Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

MOEITELOOS, SNEL EN STRALEND WIT 150 JAAR WASMACHINE

Home

SYBE I. RISPENS

Zondag is het op de kop af 150 jaar geleden dat een Amerikaan patent aanvroeg voor een machine die de huisvrouw eens en voor altijd zou bevrijden van het moeizame wassen en schrobben. Het begin van de wasmachine was er, maar het duurde nog lang voordat de huisvrouw werkeloos kon toezien terwijl het apparaat het werk deed.

Het beschreven principe van de mechanisch geïmiteerde wasbeweging blijkt in de praktijk nog te werken ook. Dat mag een klein wonder heten, want bij de meeste ingenieuze ideeën voor het automatisch wassen is dat tot het midden van de vorige eeuw op zijn minst twijfelachtig. Veel van de geniale invallen die juichend bij patentbureaus worden binnengebracht, komen nooit verder dan de tekentafel.

Bij de uitvinding van onze Amerikaanse Willie Wortel ligt dat anders: zijn systeem vindt al snel grote verspreiding en blijft tot in de jaren dertig van onze eeuw in gebruik. Maar het apparaat is nauwelijks uitgebracht, of er begint een stevige concurrentie.

In de tweede helft van de vorige eeuw verschijnen, in allerlei soorten en maten, bruikbare wasmachines op de markt. Een groot deel van de apparaten probeert menselijke wasbewegingen mechanisch na te doen, maar sommige ontwerpen grijpen terug op kennis uit de traditionele molenbouw: de aloude mechanismen voor roeren, stampen, schommelen, pompen of draaien blijken uitstekend geschikt te zijn voor het te lijf gaan van de vuile was.

Van alle technieken die worden uitgeprobeerd, bewijzen er twee zich - naast de mechanisch geïmiteerde wasbeweging - als zeer effectief voor de huishouding: de wastrommel en het schoepenrad. De wastrommel, die in 1851 wordt gepatenteerd, bestaat eigenlijk uit twee cilinders die in elkaar passen. De binnenste is van kleine gaatjes voorzien, en draaibaar in de buitenste, waterdichte trommel opgehangen. Tijdens het wassen wordt het wasgoed door de heen en weer gaande beweging van de binnentrommel afwisselend door de stoom en het sop geslagen die in de buitentrommel zitten. Het water perst zich daarbij telkens door de gaatjes van de ronddraaiende wastrommel. Precies hierdoor heeft de trommelwasmachine één groot probleem: door de waterturbulentie gaat normale zeep enorm schuimen.

Pas met de ontwikkeling van speciale laagschuimende wasmiddelen, zo rond 1960, komt hieraan een einde (zie kader) en kan het met de trommelwasmachine in de huishoudens iets worden.

Het sneldraaiende schoepenrad brengt, gemonteerd in de zijkant of in de bodem van een waskuip, water en wasgoed aan het draaien. Het wordt voor het eerst in 1869 in een bruikbaar wasmachine-ontwerp beschreven, en staat meteen model voor een hele generatie wasmachines voor in de keuken. De vuile kleren worden in deze snelwasser vlug schoon en tegelijk niet aan flarden gescheurd, iets wat bij andere modellen nog wel eens voorkomt. Vanwege zijn grote waswerking en geringe slijtage aan de stof verdringt de snelwasser geleidelijk de andere systemen, ook de oude vertrouwde wasmachine van Wilson.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog zijn in ons land acht van de tien wasmachines snelwassers.

De uitvinders en bouwers van wasmachines beloven vanaf het begin huisvrouwen te zullen bevrijden van de dampende wastobbe. De apparaten worden meestal aangeprezen met het beeld van een onbezorgde wasdag, waarbij het boenen op een wasbord eens en voor altijd tot het verleden hoort. Een reclameaffiche uit de jaren dertig laat een dame in avondjurk zien, die met de bontmantel in de linkerhand, met de rechterhand nog snel even de stekker van de wasmachine in het stopcontact steekt. Mevrouw kan uitgaan, immers: ondertussen doet de wasmachine het werk.

In de praktijk ziet dat er toch even anders uit. Tot 1900 worden alle wasmachines voor thuisgebruik met de hand aangedreven. Kort daarna komen er types voor in de keuken beschikbaar die zich naast de handbediening ook laten aandrijven met een elektromotor. Bij de vroege modellen wordt onder of naast de machine gewoon een elektrische motor gezet - niet ongevaarlijk, want de houten wastobbes zijn niet goed waterdicht en de boel is meestal slecht geaard.

Bovendien moet de was een dag van te voren worden ingeweekt, gekookt in een ketel op het vuur en dan met het heet water in de machine overgegoten. Als die zijn werk heeft gedaan, moet de hele was nog een paar keer in tobbes worden omgespoeld en tot slot uitgewrongen - met de hand of met de wringer. In de totale gang van het proces neemt het eigenlijke wassen maar een klein deel van de tijd in beslag: de wasmachine levert nauwelijks tijdbesparing op.

Een verbetering komt wat dit betreft op gang met de wasmachines waarbij het water niet meer apart met ketels op het vuur verwarmd hoeft te worden, maar waarbij het sop in de machine zelf op temperatuur valt te brengen. Zo rond het midden van jaren twintig gaat dat met modellen die gestookt worden op kolen of gas, later wordt ook met stroom verwarmd.

Het voordeel van de ingebouwde elektrische verwarming is enorm: er hoeven geen kolen meer aangesleept te worden en het overgieten van waskuip naar wasmachine is niet meer nodig. Maar er zit aan de elektrische verwarming een aardig prijskaartje verbonden: voor de prijs van een enkele wasmachine, inclusief verbruikte stroom, kan men in 1940 een heel jaar de wasvrouw inhuren. In minder dan een half procent van alle huishoudingen is in die tijd dan ook een wasmachine te vinden, terwijl in een derde van alle gezinnen een elektrisch strijkijzer voorhanden is, en in een van de vijf woningen een stofzuiger.

De modellen met aparte elektromotor en ingebouwd verwarmingselement vragen toch nog de voortdurende oplettendheid en aanwezigheid van de huisvrouw: zo moet bij de vroege modellen de draairichting van de trommel of het schoepenrad regelmatig met de hand worden omgekeerd, om te voorkomen dat de was in een kluwen gaat samenballen. Daarvoor zijn de elektromotoren met een soort voor- en achteruit versnelling uitgerust.

Met de halfautomaat, die voor de meeste huishoudens pas na de Tweede Wereldoorlog bereikbaar wordt, komt de lang beloofde tijdbesparing dichterbij. De machine kan met een ingebouwde klok zelfstandig de motor in zijn voor- en achteruit schakelen. Een thermostaat zorgt ervoor dat de verwarming bij de ingestelde watertemperatuur afslaat. Maar nog steeds staat het met de netto tijdwinst slecht gesteld.

Uit een onderzoek dat in 1955 in opdracht van de Nederlandse Huishoudraad is uitgevoerd, blijkt dat een huisvrouw met een gezin van twee kinderen, man en wasmachine, de vuile was slechts vijf minuten eerder aan kant heeft dan haar buurvrouw die de hele boel nog met de hand doet. De wasdag mag dan bevrijd zijn van het schrobben en boenen, vrije tijd leveren de wasmachines nog niet op.

Pas met de ontwikkeling van de volautomatische wasmachine, die zelf alle afzonderlijke stappen van het wassen kan regelen, wordt het snel en moeiteloos doen van de was realiteit. De eerste volautomaten uit het begin van de jaren vijftig hebben daarvoor een complete automatiek ingebouwd.

De wasprogramma's, die verschillen in temperatuur en wasbewegingen, worden steeds verfijnder en zijn niet alleen afgestemd op de nieuwe synthetische stoffen zoals polyester of perlon, maar ook op de nieuwe wasmiddelen. In 1960 bestaat de keuze al uit een kleine twintig soorten verschillende wasprogramma's, een keuzeaanbod dat niet alleen de was maar ook het bedieningsgemak delicaat door elkaar draait. De programma-automatiek wordt later dan ook weer tot de helft teruggebracht.

Om de grote krachten op te vangen die bij het centrifugeren vrijkomen, moeten de machines met een betonblok en lange metalen pennen in de vloer verankerd worden. In latere modellen maken een verende ophanging van de wastrommel en schokdempers die verankering overbodig.

Het energieverbruik van de volledig automatische wasmachines blijft een prangend probleem. De eerste automaten hebben nog een speciale elektrische aansluiting, met krachtstroom, nodig. Iets waardoor ze niet in een gewoon appartement zijn aan te sluiten. Het hoge stroomverbruik wordt voornamelijk veroorzaakt door het elektrisch verwarmen van het waswater. Men brengt dit verbruik eerst terug door bij het wassen minder water te gebruiken, later door het invoeren van een lagere wastemperatuur: de kookwas die in 1973 nog ongeveer de helft alle wasbeurten uitmaakt, wordt door nieuwe wasmiddelen steeds vaker overbodig.

Ondertussen is het ergens in de jaren zestig, de eerste mens is al in de ruimte geweest, en pas nu begint de wasdag geleidelijk aan te verdwijnen. Door wasmachinefabrikanten al lang aangekondigd en beloofd, geeft het zorgeloos doen van de was uiteindelijk toch nog een onvoorziene moeilijkheid. “De bereidheid om met de volautomaat te wassen is beperkt”, zo vat een wasmachineproducent in het midden van de jaren zestig het kernprobleem van de branche samen, “om de simpele reden dat huisvrouwen niet meer weten wat ze met hun vrije tijd moeten doen.”



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie