Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Moeten we het moorden in Syrië dan gewoon laten doorgaan?

Home

Stevo Akkerman

Een man loopt langs een geïmproviseerde olieraffinaderij, vlakbij de plaats al-Mansoura, Syrië. © reuters
Column

Zo zeldzaam verrot is de toestand in Syrië dat burgers Allah soms danken als de gehate troepen van president Assad hun woonplaats onder controle nemen. Nemen rebellen een wijk in, dan volgen bombardementen door het regeringsleger, waardoor burgers gedwongen worden te vluchten naar een andere wijk, tot ook die wordt gebombardeerd, enzovoorts. Dat gaat zo door tot Assads mannen weer binnentrekken - en dan zijn mensen, ondanks alles, opgelucht. Ook als ze vinden dat Assad moet vertrekken, zo niet hangen.

Het tekent de complexiteit van de Syrische oorlog, waarin geen uitzicht bestaat op een spoedige overwinning van goed over kwaad, en waarin de scheidslijnen tussen die twee niet altijd even helder zijn, al hoeft niemand te twijfelen in welk categorie Assad thuishoort. Hij is een oorlogsmisdadiger. Maar hoe stop je hem zonder de toestand te verslechteren? The Washington Post pleitte deze week voor ingrijpen, The New York Times pleitte er tegen, en allebei deden ze dat met de nodige aarzeling.

Verenigde Naties verlamd
De bloedige tactiek van Assad, de hopeloze verdeeldheid van de rebellen, de groeiende rol van extremistische djihadisten, het gebruik van gifgas en de gevaarlijke regionale vertakkingen van deze oorlog - dat alles schreeuwt om de interventie van een sterke buitenstaander. Tegelijkertijd zijn sommige van deze factoren precies de redenen om níet van buiten te willen ingrijpen; de opstandelingen wekken te weinig vertrouwen, de risico's van internationale botsingen zijn te groot.

Bovendien: aan wie moeten we denken als we een buitenstaander zoeken om orde op zaken te stellen? De Verenigde Naties zijn verlamd; Rusland en China blokkeren met hun veto in de Veiligheidsraad elk gewapend optreden. De Verenigde Staten zouden die blokkade kunnen trotseren en op eigen houtje - eventueel met enkele bondgeno- ten - optreden, maar Obama lijkt daar niet toe geneigd. Het zou ook zeer negatieve gevolgen hebben voor al het overige internationale overleg, en het drama van Irak heeft geleerd dat de Amerikanen sowieso beter maar even kunnen afzien van dergelijke avonturen. Er zijn grenzen aan de maakbaarheid van vreemde samenlevingen, dat is afdoende gebleken.

Assad isoleren
Maar wat dan? Moeten we het moorden gewoon maar door laten gaan? Daar zeg ik niet graag 'ja' op, maar misschien komt het er toch op neer. Rory Stewart, de Britse auteur en parlementariër met ervaring in Afghanistan en Irak, zegt dat we niet verantwoordelijk zijn om datgene te doen waartoe we niet in staat zijn. Proberen we het toch, dan komen daar alleen maar ongelukken van.

Wij moeten dus, terwijl het moorden doorgaat, proberen dat te doen waartoe we wél in staat zijn: humanitaire hulp verlenen, Assad isoleren, de Russen bewegen hem te laten vallen. Mogelijk is een stap in die richting gezet nu John Kerry, de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, de Russen zover heeft gekregen akkoord te gaan met een conferentie over een 'overgangsregering' voor Syrië.

Uiteindelijk zal het zeker tot zoiets moeten komen, een nieuw evenwicht, een machtsdeling tussen de verschillende etnisch-religieuze bevolkingsgroepen, want het is illusie te denken dat een militaire zege voor het ene of het andere kamp zal leiden tot vrede. Maar alleen als beide partijen daarvan doordrongen raken en concluderen dat vechten geen blijvende overwinning zal brengen en dat genoeg mensenlevens verloren zijn gegaan, komt een onderhandelingstafel van pas. Bang vooruitzicht. Het dodental in Syrië staat op 70.000. In Libanon - in veel opzichten vergelijkbaar - moesten tussen 1975 en 1989 naar schatting 150.000 doden vallen voor de strijd gestreden was.

Deel dit artikel