Moeten er ook tempels komen voor de atheïst?

home

Marc van Dijk

Wandelen in de natuur kan bezielend werken. © ANP

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers tweewekelijks een actueel fenomeen. In Londen wordt een atheïstische tempel ontworpen, een initiatief van de Britse filosoof Alain de Botton. Een idee dat navolging verdient?

'Religie voor atheïsten', het laatste boek van de populaire Britse filosoof Alain de Botton, is in Nederland al maanden uit, terwijl het in Engeland nog niet eens verschenen is. Er is in Nederland kennelijk een flink publiek voor. Ook andere boeken over levenskunst doen het hier goed.

Alain de Botton pleit ervoor dat we zélf gaan voorzien in de behoeftes waarin vroeger door godsdiensten werd voorzien - het creëren van gemeenschap, het bieden van troost, verstilling, bezinning. In het zakencentrum van Londen, op de plek waar volgens hem veel mensen elke verbinding met zingeving verloren hebben, wil hij een 'atheïstische tempel' laten verrijzen. Volgens The Guardian heeft hij al de helft van de benodigde miljoen pond (circa 1,2 miljoen euro) bij elkaar.

Is zo'n atheïstische tempel een zinnig idee, eventueel ook geschikt voor Nederland?

Paul van Tongeren, hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen: "Nee, dat lijkt mij niet. Alain de Botton suggereert met zijn plan dat je de vorm van religieuze praktijken kunt bewaren, zonder de inhoud. Ik acht dat onmogelijk. Hij spreekt van een tempel. Maar een van de wezenskenmerken van een tempel kan hij nooit realiseren: heiligheid. Een kerk of tempel herbergt iets heiligs."

Joke Hermsen, filosoof en schrijfster: "Er zit natuurlijk een tegenspraak in het begrip 'atheïstische tempel'. Toch vind ik dat we de gedachte van Alain de Botton niet meteen moeten verwerpen. De 21ste-eeuwse mens heeft nieuwe plaatsen nodig om tot bezinning en bezieling te komen, en waarom zouden dat geen moderne tempels mogen zijn? In de antieke oudheid hadden tempels ook sociale en medische functies, waar je niet alleen om raad, maar ook om geestelijke en fysieke verzorging kon vragen."

Van Tongeren: "Zeker, maar ze konden die functie alleen maar hebben, omdat het in die tempel ging om iets anders. Een tempel of kerk brengt ons in verbinding met iets dat groter of belangrijker is dan wij zelf. Alleen daardoor kan een bezoek aan die plek ook die andere functies krijgen die je noemt en die Alain de Botton nastreeft. De Botton zegt dat hij wil voorkomen dat we het kind met het badwater weggooien, maar het is andersom: hij denkt dat het badwater nog een functie heeft als er geen kind meer is.

"De Botton wil in zijn tempel onder meer een decoratie die toont hoe lang de aarde al bestaat in verhouding tot de korte tijd dat de mens bestaat. De verwondering over de plaats van de mens in het heelal is een oud religieus thema. Denk aan het grafschrift van Immanuel Kant: 'Twee dingen vervullen mij altijd weer met verwondering en ontzag: de sterrenhemel boven mij en de morele wet in mij'. En toch: zelfs die verwondering is niet voldoende basis voor de ervaring die De Botton zoekt. Een tempel is veeleisend, roept op tot bepaalde handelingen. Maar hoe moet je knielen zonder heiligheid?

"Daarbij: het heelal en de natuur zijn volstrekt onverschillig - ze vormen een betekenisloos mechaniek dat op een bepaalde manier werkt. Met elke betekenis die je daaraan geeft, schurk je aan tegen religie. Maar zonder die quasi-religiositeit te erkennen, waardoor het zelfbedrog blijft."

Hermsen: "Die uitspraak van Kant is het motto van mijn roman 'Blindgangers'. In het verhaal overweldigt de grootsheid van de natuur de personages. De natuur helpt ze als het ware over de façade van hun 'ik' heen te kijken. Voor mij is de natuur - net alsmuziek en kunst - vooral een mogelijkheid om tot reflectie, tot innerlijke bezinning te komen. De natuur zelf is niet heilig. Zij kan bezielend werken, omdat ze je de waan van de dag doet vergeten en tot gedachten, mijmeringen en overpeinzingen kan leiden. Ga maar eens een lange wandeling maken. Dan merk je dat natuur ons letterlijk doet 'her-inneren'. Het zou mooi zijn als wij opnieuw die verwondering van Kant kunnen delen, door een antwoord op het nihilisme te formuleren. 'Wie het goddelijke niet meer in God vindt, moet het zelf scheppen', schreef Nietzsche, en waarom zouden we daarvoor geen nieuwe 'tempels' bouwen?"

Van Tongeren: "Omdat het onmogelijk is om zelf een tempel te ontwerpen waar we onszelf kunnen ontstijgen."

Hermsen: "Wij hebben de kerkelijke instituties ook zelf verzonnen. Alleen bevallen de autoritaire dogma's en de principes van uitsluiting en excommunicatie die ermee gepaard gaan ons niet meer. Daarom is het juist heel zinvol om alternatieve routes uit te stippelen, waar menselijke waarden als empathie, verwondering, moreel besef en creativiteit weer centraal staan."

Van Tongeren: "Natuurlijk zijn godsdiensten, kerken en rituelen door mensen gemaakt en gevormd. Maar de gelovige zegt dat God zichzelf erin heeft getoond. En rituelen werken omdat we de oorsprong ervan vergeten hebben. Het is een paradoxaal maakproces: pas als de makers zichzelf ongedaan maken, kan hun maaksel zijn betekenis krijgen.

"Dat is denk ik het grootste probleem met alle pogingen om dat wat we missen aan religie in nieuwe maaksels te heroveren. In al die pogingen om zelf iets nieuws te creëren, zien we voortdurend onszelf terug. Terwijl je alleen de heilzame werking van een kerkbezoek kunt ervaren, als je jezelf even niet ziet. In een kerk moet je knielen, of op een andere manier eerbied tonen. Maar je kunt niet knielen voor wat je zelf bedacht hebt.

"Nietzsche vat ergens het nihilisme samen in de formule: 'Wij zijn de mens zat.' God, of het heilige, bevrijdt ons een beetje van onszelf. Maar nu we God kwijt zijn, zien we overal alleen nog maar onszelf. De wereld, de geschiedenis, onze kennis, alles is ons product. Alles is ook voor zijn betekenis helemaal van ons afhankelijk. We zijn opgesloten in onszelf en onze eigen maaksels en bedenksels. Maar waaraan kan ons bestaan zijn zin ontlenen? Bij alles wat we zoeken, zien we steeds weer ons eigen spiegelbeeld."

Hermsen: "Het gaat er niet om het 'ik' te vieren, maar om het te overstijgen. Mijn voorstel zou zijn om niet het heelal noch een monotheïstische godheid, maar de menselijke ziel centraal te stellen. Zodra de mens over zichzelf na ging denken, heeft hij de ervaring van een dieper gelegen zelf of 'ziel' gekend. Hij heeft deze ziel als iets duisters, als iets dat zijn rationele vermogens overschrijdt ervaren, maar ook als iets dat inspireert en met anderen verbindt. Vervolgens werd die ziel door het christendom geclaimd. Wat is er op tegen de ziel van haar religieuze dogma's te ontdoen en de weg vrij te leggen voor een veelvoud aan zielservaringen?

"Ik zie de ziel als de beweging of levenskracht die de verbinding tussen ons rationele, bewuste ik en ons onbewuste zelf kan leggen, als ook onze verbondenheid met anderen. De kerk heeft een plek geschapen, waar de mens tot bezinning kon komen, maar is voor veel mensen te eenzijdig en vooral te dogmatisch geworden. Waarom die traditionele plekken niet hergebruiken voor tal van bezielende ervaringen die de vervreemding van de mens ten opzichte van zichzelf en ten opzichte van anderen een halt kan toeroepen.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie