Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Modeontwerper Aziz Bekkaoui koestert andersdenkenden: 'Er is meer angst voor nieuwe culturen'

Home

Dana Ploeger

Modevormgever Aziz Bekkaoui. © Team Peter Stigter
levenslessen

Modevormgever Aziz Bekkaoui (49) volgt niet de laatste trend, maar beweegt mee met de tijdgeest. ‘Er is meer angst voor nieuwe culturen, ik zie minder andersdenkenden op straat.’

1 Geef een kind alle vrijheid

Lees verder na de advertentie

“De eerste jaren van mijn leven groeide ik op in Berkane in het noordoosten van Marokko, daar had ik alle vrijheid. Met alle kinderen uit de straat speelden we bruiloftje en kleedde ik iedereen - jongens en meisjes - aan met lange doeken. Iedereen genoot van onze bonte stoet. Toen ik zes was, verhuisden mijn ouders, zusjes en ik naar Voorburg; we wisten niets van Nederland, we zagen het als één groot avontuur. Bij aankomst zetten mijn zussen en ik onze koffers boven neer en gingen meteen buiten spelen. Dat de buurjongens ons uitscholden voor Turken had ik niet door: ik sprak alleen Frans en Arabisch.

Dat de buurjongens ons uitscholden voor Turken had ik niet door: ik sprak alleen Frans en Arabisch

Ik trok me nergens iets van aan. Als jochie van acht deed ik twee verschillende schoenen aan naar school - een blauwe en een groene. Mijn meester zei: “Dat doen we hier niet, Aziz.” Ik haalde mijn schouders op, ik vond het mooi, fashion. Ik moest wennen aan de hokjesgeest in Nederland, het voelde als een stap terug na de vrijheid in Marokko. Wat ik wel mooi vond waren de bijbellessen op mijn katholieke school, die ik naast de verhalen legde die ik hoorde op de koranschool op zaterdagmiddag. Voor mij kunnen die nog altijd samengaan.

Thuis zat ik altijd te knutselen; zo versierde ik de krukken aan onze tafel, die van mijn zusje had een mooie strik en die van mijn vader een snor. Mijn ouders maakten nergens een punt van. Ze waren heel vrij in hun opvattingen, de strengste regel bij ons thuis was dat je niemand mocht veroordelen. Niet op kleur, afkomst, rijkdom of kleding. Mijn vader was de eerste Marokkaan in onze buurt, die mij op de fiets naar school bracht. Hij houdt van alle culturen, is heel open en heeft veel humor. Mijn moeder stimuleerde me vooral mezelf te zijn. Niets en niemand veroordelen is de rode draad in mijn werk geworden.”

2 Zet overal vraagtekens bij

“Op de lagere school hield ik me al bezig met mode. Ik knipte artikelen uit tijdschriften en keek trouw naar het Duitse tv-programma ‘Neues vom Kleidermarkt’ over alle modenieuwtjes uit Parijs. Eigenlijk wilde ik architect worden en gebouwen ontwerpen die eeuwig bleven, maar als tiener wilde ik me uiten en dat lukt niet met een gebouw op je hoofd, dus koos ik voor mode. Na de mts ging ik naar de mode-academie in Arnhem en schoof geregeld aan bij de andere disciplines, zoals beeldhouwen. Ik wilde alles combineren, nog steeds doe ik dat.

Ik ontwerp theaterkostuums, bedrijfskleding, haute couture en werk aan kunstprojecten. In mijn collecties kies ik voor verschillende stoffen en laat ik vormen in elkaar overlopen. Ik zet overal vraagtekens bij. Hoezo moeten mannen altijd een overhemd aan met knopen? En die eeuwige kraag? Dat is nog een overblijfsel uit de tijd van Napoleon. Daarom ontwierp ik al snel een T-shirt met de uitstraling van een overhemd, een casual maar gekleed jersey shirt zonder knopen - nu een geaccepteerd kledingstuk. En bij de bedrijfskleding voor een bibliotheek werd het een colbert met een T-shirt, dat heeft comfort en straalt toch cachet uit. Hoe grappig vond ik het dat de mannen van de bieb na een tijdje toch weer een klassiek overhemd gingen dragen, dat soort tradities zitten heel diep.”

3 Ga in tegen tradities

“Toen ik klaar was met mijn opleiding won ik de eerste prijs van het internationale ‘Festival des Jeunes Stylistes Hyères’ in Frankrijk. De volgende dag zag de Spaanse ontwerper Paco Rabanne mijn collectie in de krant staan. Daarna ging het snel. Ik stond dat jaar in het voorprogramma van zijn show en vertrok naar Parijs - in de trein naaide ik nog de laatste finesses op mijn kledingstukken. Ik wist diep van binnen wel dat ik talent had, maar de erkenning van die grote ontwerpers gaf mij een vliegende start. Ik had grote dromen en idealen en wilde de modewereld op z’n kop zetten. In Parijs was alles nog traditioneel, je had het moment van de mannencollectie en die van de vrouwencollectie, dat waren twee gescheiden werelden.

Als jochie van acht deed ik twee verschillende schoenen aan naar school - een blauwe en een groene

Ik bracht als eerste een gezamenlijke collectie uit voor mannen én vrouwen, met androgyne modellen. Dat was echt experimenteel. Ik vind het een vorm van achteruitgang als je niet vernieuwt: in de mode en haute couture, maar ook in de kerk, de politiek, eigenlijk in de hele samenleving. Daarom ging ik in tegen de mode-mores. Ik stapte af van de traditionele catwalk, en zocht andere plekken om mijn collecties te tonen. Ik ben niet iemand die elk jaar doordraaicollecties maakt, ik wil mensen inspireren, en niet alleen met een tas of kledingstuk, maar met mode die een ziel heeft. Ik kan niet los van de maatschappij creëren.”

4 Koester andersdenkenden

“Mijn projecten beginnen altijd bij ontroering, bij iets wat mij raakt. Het project ‘Times Burka Square’ in 2005 begon bij mijn buurjongetje Simon, die werd gepest omdat hij altijd maillots droeg. Zijn kleuterjuf raadde zijn moeder aan dat hij zich beter normaal kon kleden. Daar spraken we over en constateerden dat als hij zich zou aanpassen, we de kinderen zouden leren dat hij niet normaal was met zijn maillot - en wat is normaal? Dat zette me aan het denken, wat zou er gebeuren als alle subculturen zouden verdwijnen, als alles ‘normaal’ zou worden. Tegelijkertijd speelde de discussie over het dragen van een boerka.

Daarop creëerde ik een bonte stoet van andersdenkenden: met kardinaal Simonis in een door mij ontworpen gewaad, Hare Krishna’s, muzikanten en Lonsdale-jongeren in boerka’s met de Nederlandse vlag erop. Eerst dachten die gabbers dat ze gewoon een capuchon op hadden. Hakkend stonden ze op het podium. In volle overtuiging. Pas toen die jongens ’s avonds de beelden in het journaal zagen, belden ze me boos op. Ze hadden een boerka aangehad, riepen ze geschrokken. Toen had dat stuk textiel ineens context gekregen. Nu zou ik dit project niet opnieuw zo doen, deze tijd vraagt om een ander statement.” 

5 Kunst is juist nu hard nodig

“De kleuters uit de klas van Simon zijn inmiddels volwassen en vormen de nieuwe maatschappij. Ik ben bang dat onze voorspelling van toen is uitgekomen: er is meer angst voor nieuwe culturen, ik zie minder andersdenkenden op straat, mensen leunen weer sterk op tradities. Als kunstenaar hoop je dat je op een gegeven moment niet meer nodig bent, maar helaas. Kunst is juist nu hard nodig. Het borrelt al, ik moet weer van me laten horen. Kijk alleen al naar de opmerking over Suriname, waarmee onze minister van buitenlandse zaken een heel volk buitensloot. Dat vertelt mij dat we een stap achteruit hebben gezet.

Ik zit geregeld aan tafel met beleidsmakers, mensen hoog in de boom van allerlei niveaus, maar wat zij soms uitkramen! Daar schrik ik van. Door de economische groei denken mensen dat ze zich weer alles kunnen permitteren, dat ze niemand nodig hebben en klakkeloos groepen mensen kunnen weg zetten. Ze vergeten hoe onze wereld zoveel rijker is geworden, juist door de komst van allerlei culturen. Daarom is het prachtig dat er meer diversiteit is in de modewereld, dat er nu modellen zijn van allerlei kleuren. Eindelijk! Maar het is niet genoeg.”

6 Uitschelden gaat niet over mij

“Zelf word ik voortdurend in een hokje geduwd en aangesproken op wat ik zou zijn: modeontwerper, Marokkaan, theatermaker, kunstenaar, homoseksueel, ga zo maar door. Altijd maar weer dichten mensen mij een bepaalde groep toe. Als ik me extreem kleed, hoor ik bij de groep extreme modeontwerpers en als ik een hippe baard laat groeien en een muts opzet, ben ik in de ogen van onbekenden een extreme moslim.

Ik vind het een vorm van achteruitgang als je niet vernieuwt

Ik krijg op straat zo vaak een opmerking naar mijn hoofd geslingerd, elke dag wel. Meestal tel ik eerst tot tien, daarna observeer ik of het onwetendheid is of dat het in de aard van het beestje zit. Het raakt me niet meer persoonlijk en ik pas me zeker niet aan. Als je naar mijn performances en mijn ontwerpen kijkt, weet je in essentie wie ik ben. Die vertellen alles over mij. Het gaat niet om mijn ego, daarom vertel ik ook niet welke beroemde mensen ik kleed. Daarbij vind ik mijn privéleven, dat ik single ben, dat ik lekker kan koken totaal niet interessant. Daarover zal je niets vinden op sociale media. Dat is niet waar ik voor besta.”

7 Met elk budget kun je je mooi kleden

“De afgelopen twintig jaar is er veel veranderd in de mode. Toen ik begon, was het ondenkbaar dat grote huizen als Gucci of Louis Vuitton materialen zouden mixen of androgyne modellen in sportswear op de catwalk zouden showen. Nu gebeurt dat wel. Fantastisch! Mode is veel democratischer en toegankelijker geworden. Mensen zijn bewuster, ze kleden zichzelf weer met liefde aan. Dat is goed voor de diversiteit in modetrends, maar heeft ook een positief effect op de high fashion. Iedere man of vrouw kan zich nu uiten met kleding, je hoeft niet meer rijk te zijn om je goed te kleden. Je kunt zeggen wat je wilt van fast fashion, maar je kunt er wel met een kleine portemonnee je eigen stijl mee creëren. Of je gaat naar de kringloop en verknipt oude kleding tot iets unieks. Zo ben ik ook begonnen.” <<

Aziz Bekkaoui (1969, Berkane, Marokko) studeerde in 1996 af aan de modeacademie in Arnhem. Hij won dat jaar de eerste prijs van het ‘Festival des Jeunes Stylistes Hyères’ in Frankrijk en werd door Paco Rabanne gevraagd om zijn collectie in Parijs te tonen. Bekkaoui ontwerpt haute couture, mannen- en vrouwencollecties, theater-, dans- en operakostuums en bedrijfskleding, hij opende een aantal keren de Fashionweek Amsterdam en organiseert internationale kunst- en mode-exposities. In 2002 was er een overzichtstentoonstelling van zijn werk in het Gemeentemuseum Den Haag.

Landelijke bekendheid kreeg hij met zijn Lonsdale-boerka (2005). En internationaal brak hij datzelfde jaar door met het ontwerp van een zeven meter hoge jurk voor kunstenares Marina Abramović in het Guggenheim Museum in New York. Bekkaoui geeft les aan jonge ontwerpers en woont en werkt in Amsterdam.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd? Eerdere afleveringen vindt u hier.

Lees ook:

Mode met jezelf in de hoofdrol: 'gewone' mensen bepalen wat stijlvol is

We kijken minder naar de catwalks en bladen, en meer naar opvallende gewone mensen voor inspiratie.

Deel dit artikel

Dat de buurjongens ons uitscholden voor Turken had ik niet door: ik sprak alleen Frans en Arabisch

Als jochie van acht deed ik twee verschillende schoenen aan naar school - een blauwe en een groene

Ik vind het een vorm van achteruitgang als je niet vernieuwt