Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Miguel Janssen, een sprinter die 'rolt als een bal'

Home

ROB VELTHUIS

Een jachtluipaard rust, om hooguit een half uur per dag te besteden aan het vangen van zijn prooi. Als het snelste dier ter wereld relaxed is, moet de snelste mens dat ook zijn. Niet dat Miguel Janssen direct de illusie heeft ooit de beste te worden, maar als blanke valt hij op tussen de overwegend donkere sprinters. Niet in het minst omdat hij er op Aruba tussen opgroeide.

Met bovenstaande gegevens kunnen enkele vormen van discriminatie vervelend door elkaar lopen. En in beide gevallen kan de hoofdpersoon weinig aan die situatie veranderen. Ten eerste is er de maatschappelijke status die hij volgens zijn leermeester Henk Kraaijenhof in de sport kan opbouwen. De goeroe, die de sprint op wetenschappelijke basis benadert, meent dat Janssen in de toekomst in staat moet worden geacht in de buurt te komen van de begeerde tien secondengrens op de 100 meter. Dat zou hem op slag miljonair maken, terwijl zijn talrijke zwarte collega's vele malen onder die tijd moeten duiken om een goed salaris te verwerven. Hier geldt het marktprincipe dat schaarse maar gewilde goederen duur maakt, hoe onredelijk dat ook is waar het mensen betreft. Blanke sprinters op topniveau vormen een zeldzaamheid. Er was een boycot (1980, Moskou) voor nodig om een niet-zwarte (Allen Wells, Brit) tot Olympisch kampioen op de 100 meter te kunnen kronen.

“Wie gouden eieren krijgt aangereikt, slaat die niet af.” Janssen heeft het niet over droomkapitalen, maar legt uit waarom hij vorig jaar voor het indoor-WK in Toronto besloot in zijn verdere loopleven voor Aruba uit te komen. Het was in een periode dat er door studie en blessures nog weinig schot zat in de atletiekcarrière van de belofte die in 1970 op Aruba werd geboren uit het huwelijk van een Nederlandse middenafstandloper (Harry) en een Nederlandse verspringster (Ciska). Zijn vader, voorzitter van de Arubaanse atletiekfederatie bood hem het startbewijs aan dat hij in Nederland slechts kon verkrijgen door het voldoen aan relatief zware limieten. Miguel zag dat als een uitgelezen kans om internationale ervaring op te doen en hapte toe. Waardoor hij tevens kon figureren tijdens de wereldkampioenschappen in Stuttgart.

“Hoe ik het precies moet uitleggen, weet ik niet. Maar ik voel dat er sinds die tijd op een bepaalde manier naar me wordt gekeken. Als ik als enige op een wedstrijd een redelijke tijd loop, staat er toch een andere atleet in de krant. Toen ik in Stuttgart net de tweede ronde niet haalde, vroegen journalisten me of ik op dat niveau eigenlijk wel wat te zoeken had. Alsof het me allemaal niet echt wordt gegund. Ik merk het aan alles, er hangt een raar sfeertje. Mensen die twijfelen of ik wel echt een Nederlander ben. Alsof dat iets uitmaakt. Alle mensen die in Aruba wonen hebben als nationaliteit ook Nederlander in hun paspoort staan. Het enige waarin ik van andere Nederlanders verschil, is dat ik voor Aruba loop. Daar ben ik inmiddels een local hero. Maar spijt, nee. Ik wist wat de consequentie was. Sporten doe ik voor mezelf, dan maakt het me niet zoveel uit voor welk land ik uitkom.”

Met op nationaal en internationaal niveau sportende ouders kreeg Miguel de atletiek in al zijn vormen met de paplepel ingegoten. “Dat is het mooie van deze sport. En een geweldige scholing voor het kind omdat alle mogelijke coördinatie in bewegen wordt ontwikkeld.” Eerst op Aruba, waar hij van sprint tot cross opviel door tussen het vele zwarte talent alles te winnen. Later in Nederland, waar verspringen een te grote belasting vormde voor het nog niet volgroeide lichaam en de keuze haast als vanzelf op de 100 en 200 meter viel. Janssen meent dat hij de juiste genen van zijn ouders in zich heeft verenigd. De loopstijl van zijn vader; het explosieve en sterk gebouwde lijf van zijn moeder. En het juiste vezeltype, dat van een sprinter. Eén op de tweehonderd donkere mensen is ermee uitgerust; slechts een op de duizend blanken, zo becijferde Kraaijenhof ooit. Het talent komt pas dit jaar echt tot uitdrukking in goede tijden. Janssen vestigde een indoorrecord op de 60 meter en voegde daar vorige week tijdens de Nederlandse kampioenschappen in de buitenlucht met forse tegenwind een grensverlegging op de 200 meter aan toe.

Janssen, die zegt te kicken op het maken van snelheid met zijn eigen lichaam, stond jarenlang stil in ontwikkeling. Hij volgde de CIOS-opleiding die vreemd genoeg nauwelijks is afgestemd op een combinatie met topsport bedrijven. Studie, trainen, huishouden. De dag kende niet de noodzakelijke rustpunten, niet toevallig volgde de ene blessure de ander op. Wel werd hij toen al nauwlettend in de gaten gehouden door Kraaijenhof die onder anderen met zijn pupillen Nelli Cooman en Merlene Ottey internationale faam verwierf. “In 1989 deed hij al testen met me. Toen zat ik met mijn tijden op hetzelfde niveau als Ottey. Hij zocht vergelijkingsmateriaal. Sinds maart behoor ik tot zijn atletengroep. Dat bewijst dat hij het wel in mij ziet zitten.”

Onder Kraaijenhof zegt Miguel Janssen zijn visie op sprinten te hebben gewijzigd. Maar eigenlijk bedoelt de 23-jarige atleet te zeggen dat hij is teruggekeerd naar zijn Arubaanse roots. Misschien is het nog niet eens tot hem doorgedrongen, maar de keuze om voor Aruba te lopen is misschien wel veel logischer dan het bewandelen van de Nederlandse weg. Op Aruba ontwikkelde hij de 'natuurlijk' wijze van lopen, om die onder Nederlandse leermeesters te verliezen. Onder Kraaijenhof zegt Janssen dat het “geblokt, in strakke bewegingen lopen” weer heeft plaats gemaakt voor het “rollen als een bal”. “Vergelijk de Nederlandse voetballer met de Afrikaanse. Hier zie je de aangeleerde, gehoekte bewegingen, het gaat niet automatisch. De donkere jongens hebben gevoel voor ontspanning, ritme en snelheid.”

“Henk is niet te vergelijken met andere Nederlandse coaches. Ik heb hier veel trainers gehad die allen een veel te zwaar programma hadden, ook voor jonge leeftijdsgroepen. Men is in Nederland veel te veel geneigd te hard te trainen. De juiste belans tussen inspanning en ontspanning is zoek. Als mijn programma's lichter waren geweest, dan was mijn talent vermoedelijk vroeger tot ontplooiing gekomen.”

Waarna Janssen declameert uit de lessen van Kraaijenhof. “Neem in de natuur het jachtluipaard, de jaguar. Die dieren leven van de jacht en teren op snelheid. De hele dag slapen zij, zijn ze relaxed. Hooguit een half uur zijn ze bezig met het zoeken naar hun prooi, het besluipen en dan komt het aan op die ene sprint. En ondanks die beperkte beweging behouden ze hun gigantische snelheid. Daaruit valt te leren dat voor een sprinter dagelijks één uur gericht trainen genoeg moet zijn.”

“Henk zegt altijd dat de snelheid van lopen wordt bepaald door de werking van het zenuwstelsel. Kan het zenuwstelsel de boodschappen sneller versturen, dan kan het lichaam sneller handelen. Tachtig procent van mijn vooruitgang heb ik daaraan te danken. In de topsport is het daarom belangrijk dat je relaxed bent. Er komt al zoveel emotionele, sociale en mentale druk bij kijken. Henk heeft me geleerd hoe ik moet relaxen. Ik ben van nature snel, explosief. Vroeger kwam dat overal in tot uitdrukking. Zelfs als ik met een lepeltje in mijn koffie roerde, ging dat gejaagd. Nu kan ik rustig zijn, ik heb geleerd om tijdens een trainingskamp na arbeid lekker te gaan slapen, relaxen.”

Avondje stappen

Na vele jaren van overbelasting, meent Janssen nu de juiste verhouding tussen werk en sport te hebben gevonden. Althans voor het huidige sportieve niveau, dat hem tot voor kort soms het prijzengeld opleverde dat goed was voor een avondje stappen. Samen met zijn vrouw is Miguel Janssen eigenaar van een fitness-centrum, waardoor hij zich veel vrijheden kan permitteren. Die maatschappelijke zekerheid geeft hij niet graag op voor het onzekere bestaan van topsporter. “Henk voorspelt dat ik voldoende talent heb om rond de tien en twintig seconden te lopen. Daarmee zou ik veel geld kunnen verdienen. Als het zover mocht komen, kan ik altijd nog besluiten om een tijdje voor de sport te kiezen. Hoewel het dan maar de vraag is of de prestaties daar beter van worden. De druk wordt immers ook groter. De vooruitgang van de afgelopen twee jaar heb ik geboekt onder voor mij ideale omstandigheden. Ik had echt niet harder gelopen als ik harder had getraind. Maar ik was misschien wel gefrustreerd geweest als ik alleen maar zou sporten en mij records niet had gevestigd.”

Familiebanden trekken Miguel Janssen minimaal eenmaal per jaar naar Aruba, het eiland waar de klimatologische omstandigheden zoveel beter zijn dan in Nederland. De onverwacht goede sprintprestaties tijdens de afgelopen NK brengt de Amstelvener dan ook direct in verband met de goede zomer in Nederland. “Daardoor was iedereen goed in vorm en hoorde je nauwelijks iets over blessures. Trainen, onder de twintig graden wordt het al riskant. Ik train het liefst bij dertig graden. Shirt uit, alleen een sportbroekje aan. En niet denken aan spieren die stijf zijn en gewrichten die vastzitten. Ja, we denken er inderdaad wel eens aan om naar Aruba te gaan. Mijn vader heeft er een sportzaak en heeft onderhand de leeftijd om het wat rustiger aan te gaan doen ...”

Deel dit artikel