Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Monique Samuel Ik was liever dommer en populairder geweest

Home

Monique Samuel (Amersfoort, 1989) is politicoloog, publicist en auteur. Ze heeft een Egyptische vader en een Nederlandse moeder. Tijdens de uitbraak van de Egyptische revolutie maakte ze naam als Midden-Oostendeskundige. Dit voorjaar verschijnt haar boek 'Mozaïek van de Revolutie: een kijkje achter de voordeur van het nieuwe Midden-Oosten'.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Er is één God, niet te bevatten zo groot. Hij is overal waar mensen Hem zoeken."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"In overdrachtelijke zin zou je kunnen zeggen dat ik zelf mijn grootste afgod ben. Ik bedoel, zie ons hier zitten: kennelijk vind ik mezelf belangrijk genoeg om door jou te worden geïnterviewd. Richt ik niet te veel aandacht op mezelf in plaats van op God en de ander, mijn medemens? Ik onderken het gevaar - en ik probeer mijzelf ervoor te behoeden - maar er zit nog een ander, lastig kantje aan dit verhaal. In Nederland wordt weinig onderscheid gemaakt tussen zelfverzekerdheid - ergens in geloven, een boodschap hebben - en arrogantie. Een expert van 22 jaar; dat is voor veel mensen niet te verkroppen. Wat dénkt ze wel? Daar heb ik al mijn leven lang mee te maken.

"Ik was aanmerkelijk slimmer dan mijn klasgenoten, voelde mij gevangen in het systeem. In groep zeven van de basisschool deed ik, min of meer uit verveling, het eindexamen wiskunde van de havo. Omdat ik werkelijk alle boeken had gelezen, leerde ik mezelf, met een woordenboek als lesmateriaal, Italiaans. Mijn leeftijdgenoten vonden het verschrikkelijk irritant. Monique was een wandelende encyclopedie, een betweter. Ik werd vaak gepest. Ik herinner mij dat de mentrix mij in het tweede jaar van de middelbare school het advies gaf om minder te vragen en af en toe eens een verkeerd antwoord te geven. Mijn ouders waren in eerste instantie boos op haar, maar zagen ook dat ik erg eenzaam was op school, en ze stelden voor dat ik het advies van mijn mentrix zou opvolgen. Ik kon het niet. Ik was oprecht geïnteresseerd, in alles. En ik zou zeker geen foute antwoorden geven! Dan maar geen vriendinnetjes.

"Sinds ik als analiste op televisie verschijn, krijg ik te horen dat ik media-geil ben. Daar heb je het weer: wat dénkt ze wel? Ik zal niet ontkennen dat ik het heerlijk vind om voor de camera, op een podium te staan. Het liefst zou ik cabaretier, theatermaker én schrijver zijn. Ik vind het leuk om in het centrum van de aandacht te staan, maar ik vind het vooral fijn om anderen aan het denken te zetten. Er is wel een verschil met vroeger: ik heb mensen in mijn buurt - toegelaten - die ervoor zorgen dat ik niet uit de bocht vlieg."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Ik ken de gevoeligheid van moslims, maar ik begrijp niet zo goed waarom er een lynchpartij volgt als er ergens een beledigende cartoon is verschenen, of als iemand al dan niet per ongeluk een koran heeft verbrand. Als je voor mijn neus de bijbel aan stukken scheurt, zal ik mezelf huilend op de grond werpen en iedere bladzijde oprapen, maar ik zal je beslist niet aanvliegen.

"Ze vragen mij weleens waarom ik het, als Koptische christen, opneem voor moslims. Of ik niet vind dat de islamitische wereld zich moet openstellen voor christenen in het Midden-Oosten alvorens wij ons druk gaan maken over het respect dat moslims in Europa zouden moeten krijgen? Mijn antwoord is dat wij er eerst voor moeten zorgen dat moslims hier veilig naar de moskee kunnen gaan. Als ik wil dat mij een bepaald recht toekomt, moet ik twee keer zo hard vechten voor het recht van de ander. De Koptische kerk heeft mij meerdere malen gevraagd om aan pro-Koptische demonstraties mee te doen. Ik heb het niet gedaan omdat die bijeenkomsten mij veel te islamofoob waren. Ik zou wel demonstreren tegen een minarettenverbod, of een bouwstop van moskeeën. Als ik dáár voor zou zijn, ben ik geen haar beter dan de extremisten in Egypte."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Ik begin iedere dag met een gebed dat ik voor het eerst las in 'Naked Spirituality' van Brian D. McLaren: 'Here I am, God. Here you are. Here we are together' - kleine stilte laten vallen, en dan verder - 'Who am I? Who are You? Who are we together?' Je hoeft echt geen twintig psalmen te zingen, of hele bijbelteksten voor te dragen om Gods nabijheid te voelen; soms zijn een paar woorden genoeg."

V Eer uw vader en uw moeder
"Mijn jonge kinderjaren waren erg gelukkig, maar mijn puberteit is om verschillende redenen lastig geweest. Op mijn twaalfde kreeg ik een oogziekte. De ziekte van Stargardt. Binnen een jaar verloor ik 80 procent van mijn gezichtsvermogen en de kans was groot dat ik rond mijn achttiende helemaal blind zou zijn. Mijn ouders waren er kapot van. Mijn vader dreigde zelfs, uit machteloosheid, in een depressie te belanden. Hij zat tot diep in de nacht te googelen naar informatie over die ziekte, hij wilde alle artsenverslagen lezen, behandelmethodes vinden... Alles draaide om mij. Ik werd er gek van en het was voor mijn zusje - Rebecca, tweeënhalf jaar jonger dan ik, briljant en supermooi - ook niet leuk. Meer dan ooit probeerden mijn ouders mij te beschermen; ze wilden alles voor mij doen. Terwijl ik mij juist van hen probeerde los te maken.

"Toen ik op mijn vijftiende vertelde dat ik op vrouwen viel - meisjes zal ik gezegd hebben - kwamen ze erachter dat ik hen zo'n beetje als laatsten had ingelicht. Dat vonden ze, geloof ik, nog het ergst. Wij waren met z'n vieren altijd zo'n veilig eilandje; hoe kon het nou dat ik met iedereen had durven praten behalve met hen? Het was angst - voor een deel gegrond - en schaamte. Ik wist dat het bij de familie van mijn vader in Egypte onacceptabel was, en ook binnen het christelijk geloof was mijn geaardheid niet gewenst. Bovendien was ik een recalcitrante puber die ervan overtuigd was dat je met dit soort informatie natuurlijk nooit eerst naar je ouders stapt... Ik denk dat ik hen nóg meer verdriet wilde besparen. Mijn moeder dacht dat de lesbiciteit - zoals zij dat nu gekscherend noemt - vanzelf wel over zou gaan. Ik was eenzaam op school, ik had ook nog eens die oogziekte - het was gewoon een vlucht uit de werkelijkheid. Mijn ouders stuurden mij naar een christelijke psycholoog die toen al helemaal op die Different-lijn zat (groepering van orthodox-evangelische stempel die homoseksuelen wil 'genezen', AV) en die concludeerde dat ik lesbisch was om anderen te choqueren en de aandacht van mijn oogziekte af te leiden. Maar ik wilde helemaal niemand choqueren! Ik vond het vreselijk om te horen hoe mijn omgeving reageerde. De enige mensen die zeiden 'Maar dat geeft toch helemaal niets?' waren niet christelijk. Iedereen die in mijn optiek 'normaal' gelovig was, zag homoseksualiteit als een mega-zonde, een fout in de schepping of anders, hooguit, als een hormonale fase die vanzelf voorbij zou gaan. Het idee dat het wel oké was om lesbisch te zijn, verkruimelde onder al die reacties. Het werd een aandoening waar ik zo snel mogelijk vanaf moest zien te raken.

"Op advies van de psycholoog ging ik een keer per maand daten met jongens. Het ene afspraakje verliep nog rampzaliger dan het andere, maar op een dag kwam ik de jongen tegen die mijn man zou worden. Dat wil zeggen: we kenden elkaar al, als vrienden, maar na onze eerste officiële date dacht ik: waarom zou ik het niet eens proberen? Ik had hem eerlijk verteld dat ik op meisjes viel. Hij had, zonder blikken of blozen, geantwoord: 'Dat zullen we nog weleens zien'. Dat vond ik zo cool, zo relaxed. We konden er gewoon over praten, en het was allemaal nog gezellig en romantisch ook. Ik wilde niet langer op de vlucht blijven voor mannen en ik had, eerlijk gezegd, ook schoon genoeg van die twijfel, die onduidelijkheid. We hadden het de eerste maanden geweldig samen; ik had echt mijn zielsverwant gevonden. Een jaar en negen maanden na die eerste date vroeg hij mij ten huwelijk. We trouwden in de kerk en voor de burgerlijke stand. Ik was niet hartstochtelijk verliefd, maar ach, er was meer in de wereld; hier kon ik wel genoegen mee nemen. We zijn in december getrouwd en in de zomer die volgde zat ik op een dag in de trein toen mijn blik werd gevangen door een meisje met zúlke mooie ogen - ik kon gewoon niet meer uitstappen, ik móest naar haar blijven kijken... En ik wist: ik heb een groot probleem. Het gaat dus nooit over. Ik voelde me zielsongelukkig. De intimiteit tussen mijn man en mij - die sowieso al ongemakkelijk was - werd snel minder en op een dag... tja, dat zal ik je straks bij 'Gij zult niet echtbreken' vertellen; waar het op neerkomt is dat er vorig jaar, na een verschrikkelijk moeilijke tijd, een einde aan ons huwelijk kwam. Voor mijn ouders was het de volgende klap; nu had ik ook de echt nog gebroken. We hebben ruzie gemaakt, eindeloze gesprekken gevoerd, geschreeuwd, gehuild, maar ook die periode hebben we overleefd. Ik heb nooit, op geen enkel moment, gedacht dat mijn ouders niet meer van mij zouden houden. Wat er ook gebeurt: zij zullen er altijd voor mij zijn."

VI Gij zult niet doodslaan
"Ik kan mij voorstellen dat ik mijn leven zou hebben gegeven voor de Arabische revolutie, voor mijn volk. Niet voor Egypte. Egypte is niks; een paar lijntjes op de wereldkaart. Ik bewonder de martelaren van Tahrir die hun leven gaven voor het geluk van hun kinderen. Ik heb eerbied voor degene die op een vredige manier probeert een hoger doel, een beter leven voor zichzelf en zijn omgeving, te bereiken. Ik zou Moebarak, de man die democratische leuzen met kogels liet beantwoorden, graag in de ogen kijken en tegen hem willen zeggen dat hij een slecht mens is. Ik zou hem niet slaan of spugen. Zeker niet doden. Alleen God kan onze rechter zijn. In feite zijn alle mensen even slecht. Mijn moeder, die geschiedenis studeerde en doceerde, heeft mij deze zin al geleerd toen ik nog een klein meisje was: Homo homini lupus. De mens is voor de mens een wolf. Ik ben optimistisch. Ik geloof dat conflicten kunnen worden opgelost, dat dictaturen kunnen worden bestreden, maar ik geloof niet in eindeloze progressie. De mensheid laat zich keer op keer van haar slechtste kant zien. Uiteindelijk kunnen wij de wereld niet wezenlijk verbeteren zonder God."

VII Gij zult niet echtbreken
"Hoe zal ik het je vertellen? Ik had een perfecte man, iemand die iedere dag met een brede glimlach opstond. En ik, ik leek steeds verder in een fantasiewereld weg te zakken. Ik droomde over vrouwen, het was net alsof ik mijn man chronisch ontrouw was. Op een dag kwam ik een jeugdvriendin tegen en ik ben met haar naar bed gegaan. Mijn eerste seksuele ervaring met een vrouw. Ik voelde mij zo triomfantelijk; zie je nou wel? Het klopt. Ik had mezelf toch bijna wijsgemaakt dat ik het allemaal had verzonnen. En daar lag ik, in het bed van een vrouw. Ze zei nog: 'Wil je dat ik stop?' Het was zó dubbel, ik dacht: ik wil dit niet doen, het is niet goed en toch zei ik 'Nee...' Toen ik thuiskwam, keek mijn man mij aan en vroeg: 'Wanneer ga je het mij vertellen?' Het triomfantelijke gevoel was in één klap verdwenen. Er kwam schuldgevoel voor in de plaats, maar vooral totale ontreddering en verdriet. Hier stond degene van wie ik het meest hield, en daar was de persoon op wie ik razend verliefd was geworden. Wat ik met hem had was uniek, hij hield duizend keer meer van mij... en toch begeerde ik die ander.

"Ik wilde niet scheiden, maar ik wilde ook niet langer ontrouw zijn aan mezelf. We hebben een paar maanden geprobeerd ons huwelijk te redden, maar het gevoel was te sterk. We vonden het allebei erg moeilijk om die bijbelse belofte te verbreken. De dominee die ons had getrouwd zei: 'In feite is hier geen sprake van een huwelijk, jullie leefden als broer en zus'. Mijn man vond het pijnlijk om te horen, maar ik zag het vooral als een opening: aangezien het nu geen 'echt' huwelijk was, kon ik scheiden.

"Tot groot verdriet van mijn ouders was ik dag en nacht bij die jeugdvriendin terwijl het huwelijk nog niet ontbonden was. Dan ben je zéker overspelig... Ik had mijn trouw- ring wel afgedaan, maar de geestelijke verbondenheid was er nog altijd. Ik weet nog hoe schuldig ik mij voelde toen ik op een dag met haar in Jeruzalem stond, de plaats die ik met hem had willen bezoeken.

"Het was een krankzinnige tijd: door die Arabische lente kwam alles op zijn kop te staan. Ik moest om zien te gaan met die media-aandacht, ik raakte achterop met mijn studie, de relatie met de jeugdvriendin liep op de klippen. Ik brak. Ik was totaal overwerkt, had alles opgegeven en wist niet eens voor wat.

"Toen raakte God mij aan en bracht me thuis - het is heerlijk daar, wist je dat? In die tijd heb ik de betekenis van het woord 'genade' pas echt geleerd. Genade krijgt in de gemiddelde calvinistische kerk maar weinig invulling. Het is een toverwoord dat niemand echt gelooft want: 'stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren'. Alles is even triest en zwartgallig. Maar wie, van alle mensen die ik pijn had gedaan, stond vooraan om het mij te vergeven? Mijn man. Ik ben echt geen happy-clappy christen, maar ik wist wel: als hij mij kan vergeven, dan zal God het zeker doen. Ik had God gezien als een God van regeltjes. Iemand die mij met een klein mankement op aarde had gezet. Ik was constant in opstand tegen mijn eigen creatuur, maar ook in opstand tegen de Schepper die mij lesbisch had gemaakt. En waarom had Hij mij eigenlijk zoveel verstand meegegeven? Ik was liever dommer en populairder geweest.

"In die crisis leerde ik naar mezelf te kijken als iemand die nu eenmaal fouten maakt. En dat ik daar alleen maar van kon leren. Laatst zei iemand dat de tekst op het wapen van Zeeland mij op het lijf geschreven is: Luctor et Emergo. Zo is het precies. Ik worstel en kom boven. Niet half, niet van plan om nog eens terug te zakken om te voelen hoe het daar, onder water, ook al weer was. Nee. Ik ben boven en ik blijf boven."

VIII Gij zult niet stelen
"Als je in God gelooft, streef je voortdurend naar het goede. Niet omdat het moet, niet omdat je daar punten mee scoort, maar omdat je, diep van binnen, voelt dat je geen deel wil hebben aan alles wat oneigenlijk is of tot afbraak leidt. Het is niet juist om te stelen. En God stelt het ook niet op prijs, denk ik."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Mijn ouders hebben altijd, ook als ze op hun allerwoedendst waren, gezegd: 'Je liegt in ieder geval niet'. Van alle zondes die ik bega, van alle beloftes die ik breek, laat mij dan in ieder geval proberen hierin zuiver te zijn en geen valse getuigenissen te spreken. Soms leidt het tot pijnlijke situaties omdat ik niet om lastige vragen heen wil draaien; ik zeg het je, recht in je gezicht."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Sinds ik te horen kreeg dat ik op mijn achttiende misschien wel blind zou zijn, heb ik met een enorme haast geleefd. Ik wilde zoveel mogelijk zien, zoveel mogelijk doen. Ik wil niemand opzij duwen, maar kennelijk is mijn aanwezigheid ruimtevullend. Sommige mensen worden jaloers, anderen ergeren zich alleen maar. Ik kan er niet zoveel aan doen. Ik wil mijn licht niet onder de korenmaat zetten. Wat heeft mijn leven voor toegevoegde waarde als ik alleen maar loop te pleasen? Ik weet niet precies wat God met mij van plan is. Misschien ligt het antwoord in mijn naam besloten. Mounira: zij die licht geeft, Cornelia: de strijdlustige, Theodora: Godsgeschenk, Samuel: hij of zij die luistert naar God. Om bij mijn bestemming uit te komen, hoef ik alleen maar te leven naar de namen die ik van mijn ouders heb meegekregen."

Deel dit artikel