Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mooie maar soms dubieuze collectie

Home

Martijn Eickhoff

Het jubilerende Allard Pierson Museum kreeg pas laat allure. De verzamelgeschiedenis roept behalve bewondering voor de collectie ook enkele ongemakkelijke vragen op over de herkomst van sommige objecten.

Het Allard Pierson Museum, dat onlangs zijn 75-jarig bestaan vierde, heeft nooit kunnen bogen op het bezit van wereldberoemde kunstwerken waar van heinde en ver bezoekers op af komen. Het hoofdstedelijke archeologische museum, dat aanvankelijk zetelde in een oud schoolgebouw, was in opzet niet meer dan een soort archeologische staalkaart. Studenten konden er kennis maken met objecten uit alle belangrijke ‘stijl’-perioden van de Klassieke Oudheid en het Nabije Oosten. Sinds de verhuizing in 1976 naar de voormalige Nederlandsche Bank aan de Oude Turfmarkt is die studiecollectie door schenkingen en aankopen verrijkt met een reeks prachtige objecten, zoals een fraai Grieks Kouros-beeldje en een imposante Romeinse Dionysus-sarcofaag. Dat het museum alsnog allure heeft gekregen, is mede te danken aan een grote en deels ook gefortuneerde vriendenkring.

In het jubileumboek ‘Toekomst voor het verleden. 75 jaar Allard Pierson Museum’ staan 75 topstukken centraal. Een zakelijke zwart-wit foto toont van ieder geselecteerd object de museale setting, terwijl een esthetische kleurenfoto inzoomt op een detail, vaak een deel van het menselijk lichaam. De fraaie kleurenfoto’s zijn van Bettina Neumann, wier benadering van de archeologie drempelverlagend werkt. Zonder over archeologische kennis te beschikken kan men namelijk van de afgebeelde objecten genieten. De uitvergrote details lijken te verwijzen naar universele menselijke emoties en zijn als zodanig voor iedereen herkenbaar.

Scheidend directeur Robert Lunsingh Scheurleer doet in de inleiding het succesverhaal van het Allard Pierson Museum uit de doeken. Helaas worden de schaduwkanten van het verleden daarbij enigszins uit het oog verloren. Zo lezen we te weinig over Geerto Snijder, de eerste directeur van het museum, tevens hoogleraar klassieke archeologie aan de Gemeente Universiteit. In de bezettingsjaren zou hij het tot president van de Nederlandsche Kultuurraad schoppen. De auteur erkent weliswaar dat Snijder een grote rol speelde bij de oprichting van het museum, collaboreerde en lid was van de SS, maar daar blijft het bij.

De antiquiteitencollectie van de Haagse bankier Constant Lunsingh Scheurleer (Robert Lunsingh Scheurleer is een nazaat) wordt daarentegen uitgebreid besproken. Genoemde collectie dreigde in 1932 na diens faillissement verloren te gaan. Dat het Snijder was die er in 1934 met grote bestuurlijke behendigheid in slaagde om de collectie naar Amsterdam te halen, blijft vervolgens onvermeld. Bij de opening van het Allard Pierson Museum in 1934 beleefde Snijder naar algemeen gevoelen zijn finest hour.

Ook de ethiek van het verzamelen – het laatste decennium een hot item in de Nederlandse museumwereld - blijft onbesproken. Zo wordt gememoreerd dat de Groningse hoogleraar archeologie Annie Zadoks-Josephus Jitta aan het eind van de twintigste eeuw enkele fraaie stukken aan het museum schonk, zonder te vermelden dat Snijder al tijdens de bezettingsjaren voor het museum een deel van haar collectie via de Duitse roofbank Liro had verworven. Het zou interessant zijn om te weten in hoeverre de aankoop van deze ‘Joodse’ collectie door de SS-er Snijder feitelijk de redding ervan betekende.

Over het actuele probleem van malafide kunsthandelaren blijft het evenzeer stil. Uit verzameldrang kochten archeologische musea in Europa en de Verenigde Staten bij hen nogal eens objecten afkomstig uit illegale opgravingen in de klassieke landen. Onderzoeksjournalist Theo Toebosch heeft onlangs aannemelijk gemaakt dat ook het Allard Pierson Museum enkele voorwerpen heeft verworven waarvan de herkomst dubieus is.

De verzamelgeschiedenis van het Allard Pierson Museum, met zijn sterke band met de gemeente Amsterdam, de UvA en het hoofdstedelijke patriciaat, roept vragen op. Het museum verdient geschiedschrijving waarin naast de liefde voor object en detail ook de politiek en ethiek van het verzamelen een plaats krijgen; op naar het 80-jarig jubileum!

Lees verder na de advertentie
Voorgevel van het Allard Pierson Museum aan de Oude Turfmarkt in Amsterdam. (Trouw)

Deel dit artikel