Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Montessori: Eruit halen wat erin zit

Home

Harriët Salm

Ouders van kinderen van bijna vier jaar staan voor een belangrijke keuze: naar wat voor basisschool stuur ik mijn kind? Vandaag: Montessorischool De Plotter in Zutphen.

’Het eerste wat ik doe is mijn plantje water geven. Dat zet ik daarna in de vensterbank.” Nena Neyenhuis (10) uit groep 6 maakt met deze beschrijving van het begin van haar schooldag meteen duidelijk op wat voor basisschooltype ze zit: montessori.

Iedere montessori-leerling heeft een eigen plantje om te verzorgen. In de kleuterklas voegt de vijfjarige Luz Kosse er nog wat dagelijkse opstarthandelingen aan toe: eerst de juf een handje geven, de stofdoek pakken en de tafel afstoffen. Dat gaat gepaard met de zorg voor het groen, maakt Luz duidelijk: „Oh ja, dan de dolfijnengieter halen en water geven.”

De bijdehante kleuter heeft het helemaal goed, bevestigt even later Berith de Wit, leerkracht van de middenbouw. „Het handje geven is het eerste contact van de leerkracht met de leerling, je voelt dan meteen hoe hij of zij in zijn velletje steekt. Dat persoonlijke contact hoort bij montessori, ik vind het belangrijk. En het verzorgen van de omgeving, het plantje en het stoffen, natuurlijk ook.”

Op de openbare montessorischool De Plotter in Zutphen is er veel meer dat direct duidelijk maakt welk onderwijs hier gegeven wordt. De 225 leerlingen, verdeeld over 9 groepen, werken hier zelfstandig of in een klein groepje met bijzonder, wat ouderwets ogend, materiaal: een telraam, een houten puzzel, een kwartetspel.

Navraag leert dat het daarbij vooral om zogenoemd montessori-materiaal gaat, speciaal ontwikkeld voor dit onderwijs. „De roze toren, de bruine trap, het kleine telraam: het zijn inderdaad speciale leermaterialen. Zij isoleren precies dat wat geleerd moet worden”, legt directeur Irma Pieper uit. „Net zo goed zijn er overigens moderne leermiddelen op school, zoals computers.”

De leerkracht is meer een begeleider dan een leider, heet het hier. Hij of zij loopt door de klas en helpt leerlingen individueel.

„Wij kijken heel erg naar het individuele kind, waar is het aan toe, en daar stemmen we het materiaal en het onderwijs op af”, stelt Pieper. Kinderen hebben een ’gevoelige periode’, waarin ze bepaalde vaardigheden gemakkelijk leren, was begin vorige eeuw de theorie van grondlegster Maria Montessori. Door goed te observeren kan je zien wanneer het individuele kind ergens aan toe is en daarop inspelen. Aangezien elk kind anders is, volgt ieder kind zijn eigen leerplan in zijn eigen tempo. Pieper: „Zo halen wij uit het kind wat er in zit.”

Kinderen kiezen zelf wat ze op een dag gaan doen en geven dat aan op een A4’tje. Met onderin altijd de vraag: hoe is het werkje gegaan? Daar tekenen ze een vrolijk gezichtje als het goed ging, een somber als het niet lekker liep.

Maar een kind dat drie weken achter elkaar wil rekenen, dat kan niet op De Plotter, zegt Pieper. „Anders remt hun ontwikkeling, dat willen we niet.” De juf stuurt dus wel degelijk. „Wij noemen dat vrijheid in gebondenheid”, zegt Pieper.

Graag maakt ze ook duidelijk dat er veel wordt samengewerkt op een montessori-school. Kinderen zitten hier met drie leerjaren bij elkaar in de klas. „Je bent dus altijd een jaar de oudste, een jaar middelste en een jaar de jongste. De oudsten helpen de jongeren. Of wie ergens al goed in is, helpt iemand die er meer moeite mee heeft.”

Het moet gezegd: op De Plotter leidt het zelfstandig werken niet tot chaos. Hoewel de ruim 200 leerlingen op matjes in de lokalen of in de grote hal in het midden van de school vaak twee aan twee zitten te werken, heerst er opmerkelijke rust. Onderling fluisteren de leerlingen met elkaar. Al vanaf de kleuters wordt er voortdurend gezegd: zachtjes praten, vertellen zij. „Voor ons is dat inmiddels normaal geworden”, zegt Luz.

In Amsterdam voerde enkele jaren geleden een ouder een geruchtmakende rechtszaak omdat na jaren montessori-onderwijs bleek dat haar kind erg achterliep. Pieper weet zeker dat leerlingen op haar school dit risico niet lopen, ondanks het zelfstandig werken. De school werkt met landelijk erkende toetsen, waarmee met regelmaat getest wordt of de kinderen een goede ontwikkeling doormaken en de leerstof die door de school aangeboden wordt voldoende is. „Daarop scoren wij precies zoals van de samenstelling van deze school verwacht mag worden.”

Pieper stelt dat dit onderwijs voor ieder kind, slim of minder snel, goed is. Maar wel alleen als er sprake is van ’montessori-ouders’. Wat dat zijn? Ouders die heel bewust gekozen hebben voor dit onderwijs, zegt Pieper. „Een montessori-ouder is iemand die zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij kinderen heel belangrijk vindt.”

Voor de overige afleveringen kijk op www.trouw.nl/basisschoolkeuze

Lees verder na de advertentie
Luz Kosse (5) zit op montessorischool de Plotter in Zutphen. (Herman Engbers)

Deel dit artikel