Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Moet Balkenende volgens artikel 137 een jaar de cel in?

Home

Eildert Mulder

Het recht op beledigen is een essentiële voorwaarde voor een open samenleving, betoogt filosoof Floris van den Berg in De Vrijdenker, Maandblad van de vereniging de Vrije Gedachte. Hij somt een hele reeks voor het merendeel bekende argumenten voor zijn stelling op en het is dan ook niet verrassend wanneer hij tot de conclusie komt dat de islam geen extra rechtsbescherming of respect verdient.

„Een open samenleving is gebaseerd op tolerantie,” schrijft Van den Berg. „Tolerantie betekent het accepteren, desnoods met gekromde tenen, van opvattingen waarvoor je nu juist helemaal geen respect hebt.” Hij haalt ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens aan, dat ondubbelzinnig de vrijheid van meningsuiting garandeert.

Maar dan volgt de verrassing, het Nederlandse wetboek voor strafrecht is een heel andere mening toegedaan. Artikel 137c zegt: „Hij die zich in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.”

Er zijn zelfs omstandigheden waarbij verdubbeling van de strafmaat volgt, bijvoorbeeld wanneer de belediging het werk is van twee of meer ’verenigde personen’.

Het artikel is nu nog een dode letter maar volgens Van den Berg kan dat veranderen als de maatschappelijke roep om belediging aan te pakken sterker wordt.

Volgens hem zouden velen op dit moment het artikel willen toepassen op Wilders, maar dat vindt hij opportunistisch.

Om zijn bezwaren te verduidelijken past hij het wetsartikel toe op premier Balkenende: „Ik zou mij als atheïst door de opmerking van premier Balkenende in het programma Hour of Power, wanneer hij beweert dat hij geloof noodzakelijk acht om te kunnen functioneren, beledigd kunnen voelen. Betekent dit dan dat onze premier volgens artikel 137c van het wetboek van strafrecht een jaar achter de tralies dient te verdwijnen?”

Een gedragscode voor pastores, daarvoor pleit Jaques Schenderling, predikant in Berkel en Rodenrijs. Zijn pleidooi staat in Woord & Dienst, opiniërend magazine voor de Protestantse Kerk in Nederland. Aan de hand van voorbeelden verduidelijkt hij wat hij bedoelt. Leden van andere beroepsgroepen weten in vergelijkbare gevallen moeiteloos wat ze moeten doen of laten want zij hebben wel een duidelijke gedragscode.

De Bond van Nederlandse Predikanten (BNP) heeft weliswaar gedragsregels maar die voldoen niet aan de minimumvoorwaarden voor een ethische code. Codes moeten in elk geval aan drie voorwaarden voldoen, ze moeten bindend zijn voor alle leden van de beroepsgroep, ze moeten actueel en concreet zijn en ze moeten duidelijke sancties aangeven.

Zo duidelijk zijn de gedragsregels van de BNP niet, ze beslaan ook niet meer dan een paar A4-tjes. En dus moet een predikant het zelf maar uitzoeken wanneer gemeenteleden uit dankbaarheid voor een prima geleide begrafenis een enveloppe aanbieden waarin 200 Euro blijkt te zitten. Een rijksambtenaar weet wel wat hem te doen staat: giften van boven de vijftig Euro moet je teruggeven.

Een predikante wordt uitgenodigd mee te doen aan een ’eerstelijnsoverleg’ tussen huisartsen, maatschappelijke werkers en pastores. Ze blijken persoonlijke gegevens uit te wisselen, ook over gemeenteleden van de predikante. Wat moet ze doen?

De beroepscode van de NIP voor psychologen weet het wel: „Als de psycholoog in het kader van zijn werk gegevens inbrengt in een interdisciplinair team dan is daarvoor de toestemming van de cliënt nodig.”

Schenderling noemt nog een aantal situaties op waarin een predikant het zelf maar moet uitzoeken en schrijft dan: „Het opstellen van een gedragscode is eerder het beginpunt dan een eindpunt van een goed integriteitsbeleid. Pastores moeten onderling in gesprek gaan over de vragen van de beroepsethiek. In die gesprekken moeten niet de regels van van een gedragscode centraal staan maar de kernwaarden van het ambt van pastor.”

Schenderling vindt dat de synode de ontwikkeling van een gedragscode snel op de agenda moet zetten. De beroepscodes voor artsen en psychologen zouden als voorbeeld kunnen dienen.

Deel dit artikel