreef, omdat de Surinaamse economie na 1982 instortte. We hopen dat de bedrijven van de holding C. Kersten & Co weer wat gaan oppakken. Behalve de plannen met ecotoerisme op plantage 'Berg en Dal' werken we daar nu ook aan een cassaveproject: grootschalige landbouw.”

In Paramaribo staat Rein Voigt te popelen. ,,Suriname trekt steeds meer toeristen, die ook graag een bezoekje aan de binnenlanden willen brengen. Aan de overnachtingen die we onze gasten later doorbrengen in het oerwoud verdienen we nu niets. Als we daar ook zelf accommodatie exploiteren, houden we de omzet binnen het concern en investeren we verder in de Surinaamse economie.”

Een Nederlands adviesbureau heeft gekeken of een jungleresort op Berg en Dal haalbaar is. Daarmee wil men in Suriname in aanmerking komen voor Nederlands steun aan duurzame ontwikkeling van het toerisme. Voigt vindt het plan daar goed bij passen.

,,We denken aan 60 lodges, dus redelijk kleinschalig. We hebben advies ingewonnen bij het Wereld Natuur Fonds en bij 'Conservation International'. We willen ook duurzaam bezig zijn op het gebied van energie en water. Dat betekent dat we zullen kiezen tussen stroom betrekken van het stuwmeer, het zelf opwekken met generatoren of zonne-energie.”

Deel dit artikel