Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Misha Latuhihin is voor zichzelf strenge coach

Home

JOHAN WOLDENDORP

Misha Latuhihin heeft na een kleine 200 interlands zijn doel bereikt: hij is de eerste spelverdeler van het Nederlandse volleybalteam, dat een van de favorieten voor de wereldtitel is. In Japan kan vanaf vrijdag een hele mooie trilogie worden geschreven. Het mondiale goud ontbreekt nog in de prijzenkast van de Europees en olympisch kampioen. Als volleyballer lijkt Latuhihin een wereld op zichzelf. Wie is zijn beste coach? “Ik.” En wie heeft de meeste invloed op zijn carrière gehad? “Ik.”

MIJDRECHT - Hij draagt nummer één op rug en borst en begint vrijdag op het WK tegen Tsjechië aan zijn 190e interland. Van de huidige selectie hebben alleen Guido G"rtzen (192) en Bas van der Goor (220) meer caps achter hun naam staan. En toch is Misha Latuhihin (27) in de volleybalwereld een nieuwkomer. Hij is de regisseur van de nieuwe generatie die over twee jaar in Sydney het olympische succes van Atlanta moet prolongeren.

Latuhihin pikte sinds zijn debuut in Oranje, op 5 juni 1993 tegen Australië, heel wat puntjes en ook volledige wedstrijden mee, en mag zich, omdat hij er steeds bij was, daarom Europees en olympisch kampioen noemen. Maar altijd was hij tweede spelverdeler achter nummer twaalf, Peter Blangé. De Limburger is nu eindelijk een sportje hoger op de lange ladder naar de top geklommen: hij is de koninklijke 'ballenleverancier'. Toch was het er bijna weer niet van gekomen. De eerzuchtige Blangé had zijn zinnen gezet op de wereldtitel, de enige hoofdprijs die nog ontbreekt op de indrukwekkende palmares van de Oegstgeester. Daarna wilde hij stoppen. Bondscoach Toon Gerbrands bepaalde echter dat het moment van afscheid nemen eerder was aangebroken. Over het mondiale titeltoernooi heen kijkt Gerbrands ook naar de Olympische Spelen van 2000. Daar wil hij werken met spelers die het WK niet als eindstation zien.

Gerbrands speelde het hoog. Hij ontnam Blangé het aanvoerderschap en beroofde de 2,05 meter lange spelverdeler daarmee van het dierbaarste dat hij als volleyballer bezat. Gerbrands' voorganger Joop Alberda noemde Blangé ooit diens veldmaarschalk. De spelregisseur beschouwde het als een eretitel en het ultieme signaal dat hij een van de belangrijkste volleyballers van het land was. Het feit dat Gerbrands de aanvoerdersband aan Van de Goor gaf, krenkte hem zo diep dat de breuk met de trainer niet meer viel te repareren. Later kwam ook nog het bericht dat Blangé aan de ziekte van Pfeiffer leed. Dat zou deelname in Japan tot een haast onmogelijke missie hebben gemaakt.

Topsport kenmerkt zich door egoïsme. De een zijn dood is haast vanzelfsprekend de ander zijn brood. Misha Latuhihin en zijn vriendin Wendy moeten in Swalmen een feestje hebben gebouwd toen Blangé definitief international af was geworden. Latuhihin had lang op dat moment gewacht, langer dan hem lief was. De teleurstelling was immens, toen Blangé zich toch voor het EK van 1997 meldde. “Dit is mijn moeilijkste jaar tot nu toe”, bekende Latuhihin vorig jaar in Het Parool. “Natuurlijk hoop ik dat Peter slecht speelt, ik zou liegen als dat niet zo was”, voegde hij er aan toe.

Desillusie

Ruim een jaar na dato licht hij toe waarom de desillusie in 1997 zo groot was. “Ik draag niet voor niets het nummer een. Voordat je voor het Nederlands team kiest, wil je weten of je het niveau wel aan kunt. Ik merkte al snel dat ik aan kon haken. Je ziet wie zich nog meer als spelverdeler onderscheiden. Ik vond dat ik na Peter de beste was. Dus heb ik in het seizoen 1994-'95 geroepen dat wanneer Peter na Atlanta op 32-jarige leeftijd stopt, ik er als eerste spelverdeler moest staan. Dat vond ik op dat moment een reële doelstelling. Later had ik er wel spijt van dat ik het zo pertinent had gesteld. Het was aan mij om hem er uit te spelen. Dus was het niet correct om te zeggen dat Peter vorig jaar op het EK mijn plaats innam.”

“Ik heb niet staan te juichen, toen Gerbrands na de zomer openlijk voor mij koos. Het is een normaal proces. Peter heeft dat ook ondergaan toen hij in de plaats van Avital Selinger kwam. Je bent er voor het uur U al een tijdje mee bezig. De mensen langs de kant ook. Die vergelijken de ballen die jij geeft en zoals Peter die geeft, met elkaar. Dat geeft een bepaalde druk, daar moet je mee leren omgaan. Toen de kogel door de kerk was, heb ik ook een weekje nodig gehad om dat op me in te laten werken. Je staat dan ineens stil bij de gevolgen. Het betekent dat het hele team een andere rol krijgt. Het feit dat jij de aankomende jaren de verantwoordelijkheid dient te nemen, houdt in dat het hele spelsysteem verandert.”

“Dat ik niet echt heb staan te juichen, heeft twee redenen. Ik ben van nature nogal ingetogen. Ik ben geen feestvierder. Ik betrap mezelf er wel eens op dat ik te weinig ontspanning zoek. Je bent al de hele dag met volleybal bezig, en als je dat ook nog meeneemt naar huis, gaat het afstompend werken. Ten tweede: ik wist dat het moment moest komen. Ik had er alleen twee keer op gerekend dat het eerder zou gebeuren. Eerst na Atlanta, toen direct na het EK. Twee keer moest ik mijn doelen bijstellen. En dan gebeurt het geheel onverwacht. Met dat soort processen moest ik leren omgaan. Hoe dat ging? Ik praatte er veel over met mijn vriendin Wendy. Zij was razend enthousiast, ik was, zoals gezegd, ingetogener. Maar tegelijkertijd heel trots. Niet alleen Toon, het hele team koos voor mij. Dat geeft me veel vertrouwen.”

Met Blangé heeft Latuhihin twee keer telefonisch contact gehad. “Ik heb hem opgebeld toen hij uit het team was gezet, en nadat ik gelezen had dat hij de ziekte van Pfeiffer had. Je bent er als speler niet bij betrokken wanneer een trainer besluit iemand niet meer op te stellen. Peter verweet me daarom ook niets. Ik heb hem altijd vervangen. Hij wenste me succes, maar zei er wel bij dat het mij nog lang zou achtervolgen dat hij uit de selectie was gezet. Dat is ook zo. Ik ontkom er niet aan dat mensen mij met Peter vergelijken. Daar kan ik mee leven. Ik heb in hem en Avital twee illustere voorgangers gehad. Er bestaan tussen mij en Peter overeenkomsten, maar ook verschillen.” Blangé was door zijn lengte aanvallend sterk, nuttig bij het blokkeren, maar fysiek enorm kwetsbaar. Latuhihin (1,89 m) is een betere verdediger en lichamelijk haast onverwoestbaar. “Ik ben in mijn hele carrière slechts een keer door mijn enkel gegaan. Maar ik ben nog nooit door een blessure uitgevallen. Een team past zijn tactiek aan op de sterke en zwakke punten van een speler. Je kunt niemand op grond van diens specifieke kwaliteiten vervangen.”

Uitgestippeld

Latuhihin had zijn marsroute in 1993 al uitgestippeld. De Limburger van Molukse afkomst zegt voor de motivatie niemand nodig te hebben. Op de vraag wie hij als zijn beste coach beschouwt, antwoordt hij: “Ikzelf.” Degene die de meeste invloed op zijn carrière had, luistert eveneens naar de naam Misha Latuhihin. “Mensen kunnen je alles vertellen, maar als je jezelf geen doelen en subdoelen stelt, als je jezelf niet kunt motiveren, dan heb je daar niets aan. Je moet het allemaal zelf ondergaan. Daarom ben ik me er ook van bewust geworden dat de beste coach die mijn pad kan kruisen, ikzelf ben. Natuurlijk heb ik ook te maken met een team. Als team moet je ook doelen nastreven en dat trainen. Dat is een van de taken van Toon. Als ik verantwoordelijkheid wil dragen, moet ik mezelf coachen en zelf de lat hoog leggen. Het is niet moeilijk om mezelf te coachen. Ik kan alle video's terug kijken, ik kan zelf analyses maken. Het is belangrijk om jezelf te verbeteren.”

Een van de wapens die Latuhihin hanteert, is de wat komisch ogende sprongfloater; met een klein sprongetje een floatservice geven. “Dat is om de tegenstander te verrassen. De bal komt uit een andere hoek. Ik kan hem afwisselen met een gewone sprongservice. In ons systeem, waarin veel spelers over een harde sprongservice beschikken, levert dat veel rendement op.” Het WK wordt in zijn ogen beslist door het land dat de side-out (het terughalen van de service) het beste onder controle heeft. Het servicegeweld is sinds 'Atlanta' enorm toegenomen. De oefenwedstrijden die Nederland de vorige maand in Arnhem tegen Italië speelde, waren treffende getuigenissen. Met ingang van volgend jaar krijgt de opslag een heel andere functie. Naar analogie van het tafeltennis is iedere fout van de tegenstander een punt. Het ralley point-systeem dat momenteel regel is in de vijfde set, moet de duels korter, sneller en attractiever (voor de tv) maken. De puntentelling loopt dan overigens door tot 25. Gerbrands is laaiend enthousiast, Latuhihin haalt zijn schouders er bij op. “Ik ben een voorstander van de wedstrijden zoals we die de afgelopen jaren hebben gespeeld. Mijn langste partij ooit duurde 3,20 uur. In toernooivorm is dat ongelooflijk zwaar. Het nieuwe systeem van kortere wedstrijden houdt in dat de trainingsarbeid ook minder tijd in beslag neemt. Ik kan er verder geen zinnig woord over zeggen. Achteraf zal blijken of de kniebuiging voor de commercie de sport ten goede komt.”

Ambitie is het sleutelwoord van Latuhihin. Het clubtraject, dat na zijn debuut bij Argos uit Oeffelt via Flamingo's (Gennep), VCG, Zevenhuizen en Brevok voorlopig bij Zonhoven eindigt, voorziet vooralsnog niet in buitenlandse avonturen met een hoog financieel en sportief gehalte. “Ik heb wel aanbiedingen gehad om in Italië en Japan te volleyballen”, zegt hij. “Ik kon er ook meer geld verdienen dan in België, maar die offertes waren niet goed genoeg om te vertrekken. Het ligt er maar aan, voor welke aanbieding je bereid bent naar een ander land te verhuizen. In België is meer geld dan in Nederland. Het gaat er op clubniveau ook professioneler aan toe. Je moet meer trainingsarbeid verrichten, er worden gemakkelijker buitenlanders gehaald. Al die dingen zorgen voor een hoger niveau dan je in de Nederlandse competitie ziet. Ik kan er goed van leven. Ik krijg elke maand een bedrag overgemaakt dat de gemiddelde Nederlander bij lange na niet verdient. Het is wel vreemd: wat als hobby begon, is gewoon werk, gewoon een beroep, geworden. Je krijgt loon naar werken. En natuurlijk wat de markt er voor over heeft. We zullen nooit aan voetbal en tennis kunnen tippen, maar de impact van het volleybal is weer veel groter dan die van een minder bedeelde sport als korfbal. Zo is de hele marktcyclus. Ik vind dat ook logisch.”

Adel verplicht

Volleybal werd mede door de Olympische Spelen van Atlanta een grote sport in Nederland. Adel verplicht derhalve in Japan, al staan de kanshebbers op het mondiale goud (naast Oranje zijn dat Italië, Rusland, Cuba en Brazilië) te dringen. “Er was altijd wel waardering voor ons,” weet Latuhihin. “Maar pas nadat we na jarenlange strijd als winnaar uit de bus kwamen in een toernooi, tegen een land dat niet was te verslaan, waren de mensen ineens trots op ons. Ze bekeken ons als superatleten, als supersporters. Dat maakt het WK tot een verschrikkelijk zwaar toernooi. Je wordt altijd op het recente verleden afgerekend. Als je eenmaal begonnen bent met het binnenhalen van prijzen, dan gaan de mensen ervan uit dat daar geen einde aan komt.”

Deel dit artikel