Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Michiel de Ruyter was een bevoegde boef

Home

Arend Evenhuis

Met de tentoonstelling ’Zeeuwse zeehelden’ en de publicatie ’Kapitein Trouwhand’ concentreert het Zeeuws Archief in Middelburg zich op De Ruyter’s Zeeuwse jaren, van 1607 tot 1655.

Het is allemaal zo simpel: zolang je je maar aan de regels van het Oorlogsrecht houdt, de juiste vijand oppakt en de gevangenen niet overboord zet, is er geen vuiltje aan de lucht.

Archiefmedewerker Roosanne Goudbeek en historicus Ivo van Loo van het Zeeuws Archief zetten hun neutraalste gezicht op als ze uitleggen wie de kapers waren en wie de kaperbestrijders, die op hun beurt ook weer kapers waren. Het luistert nauw: een kaper is een geautoriseerde piraat, een bevoegde boef. Werd je als lukraak opererende piraat gepakt, dan kreeg je subiet de doodstraf.

Voordat hij roemrucht werd, was Shakespeare’s tijdgenoot Michiel de Ruyter ook kaper, zelfs kaperkapitein, maar dan een legale kaper aangezien hij zoals alle kapers per kaperbrief toestemming, zo niet opdracht van reders en autoriteiten zal hebben gekregen om tegen kapers op te treden.

Vooral tegen dat schorremorrie van Duinkerken met hun kleine en behendige fregatten ’die soo extraordinaris seylen dat het te verwonderen is’. Ze roofden lading, koopvaardijschepen en gijzelden bemanningen, die pas via losgeld werden vrijgelaten.

Maar zo eenduidig valt een maritieme rover ook weer niet te duiden, want de Duinkerkse kapers handelden in opdracht van hún autoriteiten. Duinkerkse kapers bestonden het om tot op de rede van Vlissingen te komen, en vandaar als piratenstreek het haantje van de Vlissingse Sint Jakobskerk te schieten. Daarmee was de maat vol, en riepen de Vlissingse reders Lampsins de kaperjacht in het leven.

Op een van die kaapvaarders (ook wel particuliere oorlogsschepen, maar gesubsidieerd door de Staten-Generaal en indirect huishoudend voor de prins van Oranje) was Michiel de Ruyter kaperkapitein. Hij kreeg het bevel over een kruiser en noemde zichzelf en zijn bemanning ’de nieuwe geuzen’. De kaperkapitein kreeg musketten, buskruit, pieken en spiesen en soldaten aan boord om kapers tot op de hoogte van Bordeaux aan te vallen en te overmeesteren. De ’oorlogsbuit’ werd in Vlissingen geveild, gevangen genomen bemanningen in het neutrale Roosendaal jaarlijks tegen elkaar geruild.

In het diep verzonken archief van het Zeeuws Archief (voor iedereen in te zien) toont historicus Ivo van Loo in perfecte staat verkerende scheepsjournalen van 400 jaar oud. Hij leest uit het vlekkeloze maar lastig te ontcijferen handschrift voor hoe een kaperschip ’met Gods hulpe’ weer in Vlissingen aankwam. Van Loo: „Gelukkig noteerden ze alles. Welke schepen ze passeerden, hoe de wind stond, wat voor weer het was. Nu nog raadplegen we deze scheepsjournalen voor de lange-termijnontwikkeling in het huidige klimaat.”

In zijn journaal van april 1637 beschrijft de Ruyter een mislukte aanval door slecht weer: „Quamen hem soo dycht aen boort dat wij met musketten overheen conde schyetten en al ons volck stonden al claer om de meije met haer te planten en af te schyeten, maer ten heeft Godt nyet belyeft want 2 huyren voor dage begon ’t soe te waeygen en te regenen met groote dyckte en raeckten hem alsoo quydt.”

De naam ’De Ruyter’ heeft volgens de historicus niets vandoen met een ruiter te paard, maar met ’ruiten’ of ’roven’ in de betekenis van vrijbuiter of officieel kaperkapitein. Dat De Ruyter zich eerst bediende van de (bij)naam Trouwhand lijkt inmiddels minder aannemelijk te zijn. Van Loo achterhaalde in eerste instantie een brief van de Nederlandse ambassadeur in London, die het over een opgebracht Vlissings fregat heeft waarvan ’de capiteijn is genaemt Michiel Trouhant alias Ruijter’. Tijdens nieuw onderzoek vond hij berichten die verhalen over commotie die in Noord-Franse havens was ontstaan over een zekere kaperkapitein Michiel Trouvandt de Courtemarcker. Deze kapitein was nota bene met een kaperbrief van de prins van Oranje zich als piraat gaan gedragen en had illegaal Nederlandse schepen naar Calais en Le Havre opgebracht. Deze vondst van een kaperkapitein Michiel Trouwhand van Kortemark (een plaatsje in West-Vlaanderen) trekt de mededeling van de ambassadeur in London in twijfel. Het Zeeuws Archief en de historicus willen nu de onderste steen boven halen en zetten het onderzoek voort.

Tekenaars en schilders beoefenden een andere manier van verslaggeving. Trots toont archiefmedewerker Goudbeek de tekening uit 1674 van de Middelburger Zacharias Blijhooft, die de vloot onder bevel van de admiralen Tromp en De Ruyter vanaf de Walcherse duinen voor oorlogsvertrek gereed ziet maken.

Portretten van Zeeuwse zeehelden zijn in het Zeeuws Archief alom te zien. Volgens Goudbeek waren de prenten destijds, als goedkope schilderijtjes, populair. De archiefmedewerker vertelt hoe de koperplaten voor etsen en gravures uit geldbesparing werden gebruikt en hergebruikt. Vaak kreeg een volgende te portretteren zeeheld alleen zijn hoofd in de oude prent ’aangepast’.

Roosanne Goudbeek: „Ze zetten er eenvoudigweg een ander hoofd in. We hebben een ets met het portret dat eerst van Piet Hein was, toen Maarten Tromp en toen De Ruyter. Ook het familiewapen moest veranderd, en zeeslagjes op de achtergronden verdwenen meer en meer letterlijk in de mist; ze werden net als eigennamen simpelweg weggekrast.”

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie