Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Moffenhoer? Nee, een verzetsheldin!

Home

Roel van Duijn

Leen Reef redde haar man uit Vugt door een verhouding met een SD'er © Uit het boek 'Verraad'

Leen Reef was geen verraadster. Schrijver, oud-politicus en activist Roel van Duijn rehabiliteert zijn gewezen schoonmoeder in een nieuw boek: door een geheime verhouding met een SD'er redde zij haar man en andere verzetsstrijders uit Vught.

Mijn ex-schoonvader Herman Reef werkte als jonge, Twentse pacifist eind jaren dertig bij apparatenfabriek Hazemeyer, in de oorlogsindustrie, en dat voelde tegenstrijdig. Het Hengelose bedrijf werd een belangrijke leverancier voor de Duitse Wehrmacht.

Na de Hitleriaanse overrompeling van Nederland vormden Herman, zijn vrouw Leen en hun vrienden al gauw een verzetsgroep. Zij voelden er niets voor om 'achter het behang te zitten', zoals Herman het noemde. Hij doelde daarmee op mensen die zich uit lafheid koest hielden. "Wij gingen iets doen en meer doen, wat voor mij grote spanningen meebracht. Maar het moest."

Lees verder na de advertentie

Zelfgemaakte bom
Ze verspreidden de gestencilde bladen van De Vonk, Vrij Nederland en De Waarheid. Ook hielpen ze onderduikers. Zelf bedachten ze oproepen tot verzet. Soms maar minuscule papiertjes legden ze bij Hazemeyer en andere fabrieken in kozijnen en toiletten. Vrijheid voor alle politieke gevangenen en geïnterneerde Joden.

In de doodstille nacht van 13 oktober 1942 slopen de twee ex-pacifisten Herman Reef en Harry van Genuchten met een zelfgemaakte bom door de verduisterde straten naar de spoorbaan, niet ver van het onzichtbare station van Hengelo. Ze wisten dat 's ochtends vroeg de eerste trein voor de Wehrmacht zou vertrekken en groeven hun explosief langs de rails in.

Een railwachter vond de bom bijtijds, verspreidde het nieuws en een marechaussee kon niet nalaten het te melden aan het politiebureau. Die informeerde prompt de Sicherheitsdienst. Alledaags verraad. Een Nederlandse railwachter, een Nederlandse marechaussee en vervolgens een Nederlandse politiecommissaris - geen van allen nazi's - hebben Herman en zijn collega's in gevreesde handen gebracht.

Op vrijdag 23 oktober 1942 stopte een overvalwagen vol grijsgroene Grüne Polizei voor het grote fabrieksgebouw aan de Bornschestraat. Alle arbeiders van de gereedschapswerkerij moesten aan de wand gaan staan, terwijl de laden van hun werkbanken doorzocht werden. Namen werden afgeroepen en Herman moest als een van de eersten van de arrestanten naar voren komen.

Alle arbeiders van de ge­reed­schaps­wer­ke­rij moesten aan de wand gaan staan, terwijl de laden van hun werkbanken doorzocht werden.

Arrestatiegolf
De arrestatiegolf was rampzalig breed, tot in Rotterdam toe. De Hazemeyergroep had zich gaandeweg verbonden aan de communistische Nederlandse Volksmilitie. De bom was niet ontploft onder Wehrmachtgeneraals die in de trein zouden hebben gezeten, maar onder de verzetsstrijders zelf. Drie dagen na de mislukte aanslag vermoordden de Duitsers vijftien bekende linkse mensen. Rauter rapporteerde opgetogen aan Himmler over het intimiderende effect van deze represaille.

Gedurende bijna twee maanden zaten de Hengelose arrestanten in de Arnhemse koepelgevangenis en werden ze dagelijks opgehaald voor verhoor, in de kelders van de Kraton, het gebouw aan de Utrechtsestraat. Herman werd niet alleen verdacht van de aanslag en het verzamelen van wapens, maar ook van het verspreiden van illegale lectuur. Herman ontkende, maar dit kon onmogelijk goed aflopen.

Na zeven weken werden de Hengeloërs overgebracht naar het concentratiekamp Amersfoort, waar Herman mocht plaatsnemen in een van de 'dodencellen'. Op 1 februari 1943 belandde de Hazemeyergroep in concentratiekamp Vught. Herman, nummer 1810, was in augustus niet bij de vier van hen die doodgeschoten werden. De dappere ontkenner overleefde. In kwellingen, dat wel.

Het gezin Reef met dochter Josti in de jaren vijftig. © Trouw

Oorlogsmisdadigers en moffenmeiden
Het is in deze periode dat Leen de hoofdrol overneemt. Zij, mijn ex-schoonmoeder, heeft me haar verhaal verteld, maar ik kon haar toen nog niet geloven.

Zij wilde na de arrestatie weten waar haar man was, vastbesloten om hem vrij te krijgen. De opening voor haar waagstuk vond zij bij een Duitse SD'er in Arnhem. Hem leerde zij kennen toen ze daar verscheen om informatie over het lot van haar man in te winnen; maar met het plan om de man zover te krijgen dat hij Herman zou vrijlaten. Haar flirt sloeg aan. Hauptscharführer Konrad Hofmann nodigde haar uit om samen te dansen in het Wehrmachtsheim, toen gehuisvest in het gebouw Musis Sacrum.

Leen stond doodsangsten uit, maar ze danste echt met hem, tussen de oorlogsmisdadigers en de moffenmeiden. In de nacht na het feestje heeft zij hem, in haar bordeauxrode jurkje, bewogen om mee te werken aan de vrijlating van haar man. Hoewel Leen aanvankelijk geen andere bedoeling had dan Herman te bevrijden, heeft zich uit haar pseudo-erotische bevrijdingsactie en Konrads eenzame verlangen iets ontwikkeld dat serieus genoeg was om haar ook lang na de oorlog eens naar hem te doen afreizen in de Bondsrepubliek.

Leen stond doodsangsten uit, maar ze danste echt met hem, tussen de oor­logs­mis­da­di­gers en de moffenmeiden.

Menselijk gezicht
Uit de archieven blijkt dat SD-man Konrad Hofmann een onverwacht menselijk gezicht had. Het naoorlogse oordeel van de procureur-fiscaal in Arnhem, mr. J. des Tombe, luidde dat Hofmann zich niet alleen nooit schuldig heeft gemaakt aan enig misdrijf tegenover het Nederlandse volk, maar dat hij ook 'in meerdere gevallen de Nederlandse bevolking de helpende hand heeft geboden'. En "dat de heer K. Hofmann zich als SD-agent zeer humaan heeft gedragen en verschillende SD-slachtoffers door het afleggen van voor hen gunstige verklaringen voor veroordeling tot de dood heeft behoed".

Dat Hofmann zich wel vaker sterk maakte voor vrijlatingen lees ik in het relaas van de Politieke Recherche. Hofmann heeft eind 1944, toen de SD was uitgeweken naar Zutphen, voor elkaar gekregen dat drie vrouwen van de familie Harskamp zijn vrijgelaten. Zijn misdadige collega Heinemann verklaarde na de oorlog: "Vrouwenkwesties werden door de heer Hofmann verwerkt." Niet alleen in Zutphen, maar ook in Arnhem had Hofmann deze prettige specialisatie - zie zijn ontmoeting met Leen. Zij had de zenuwslopende taak op zich genomen om zonder enige hulp de vijand ertoe te brengen haar wil te volgen.

Bevrijd
Toen Herman ruim een jaar in Vught zat kon hij zijn ogen niet geloven. Als in een droom zag hij Leen in gezelschap van een paar hoge SS-mannen lopen in zijn werkplaats van het Philips Kommando. Hoe kon dat? Wat had het te betekenen?

Het is een feit dat er op de ochtend van 28 april 1944 iemand in de gereedschapsmakerij van het Philips Kommando verscheen en zeven nummers afriep. Nummer 1810 was entlassen. Niet alleen hij, maar ook zijn kameraden, die nooit geweten hebben aan wie zij hun bevrijding te danken hadden.

Voor een 'communistische saboteur', die een aanslag op een militair object had gepleegd, is hij verrassend snel vrijgelaten. In principe zaten deze verzetsmensen die in langfristige Schutzhaft waren, er de hele oorlog, als ze het al overleefden. Een paar maanden later zijn in Vught 23 medewerkers van het illegale Trouw geëxecuteerd.

Een toelichting op zijn vrijlating heeft nummer 1810 nooit gekregen. Grote kans dat deze bevrijding zijn leven heeft gered, want een maandje later moest een groot aantal ex-lotgenoten van het Philips Kommando naar Dachau.

In de roes van omhelzingen en bloemen bleven de vragen. "Hoe heb jij mij toch uit dat kamp gekregen, wat deed jij daar met die moffen?"

Fluisterend antwoordde ze: "Beloof je me dat je het aan niemand zegt? Door een goed contact met een goede Duitser."

"Goede Duitser zeg je? Ik had nog liever in het kamp willen blijven dan op zó'n manier te worden bevrijd."

"Goede Duitser zeg je? Ik had nog liever in het kamp willen blijven dan op zó'n manier te worden bevrijd."

Herman Reef

Verwijt
Bevrijd. Maar gevangen in weerzin tegen de manier waaróp. Op overvalsmomenten stokte zijn overgave aan het nieuwe geluk en hij méénde zijn verwijt dat zij hem beter helemaal niet had kunnen bevrijden, dan op deze manier. Dat hij dan liever dood wilde.

Hij probeerde het verraad te slikken. Kon een vijand uiteindelijk hun vriend zijn? Onvoorstelbaar. Zijn bevrijding had hij zich voorgesteld als het geslaagde gevolg van een heldhaftige opstand van Nederlandse arbeiders en boeren. En nu was het een misselijkmakende streek van zijn eigen vrouw geweest. Hoe verwarrend was het dat zijn bevrijdster, zijn geliefde, ook zijn kwelgeest was: die het met de vijand gehouden had. Dit overspel van Leen was puur verraad. Fout! Waarom had ze het niet overgelaten aan het geallieerde leger of een knokploeg? Oorlog is mannenzaak.

Herman en Leen meden het beschamende onderwerp, maar er gingen geruchten. Sommigen van het Twentse verzet beschuldigden Leen van verraad. Hadden ook andere gevangenen haar gezien toen zij in Vught was met de SS'ers? En hadden anderen haar mogelijk in gezelschap van Hofmann gezien, in Hengelo? Enkele verzetslieden vonden dat Leen gefusilleerd moest worden. Als straf voor haar omgang met een Duitse militair. Uit angst zijn Herman en Leen niet meteen weer in Hengelo gaan wonen.

Zijn bevrijding had hij zich voorgesteld als het geslaagde gevolg van een heldhaftige opstand, nu was het een mis­se­lijk­ma­ken­de streek van zijn eigen vrouw geweest.

Moffenhoer
Het is zeker dat Leen met haar moedige relatie niet alleen een beslissende zet heeft gegeven aan de bevrijding van haar man, maar ook aan die zes groepsgenoten, die allemaal op dezelfde dag vrij zijn gekomen. Als de dood is Leen geweest. Bang om als moffenhoer op straat kaalgeschoren en met pek besmeurd te worden. Toch heeft ze het hem gelapt.

Mijn scepsis heeft door de bestudering van de archieven plaatsgemaakt voor grote bewondering. De Nederlandse autoriteiten hebben de geruchten over haar verradersrol gelukkig niet serieus genomen.

Herman en Leen trokken zich in 1946 vanuit Eindhoven terug in een zomerhuisje aan een riviertje bij Ommen. Daar is in 1946 hun dochter Josti, mijn ex, geboren. Herman en Leen hielden van elkaar, maar vergeven heeft Herman haar zijn bevrijding nooit, wat niet heeft bijgedragen aan de verwerking van zijn kamptrauma. Dom genoeg heeft ook oorlogspsychiater Jan Bastiaans Leen verweten dat zij hem zo verraderlijk bevrijd had. Voor Leen is het net zomin als voor Herman ooit echt vrede geworden. De Duitsers waren verslagen, maar de oorlog woedde in hun huwelijk voort.

Herman en Leen hielden van elkaar, maar vergeven heeft Herman haar zijn bevrijding nooit.

Precies dertig jaar na zijn arrestatie heeft Herman, uitgeput door nachtmerries en wisselende emoties van afschuw en liefde, inderdaad voor de dood gekozen.

Miskenning
Leen heeft stank voor dank gekregen, miskenning en verdenking. En ze moest daarover zwijgen als was ze fout geweest. Het lucht mij op dat ik haar geheim uitgegraven heb, omdat zij lange tijd een wolk boven mijn hoofd geweest is. Leen was een moedige bevrijdster, maar slachtoffer van ingebeeld verraad. Nu begrijp ik waarom zij soms een wat verbitterde indruk maakte.

Voor Herman was er de eer dat hij een verzetsman was geweest en voor zijn pijnlijke herinneringen aan de concentratiekampen bestond respect. Zij was slechts 'de vrouw van' geweest en over haar echte, belangrijke verzetsdaad durfde zij in het openbaar niet te spreken. Lekte die toch uit, zoals bij Bastiaans was gebeurd, dan volgde een pets op haar neus.

Het gevolg was gesmoord zwijgen, met wisselende gevoelens. Een schuldgevoel tegenover Herman, als zij met hem meedacht. Dan weer woede, als zij te ver met hem meegedacht had. Miskenning dat ze door hem niet geëerd werd om haar bevrijdingsdaad, haar heldinnenwerk. Terwijl toch háár verzetsdaad gelukt was en Hermans bom nooit ontploft was.

En dan ook nog een onbestemd verlangen naar Hofmann, omdat die haar wél begrepen had en ook haar, door Herman gehate, maat geweest was. Een succesvolle, maar tragische driehoeksverhouding. Haar ook zelfgekozen einde kwam in 1992.

Monument
Het zilvergrijze vrouwenbeeld naast de Kraton, dat als symbool van de Nederlandse vrouw in oorlogstijd uitziet op de Arnhemse Rijn, is voor mij het monument voor Leen Reef-Weel. Ze redde wat te redden viel, deze verzetsheldin, die dat niet mocht wezen. Omdat in oorlogstijd de vijand zonder uitzondering vijand is en de vrouw slechts vrouw.

Leen had ook nog een onbestemd verlangen naar Hofmann, omdat die haar wél begrepen had.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Alle arbeiders van de ge­reed­schaps­wer­ke­rij moesten aan de wand gaan staan, terwijl de laden van hun werkbanken doorzocht werden.

Leen stond doodsangsten uit, maar ze danste echt met hem, tussen de oor­logs­mis­da­di­gers en de moffenmeiden.

"Goede Duitser zeg je? Ik had nog liever in het kamp willen blijven dan op zó'n manier te worden bevrijd."

Herman Reef

Zijn bevrijding had hij zich voorgesteld als het geslaagde gevolg van een heldhaftige opstand, nu was het een mis­se­lijk­ma­ken­de streek van zijn eigen vrouw geweest.

Herman en Leen hielden van elkaar, maar vergeven heeft Herman haar zijn bevrijding nooit.

Leen had ook nog een onbestemd verlangen naar Hofmann, omdat die haar wél begrepen had.