Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mieren moet je juist vertroetelen

Home

door Joep Engels

We hebben een hekel aan insecten en andere onderkruipsels. Vergif is uit den boze, maar het is de vraag of we met de alternatieven beter af zijn.

Het buitenseizoen is begonnen. Terwijl wij onze tuinstoelen en parasols naar buiten slepen, komen allerlei beestjes uit hun holletjes gekropen. De ontmoeting die hier het gevolg van is, is geen wederzijds genoegen.

En dus gaan we deze dagen massaal naar de drogist of het tuincentrum voor meppers, plakstrippen, lokdozen en gifpoeders. Maar bij dat laatste slaat al snel de twijfel toe: kan dat nog wel, gif strooien? Chemische bestrijdingsmiddelen belasten het milieu, waarschuwt het meinummer van de Consumentengids en komt dan met tips. Giet kokend water over een mierennest of zet ramen en deuren open om vliegen te verjagen. Alleen als dat niet helpt, zou u volgens de Consumentenbond naar het vergif moeten grijpen.

Dat gaat de milieubeweging nog veel te ver. Op de internetsite Milieucentraal wordt het de consument stevig ingepeperd: de middelen zijn soms slecht afbreekbaar, dodelijk voor vogels en kunnen het zenuwstelsel van de mens verstoren.

Zo erg is het nou ook weer niet, zegt Tinka Murk, milieutoxicologe aan de universiteit in Wageningen. ,,Termen als zenuwgif roepen natuurlijk angstaanjagende associaties op, maar zonder serieuze blootstelling kan zelfs de meest giftige stof geen kwaad. Mensen krijgen bij deze bestrijdingsmiddelen pas gezondheidsproblemen als ze dagelijks een paar honderd milligram binnenkrijgen, terwijl een insect er maar één keer met zijn poten doorheen hoeft te lopen om het loodje te leggen.''

Dat geldt eigenlijk ook voor de milieuschade. In vergelijking met het landbouwgebruik zijn de privé-toepassingen verwaarloosbaar. Murk: ,,Die middelen zijn binnen een paar uur of hooguit een paar dagen afgebroken. Ze verdwijnen niet in het grondwater. Je moet er wel heel onzorgvuldig mee omgaan om schade te veroorzaken. En dan is het nog steeds een lokaal effect. Als je veel slakkenkorrels op één plek strooit, loop je het risico dat een merel of lijster daar te veel van binnenkrijgt en doodgaat. Daarom is het wel verstandig om je af te vragen of je je probleem ook op een andere manier kunt oplossen.''

Je moet insecten helemaal niet wíllen bestrijden, zegt Marcel Dicke, hoogleraar entomologie in Wageningen. Ze hebben allemaal wel hun nut. ,,Mieren bijvoorbeeld moet je vertroetelen. Dat zijn geweldige opruimers van andere insecten in de tuin. Wespen idem dito. Als je die ruimt, krijg je een andere plaag.'' Hij vertelt over een echtpaar dat hem op kleine beestjes wees waar het van af wilde. ,,Het waren de larven van het lieveheersbeestje. De volwassen dieren eten al erg veel bladluizen, maar de larven nog véél meer. Die mensen waren al bijna op weg naar het tuincentrum om gif te kopen.''

De boodschap is duidelijk, insecten zijn nuttig. Maar dat neemt niet weg dat ze soms ook erg vervelend kunnen zijn. Mieren die de suikerpot leegroven of wespen die in augustus het terrasbezoek vergallen. De commercie speelt handig in op de twijfels van de milieubewuste, maar insectenhatende consument en heeft voor elk insect wel een alternatief middeltje. Uiensap tegen de mieren, lijm om kakkerlakken te vangen of lavendel om motten te weren.

Dicke kent de middeltjes niet, maar vraagt zich af of ze werken. ,,Met uiensap onderbreek je wellicht het mierenspoor, maar je zult zien dat eentje na verloop van tijd toch de oversteek heeft gemaakt. Als die ongeschonden, mét suiker, weer op het nest terugkeert, zullen de anderen zich niet meer laten weerhouden.'' Ook Murk heeft haar twijfels: ,,Een geur die ervoor zorgt dat mieren de weg naar huis kwijtraken, is voor de mieren zelf vervelender dan gif. Dat is tenminste een snelle dood.''

Volgens Dicke moet je eerst nagaan waarom insecten jou storen. Dan wordt het eenvoudig om er wat tegen te doen. Mieren? Blokkeer hun route door er bijvoorbeeld citronella of pepermuntolie op te smeren en vooral: sluit de suikerpot af. Vervelende vliegen binnen? Houd de deuren dicht. Zoemende muggen die dreigen te steken? Zet een hor voor het raam en sla, voor het slapengaan, die ene binnendringer dood. De enige echte lastpakken zijn kakkerlakken. ,,Die zijn lastig uit te roeien. Eén of twee kun je nog wel met een natte dweil vangen en doodmaken. Maar zijn het er meer, dan moet je professionele hulp inschakelen. Anders kom je er niet meer van af.''

Wij vormen een insectenhatende maatschappij, zegt Dicke, wij bezien de beestjes met angstgevoelens. ,,Objectief gezien is daar geen reden voor. Natuurlijk, hun aaibaarheid is laag. Maar het is toch vooral een kwestie van onbekend maakt onbemind. Als ik op lezingen heb verteld hoe nuttig insecten zijn, oordelen mensen een stuk positiever. Maar als ik vertel dat insecten overal zijn, zonder dat we ze zien, dat ons bed en ons gezicht onder de mijten zit, begint het sommige mensen te kriebelen. Dat willen ze liever niet weten. Maar ja, zeg ik dan, insecten zijn overal en zonder insecten is er geen leven op aarde mogelijk. Als je toch zonder insecten wil leven, moet je verhuizen naar een andere planeet.''

Deel dit artikel