Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Middencoalitie veruit het beste voor Europa

Home

Hans Goslinga

Is het bij de versplintering van het politieke krachtenveld nog mogelijk na de verkiezingen van 12 september een stabiel parlementair meerderheidskabinet te vormen? Of moet de natie zich voorlopig blijven instellen op minderheidskabinetten? Het antwoord hangt uiteraard af van de verkiezingsuitslag, maar nu al zijn enkele lijnen te trekken.

De eerste is dat een centrum-rechts kabinet zo goed als onmogelijk is nu, behalve wellicht bij uiterste noodzaak de VVD, geen partij meer met de PVV wil regeren. De vraag is overigens of samenwerking met deze partij vanwege haar linkse sociale paragrafen wel paste in het klassieke centrum-rechts patroon. Het tweede kabinet-Balkenende was in feite het laatste waarvoor dat opging. Het was het meest hervormende kabinet in de eerste twaalf jaar van deze eeuw. Schuilt hierin het begin van een herwaardering van de voormalige premier Balkenende? Feit is dat het verloop van tijd een scherper licht werpt op voorgaande periodes.

Dat tweede kabinet van Balkenende steunde op een coalitie van CDA, VVD en D66. De laatste partij maakte zich daarmee voor het eerst echt los uit het linkse kamp en waakt sindsdien onder leiding van Alexander Pechtold over haar middenpositie. Vooralsnog ziet het er niet naar uit dat deze drie partijen opnieuw een werkbare meerderheid zullen halen. Zelfs aangevuld met de twee andere partijen van het Lente-akkoord, GroenLinks en de ChristenUnie, is dat onzeker.

Mochten de vijf partijen wel een meerderheid halen, dan ligt zo'n coalitie voor de hand, ook al nemen de partijen naarmate de verkiezingen naderen meer afstand van hun akkoord. Een van de laatste politieke uitspraken van Balkenende in de campagne van 2010 was een pleidooi voor deze 'hervormingscoalitie'. De VVD durfde een onderzoek in die richting echter niet aan, het CDA van Verhagen wilde het niet, maar nu zijn er verscheidene redenen die optie wel ernstig te onderzoeken.

De belangrijkste is dat deze vijf partijen pro-Europa zijn, de een meer dan de ander. Dat geldt ook voor de PvdA, al wekken de sociaal-democraten telkens weer twijfel over hun positie door de internationale verplichtingen met een korreltje zout te nemen. Dat was zowel het geval bij het besluit over de Navo-missie in Kunduz als bij het Lente-akkoord, dat toch vooral uitdrukking was van de politieke wil de EU-afspraak over het begrotingstekort na te komen. Je kunt niet een beetje lid zijn van de Navo en de EU.

Is een centrum-links kabinet straks mogelijk? Dat zou grofweg neerkomen op een kabinet zonder VVD, PVV en SGP; misschien ook zonder D66. De vraag is dan of de andere middenpartij, het CDA, aan zo'n coalitie zou willen meewerken. De kandidatenlijst van de christen-democraten wekt vanwege de vele nieuwkomers de indruk van een keus voor de oppositie. Regeren met een linkse overmacht is bovendien niet erg aantrekkelijk, op zich al niet maar ook vanwege het nadeel dat de Europa-koers andermaal een halfslachtig karakter zal hebben.

Vanwege de cruciale betekenis van de EU is een middencoalitie nog het meest voor de hand liggend. De verkiezingsstrijd zou daarover, als partijen bereid zijn hun kaarten op tafel te leggen, helderheid kunnen bieden. Nu het erop of eronder is voor de Europese Unie, is die helderheid ook geboden - vluchten kan niet meer, ook al omdat een tweeslachtige houding de tegenstanders, voorop de PVV, in de kaart speelt. Niet voor niets heeft deze partij, net als de SP, vleugels gekregen na het referendum over de Europese grondwet, niet door de kracht van haar argumenten maar door de zwakke argumenten van de voorstanders.

Maar nu Europa een kwestie is van to be or not to be, is het mogelijk dat in de campagne de scheidslijn zo helder wordt getrokken dat, anders dan de natie gewend is, de richting van de kabinetformatie als vanzelf wordt bepaald. Deze verwachting lijkt, kijkend naar de geschiedenis van voortmodderen in Europa, misschien niet erg realistisch, maar een feit is dat bondskanselier Merkel, de regeringsleider van de sterkste economie in de EU, de kwestie op scherp heeft gezet met haar inzet voor een politieke unie.

Daarmee dwingt zij politici in de andere lidstaten de stellingen te verlaten en zich niet langer blind te staren op de overdracht van nationale soevereiniteit, maar het debat te verleggen naar de vraag wat de meerwaarde van een politieke unie kan en moet zijn. In haar ogen is dat herstel van de weeffout bij de oprichting van de monetaire unie, maar ook de voorwaarde voor de concurrentiekracht van Europa in een wereld waarin in hoog tempo andere economische mogendheden opkomen.

De geschiedenis van de Verenigde Staten van Amerika heeft laten zien dat het proces van eenwording moeizaam is en eigenlijk geen einde kent. Zelfs na meer dan twee eeuwen zijn er bewegingen die het federale gezag te groot en te opdringerig vinden. De Tea Party kan in die zin worden gezien als de pendant van de populistische stromingen in Europa die zich tegen 'de macht van Brussel' verzetten.

Voor de Europese eenwording kan het als een voordeel worden gezien dat de politieke scheiding der geesten over de grenzen heen reikt. Niet eerder sinds de samenwerking in 1957 begon is dat zo zichtbaar en voelbaar geweest. Het geeft aan dat Europa niet langer een ver-van-mijn-bedshow is, maar een realiteit die diep in het politieke bewustzijn is doordrongen. Ook dat zet de komende Kamerverkiezingen en de daaropvolgende formatie onder meer dan gewone spanning.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie