Moeder kan ook nooit iets goed doen

home

door Louis Cornelisse

'Oh, dat heb ik weer', reageert Sonja de J. als er weer iets misgaat in haar leven. Haar dochtertje Savanna is vermoedelijk door haar toedoen gestorven. De schuld legt Cecilia, zoals de 33-jarige vrouw zich tegenwoordig liever noemt, buiten haarzelf. Ze is in haar beleving altijd de klos geweest.

Sonja huilt. Ze voelt zich slachtoffer. Een jeugd vol geweld, achterdocht, getreiter heeft ze achter de rug. Een onberekenbare moeder, die zomaar ineens uithaalt. Als kind wordt ze opgesloten in de kelderkast. Sonja belandt vervolgens in een kindertehuis. Ze lijdt onder de reputatie van haar moeder, die ,,het in Woerden met iedereen en alles doet.'' Haar vader wordt (vals) beschuldigd van incest en is de slaaf van Sonja's moeder.

De tranen in de Haagse rechtbank zijn niet voor de driejarige Savanna. De peuter wordt eind vorig jaar dood gevonden in de kofferbak van Sonja's auto. Met haar man Mario achter het stuur en Savanna in de achterbak rijdt Sonja met hun baby Rowena op schoot door Overijssel, op zoek naar een plek om Savanna's lijkje te laten verdwijnen. De peuter is uren daarvoor gestikt omdat haar moeder een washandje in haar mond gestopt heeft, ,,omdat ze weer eens lastig was.''

Het gesnik hoort bij de herinnering aan het reanimeren van Savanna. Het verkouden kind heeft na een ijskoude douche, zoals ze wel vaker kreeg, een washand in de mond gepropt gekregen. Daarna is ze onder haar bedje gezwiept en achtergelaten. Het wakker schudden helpt niet en voor de zoveelste keer denkt Sonja: 'Dat heb ik weer.' Daarna geeft ze baby Rowena de fles, laat de honden uit, kijkt nog even naar een soap op televisie en wacht tot haar vriend Mario thuiskomt.

Sonja's gedrag lijkt veel op dat van haar eiegen moeder, die ze uit de grond van haar hart zegt te haten. Wanneer Sonja's eerste kinderen worden geboren ,,heeft ze er geen gevoel bij.'' Van enige warmte of affectie is geen sprake. Ze gaat ruw met de kinderen om. Dat zien vrienden, kennissen en hulpverleners. Als haar ter ore komt dat er een melding van kindermishandeling serieus genomen wordt, zegt ze tegen de vader van haar andere kinderen, haar toenmalige man Jan E.: ,,Dan doen we het kind weg waar we het meest last van hebben.''

Het meisje is dan anderhalf, het jongetje een baby. Jan E. krijgt bij de scheiding de kinderen en vertrekt naar Groningen. Uit een psychiatrisch rapport uit die tijd, staat dat ze als 'moeder onmachtig is een kind op te voeden.' Sonja kan er niet tegen als het niet gaat zoals ze wil. Een kind vastbinden, de mond snoeren, opsluiten, ziet ze als een oplossing waar niks mis mee is.

Het is 1996. Sonja is 24 jaar. Ze voelt zich eenzaam. Iedereen is tegen haar. Uitgaan en mannen meenemen naar huis, is het dagelijkse patroon. Daar past geen kind in. Ze prijst zichzelf gelukkig dat ze zich heeft laten steriliseren. Met alle drank en depressieve buien, lukt het niet vast werk te houden. Ze wordt arbeidsongeschikt verklaard. ,,Overdag is De J. somber'', staat er in haar strafdossier, ,,In de avond gaan in het café in Nieuwkoop alle remmen los.''

Als ze onder behandeling van de geestelijke gezondheidszorg is, wordt vastgesteld dat ze aan borderline-verschijnselen lijdt. Het ene moment is ze heftig en impulsief, dan weer zwaar in de put. Sonja palmt gemakkelijk mannen in, maar heeft moeite ze vast te houden. Het lijkt wel of ze geen goed kan doen. Tot ze inniger wordt met haar neef Reffles M. en met hem gaat samenwonen. Er lijkt een rustiger fase aangebroken te zijn. Haar gemoedstoestand wordt zelfs zo stabiel, dat ze aan een nieuw kind gaat denken.

De onvruchtbaarheid wordt ongedaan gemaakt. Sonja realiseert zich dat ze eerder kans heeft een gehandicapt kind te krijgen als een familielid de verwekker is. Passant Dennis wordt de zaaddonor. Als Savanna wordt geboren is neef Reffles aanwezig. ,,Voor het eerst had ik een blij gevoel bij een kind'', verklaart Sonja later. De verloskundige en de kraamhulp zien het anders. Ze wil het kind niet meteen vasthouden. ,,Omdat het vies was'', zegt Sonja nu.

Kraamhulp Annemarie is erg aangedaan door de toestand in het huis. De nieuwe moeder is argwanend. Alles moet op haar manier, ook al is dat niet goed voor de baby. Annemarie: ,,Toen ik wegging, vroeg ik me af af of het ooit nog goed zou komen met Sonja en Savanna.'' De mannen komen en gaan. Buren zien haar het kind in de auto smijten. Horen haar gillen. De Kinderbescherming grijpt in. Savanna wordt uit huis geplaatst. Sonja stemt in met een psychiatrisch rapport. Daarin staat nog eens dat ze symptomen vertoont van een borderliner. Ze manipuleert, heeft angst afgewezen te worden. Ze vraagt om hulp, maar als die wordt geboden, is ze niet in staat het advies aan te nemen.

Savanna leeft op in het kindertehuis. Ook Sonja knapt op. Ze krijgt medicijnen. Bij het kindertehuis wordt getwijfeld of de moeder wel oprecht is. ,,Sonja weet heel goed wat hulpverleners willen horen'', schrijft een medewerker van het Boddaert-centrum in Amsterdam waar Savanna verblijft. Toch wordt besloten het kind weer thuis te laten komen, ,,om de moeder nog een kans te geven.''

Als Savanna eenmaal thuis in Alphen terugkeert, wordt het gezinnetje omgeven door zorgverleners. Het contact met Sonja verloopt troef. Ze is wantrouwig. ,,Omdat ze steeds dreigen het kind af te pakken. Dat zet zo'n druk op me,'' zegt Sonja. De hulpverleners zien in de komst van de nieuwe vriend Mario een gunstige wending. Maar Savanna mag niet naar de peuterspeelzaal van Sonja. Ze zit onder de blauwe plekken, praat gebrekkig, loopt moeilijk, is mager en klein voor haar leeftijd: drie jaar is ze en weegt tien kilo.

Sonja noemt zich nu Cecilia. In het huis is het nooit feest. De verjaardag van Savanna wordt niet gevierd. Sonja ergert zich aan haar ongehoorzame dochter. Net als haar moeder, slaat ze als haar gedrag niet zint. Savanna wordt in bed vastgebonden. Net als Sonja in haar jeugd, wordt Savanna opgesloten. Mario heeft een hokje in een kast gemaakt. Ook mag het hongerige peutertje niet naar haar moeder kijken als ze eet. Dat mocht Sonja ook niet van haar moeder. Dat is bedelen.

Mario wordt net als haar vader vroeger, huisslaaf. Hij straft zelfs in haar opdracht Savanna door haar een washand in de mond te stoppen. Bij de geboorte van Rowena krijgt ze voor het eerst echte moedergevoelens, zegt Sonja. Savanna en Mario, van wie het kind is, mogen niet naar de baby komen kijken. Waarom noemt Sonja haar Rowena, net als het Meisje van Nulde, dat in stukken in het water werd gevonden? ,,Omdat ik wilde bewijzen dat er een Rowena gelukkig kon opgroeien,'' verklaart ze later.

De meeste hulpverleners hebben zich dan al teruggetrokken. Sommige bij gebrek aan resultaat, andere zien gunstige ontwikkelingen. Sonja wil een nieuwe start maken en verhuizen. Als een makelaar belt dat hij bij een aangeboden huis in Brabant op internet een nulletje is vergeten, slaan de stoppen bijn Sonja door. Savanna, haar lastige kind, vraagt om aandacht. Die krijgt ze, met fatale gevolgen.

Voor haar rechters zit Sonja kaarsrecht. Welbespraakt doet ze getuigenissen van het kwellen van Savanna en haar egoïsme af als leugens. Sonja en Cecilia, ze zeggen het telkens opnieuw: ,,Heb ik weer.''

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie