Misplaatste paniek over crisis pensioenfondsen

home

AREND VERMAAT | EMERITUS-HOOGLERAAR STAATHUISHOUDKUNDE EN FINANCIEEL TOEZICHT

Voorlopig nog niet met pensioen. © anp
Opinie

Als oud-voorzitter van de Pensioen- en Verzekeringkamer wilde ik me er eigenlijk niet mee bemoeien, maar het wordt nu te gek. Al die verhalen over crises bij de pensioenfondsen: pensioenrechten korten vanwege de huidige lage dekkingsgraden! Staan de pensioenfondsen er dan echt zo slecht voor?

Soms wel, maar dan gaat het om speciale gevallen (zoals overrijpe fondsen of een faliekant verkeerd uitgepakt risicovol beleggingsbeleid). Maar globaal gesproken niet. Waarom dan die paniekverhalen?

Die worden veroorzaakt door de gehanteerde berekeningsmethodiek van de pensioenverplichtingen op lange termijn. De huidige toezichthouders zijn geheel in de ban geraakt van het 'boekhouden tegen actuele prijzen'.

Kort door de bocht geformuleerd: voor de berekening van de hoogte van alle pensioenverplichtingen (ook die van tien jaar en langer) wordt aangenomen dat de rentestand gelijk zal blijven aan de huidige rentestand voor risicovrije staatsobligaties met een looptijd van tien jaar. Dus dat het realistisch is om aan te nemen dat deze tienjaarsrente nog zo'n dertig tot veertig jaar zo'n 2 procent zal blijven. Dit lijkt mij zowel theoretisch als historisch gezien een tamelijk onzinnige veronderstelling.

Hoe zou het financiële toezicht op pensioenfondsen (en verzekeraars) er dan globaal uit moeten zien? Ik ben voorstander van drie toetsen. Alleereerst een korte-termijntoets (voor één à twee jaar) waarbij er voornamelijk op wordt gelet of er voldoende liquiditeiten zijn om aan de verplichtingen te voldoen.

Ten tweede een middellange termijntoets (voor vijf tot tien jaar) op de vraag naar voldoende solvabiliteit (globaal) langs de huidige methodiek maar dan alleen voor de verplichtingen lopend tot die tien jaar!

Ten derde een complete solvabiliteitstoets voor de gehele looptijd van baten en verplichtingen op basis van realistische veronderstellingen. Daarbij mag men aannemen dat zeker na tien jaar de (nominale) rentevoeten weer richting het historisch gemiddelde van minstens 4 procent zullen zijn gegaan. Zeker wanneer de eurocrisis bedwongen is, en mede gezien de enorme monetaire financiering van de laatste jaren en voorts de toenemende schaarste aan grondstoffen en voedingsmiddelen.

Maar is de levensverwachting dan recentelijk niet ontzettend opgelopen? Dat kost toch ook geld? Ja. Dit verschijnsel was overigens al jaren bekend bij uitvaartbedrijven (de feitelijke sterfte lag al jaren onder de CBS-prognoses). Het domweg doortrekken van deze trend is echter niet reëel. De zorgsector zal niet onbeperkt blijven groeien en ook dat heeft effect op de levensverwachting.

Maar de doorsnee pensioenpremies zijn kennelijk te laag geweest. Dus moeten we die verhogen. Eventueel kan dat via de ABP-dakpanmethode, waarin het verschil tussen de doorsnee premie en de actuele premie in vier tot vijf jaar wordt ingelopen. En voor hen die reeds met pensioen zijn gegaan: eventueel de uitkeringen enigszins korten op het moment dat zij de leeftijd bereiken van wat de gemiddelde levensverwachting was op het moment dat zij 65 jaar werden.

Is dit voldoende? Zeker niet! Zoals in 1987 het rapport van de Commissie Drees jr. al adviseerde: de aow-leeftijd èn die voor de aanvullende pensioenen snel doch geleidelijk verhogen, bijvoorbeeld met één maand per jaar. Inmiddels is het 2012, en zijn we 25 jaar verder. Dus moet die pensioenleeftijd sneller omhoog!

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie