Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Michiel de Ruiter begint aan het laatste hoofdstuk

Home

NICOLIEN VAN DOORN

In Lillehammer is de luchtacrobatiek van het freestyle skien voor het eerst een Olympische discipline. Vandaag beginnen de kwalificaties voor de finaleronde en Michiel de Ruiter is erbij. Een medaille zit er hoogstwaarschijnlijk niet in. “De grootste favoriet is op zijn tiende met freestyle begonnen en heeft een schans in zijn achtertuin. Daar kan ik alleen tegenop als hij verschrikkelijk veel pech heeft en ik verschrikkelijk veel geluk.”

BUSSUM - De bestuursleden van de Nederlandse Ski Vereniging voorspellen het al jaren: ooit zal een vaderlandse skier zijn opwachting maken op de Olympische Winterspelen. Een m/v op lange latten, met als specialiteit de afdaling of de slalom. Dat het een freestyleskier is, die voor het eerst sinds 1936 het roodwitblauw op de Winterspelen gaat verdedigen . . . Daar had niemand rekening mee gehouden. Voor de skivereniging is Michiel de Ruiter nooit interessant geweest. Op de persconferentie, die aan het begin van ieder seizoen wordt belegd, ging de meeste aandacht steevast uit naar het alpineskien. Vervolgens kwamen de Noordse disciplines uitvoerig aan bod. Waarna er voor de onderdelen snowboard en freestyle opvallend weinig tijd overbleef. Net alsof de betrokkenen zich een beetje geneerden voor de jongehonderige loot aan de eerbiedwaardige skiboom.

Door een samenloop van omstandigheden werd de pers eind vorig jaar geconfronteerd met een omslag van 180 graden. De alpineskiers en langlaufers, die door een combinatie van blessureleed en strenge limieten bij voorbaat al geen schijn van kans hadden op uitzending naar Lillehammer, werden afgeraffeld. Een ieders belangstelling ging uit naar freestyle. Omdat dat in Lillehammer voor het eerst een Olympische discipline zou zijn en omdat Nederland er zowaar een potentiele kandidaat in had: Michiel de Ruiter, 29 jaar oud, woonachtig in Bussum en vader van drie kinderen.

Michiel de Ruiter heeft zijn sportieve carriere bepaald niet cadeau gekregen. Een beetje auteur zou er al gauw een razend spannend jongensboek over kunnen schrijven. Zo'n boek, waarin de hoofdpersoon van de eerste tot de op een na laatste bladzij geteisterd wordt door tegenslag, maar op de laatste pagina toch weer opkrabbelt en ongebroken verder gaat.

In het geval van De Ruiter zou het zelfs een trilogie kunnen worden. In deel een is hij een kind, dat bezeten is van trampolinespringen. Vier keer achtereen wordt hij nationaal kampioen, maar tot ontzetting van de lezer merkt hij op zijn zeventiende dat hij de sprongen door elkaar haalt. Hij keert de trampoline de rug toe, verveelt zich een ongeluk en komt pas tot leven wanneer een vriend hem meeneemt naar een waterschans. Michiel springt en vindt een nieuwe passie: freestyle skien. Hoe voorspelbaar het allemaal ook was, de lezer is tevreden en sluit het boek met een zucht van verlichting.

Ook deel twee begint vrolijk. Op de Olympische Winterspelen van 1992 is het freestyle skien toegelaten als demonstratiesport en Michiel pakt zijn voorbereiding serieus aan. Maar dan gebeurt, wat de lezer op zijn klompen voelde aankomen: tijdens een training in Zermatt verliest de freestyler een ski en hoort bij de landing zijn knie kraken. Hij oefent en oefent en ja hoor: twee weken voor de Spelen mag hij weer springen. In Albertville moet hij echter genoegen nemen met een twaalfde plaats. Michiel is zo teleurgesteld, dat hij er helemaal geen zin meer in heeft. Hij traint weinig en de lezer is dan ook niet verbaasd dat zijn held op de WK van 1993 zeventiende wordt. Michiel bedenkt ter plekke dat hij zo'n frustratie nooit meer wil meemaken en besluit met topsport op te houden.

Maar dan verschijnt zijn vrouw Margriet op het toneel. Toevallig maakte zij voor haar huwelijk deel uit van de nationale hockeyselectie, haalde in Los Angeles Olympisch goud en weet dus uit eigen ervaring dat een Olympisch optreden een belevenis is, die een mens minstens een maal in zijn leven moet meemaken. De verleiding wordt nog groter, wanneer de skivereniging aanbelt: als Michiel bereid is zich op Lillehammer voor te bereiden, worden al zijn onkosten vergoed. De lezer houdt de adem in: doet hij het of doet hij het niet?

Natuurlijk doet hij het! Ook al weet hij dat de eisen die NOC*NSF stelt aan toelating tot de Olympische Winterspelen, bepaald niet misselijk zijn. In zeven World Cup-wedstrijden moet de skier tenminste een keer bij de beste acht eindigen. Een plaatsje bij de beste twaalf in het eindklassement wordt eveneens goed genoeg bevonden. Het boek eindigt met de strijdvaardige woorden: “Ik kan het en ik doe het!”

Deel drie beschrijft de manier waarop Michiel het wereldbekercircuit afwerkt, in een poging zich te plaatsen voor Lillehammer. Het begint met de openingswedstrijd in Tignes, waar hij met zijn negende plaats net niet goed genoeg is. Barstend van zelfvertrouwen vertrekt hij naar Piancavallo, zijn tweede kans. Daar loopt hij een ernstige bekkenblessure op. De sportarts zegt hij dat de herstelperiode normaal gesproken een jaar duurt, maar wie denkt dat onze held de strijd opgeeft, heeft het uiteraard mis. In La Plagne staat hij er weer. Bij de landing krijgt zijn bekken een tweede tik. De kerstdagen brengt hij door op Papendal, waar hij zes uur per dag aangepaste oefeningen doet. Half januari acht hij zichzelf sterk genoeg om aan de vijfde wedstrijd mee te doen. Op de schans schieten zijn ski's zijdelings weg. Een week later is wedstrijd nummer zes aan de beurt. Michiel wordt negentiende.

Het boek is bijna uit. Ademloos volgt de lezer Michiel op zijn reis naar het Canadese Le Relais. Het vriest 45 graden. Rillend van de kou maakt de skier zich klaar voor de afsprong. Hij weet dat dit zijn laatste kans is. 'Nu of nooit', denkt hij en springt. Na zijn sprong haast hij zich dwars door een sneeuwstorm naar het vliegveld van Montreal om op tijd thuis te kunnen zijn. Onderweg belt hij op om de einduitslag te weten te komen. Hij is zevende, de weg naar Lillehammer ligt open. “Het was perfekt”, zegt Michiel. “Ik wist dat het mijn laatste kans was. Onbewust heb ik waarschijnlijk alles gegeven.”

Salto's

In Lillehammer beginnen vandaag de kwalifikaties, die de beste twaalf freestyle skiers doorlaten naar de finaleronde. De Ruiter traint drie uur per dag. Met een snelheid van rond de 60 kilometer per uur raast hij tegen een 3.30 meter hoge schans op, wordt binnen een seconde twaalf meter de lucht ingeschoten, voert salto's en schroefbewegingen uit en hoopt dan maar dat hij keurig netjes op de helling neerkomt. Het is, zegt hij, een kwestie van gevoel, dat hij in de loop der jaren door ervaring heeft ontwikkeld. “Als ik een misser maak in de afsprong, kan ik die in de lucht corrigeren. Air sense noemen wij dat. Dat betekent dat je ten alle tijde weet waar je bent en zelfs zonder bodemcontact weet waar je heen moet.

De Ruiter weet nog niet welke sprong hij in de kwalifikatieronde zal uitvoeren. “De jongens uit de top tien springen een drievoudige salto met vier schroeven, maar dat moet ik gewoon niet doen. In de training haal ik drievoudig met drie schroeven, maar ook die sprong beheers ik nog niet goed. Bij een onbelangrijke wedstrijd is dat geen probleem, maar op de Olympische Spelen kies ik voor zekerheid en wil ik de sprong zo perfekt mogelijk uitvoeren. Als de skiers die voor een meer complexe sprong kiezen slecht landen, sta ik alsnog sterker in mijn schoenen.”

Nederlands beste freestyler weet dat hij geen favoriet is voor een medaille. Zijn beste resultaat tot nu toe is een vijfde plaats in de World Cup, maar dat is alweer vier jaar geleden. “De grootste favoriet is op zijn tiende met freestyle begonnen en heeft een schans in zijn achtertuin. Daar kan ik natuurlijk niet tegenop. Ik moet het hebben van mijn achtergrond op de trampoline. Daardoor zijn mijn sprongen er heel gelikt uit. Er zit gratie in, de benen zijn gestrekt en de voeten blijven bij elkaar. Daarmee maak ik een goede kans om door de kwalifikaties heen te komen.”

Zijn optreden in Lillehammer noemt hij een 'waanzinnige afsluiting' van een sportieve loopbaan, die bijna twintig jaar heeft geduurd. “Ik had het voor geen goud willen missen. Als ik de finale niet haal, sla ik mezelf voor m'n kop. Maar als ik het wel haal en bij de besten eindig, spring ik een gat in de lucht.”

Dat wordt dan meteen zijn laatste sprong. Want zodra hij terug is uit Lillehammer, met of zonder medaille, bergt De Ruiter zijn ski's voorgoed op. Dan gaat hij nadenken over een toekomst als eerzaam burger. De mogelijkheden van de veelzijdig geinteresseerde sporter zijn legio, zodat het een kwestie van afstrepen wordt. “Bondscoach van het freestyle-team zal ik nooit kunnen worden. Daar is geen geld voor. Wel zal ik de aanstormende jeugdtalenten zoveel mogelijk begeleiden. Verder geef ik met een tien meter hoge schans demonstraties op feesten, kermissen en braderieen. En werk ik als cameraman bij een produktiebureau. Al met al heb ik dus keus genoeg.”

Spijt krijgt hij niet. Dat weet hij heel zeker: “Buitenstaanders denken dat ik een mooi leven heb met al die buitenlandse reisjes. Maar het enige wat ik zie is een vliegveld en bergen sneeuw. Het is vreselijk om met een tas rond te moeten sjouwen. Ik ben altijd blij als ik weer thuis ben. Mijn kinderen bellen me regelmatig op om te horen wie papa is.”

Deel dit artikel