Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Mia Smelt 1914-2008

Home

Wouter Bax

„Huisvrouwen van Nederland, de komende uren bent u baas in etherland!” Mia Smelt had niet de mooiste stem, maar iedereen luisterde.

Een vrouw hoort niet thuis achter de microfoon, ze kan beter typen. Maar typen had Mia Smelt bij de KRO wel genoeg gedaan – ze was er in 1946 als secretaresse begonnen – en er moest toch een keer een radioprogramma voor de katholieke vrouw komen.

’Moeders wil is wet’, dat Mia Smelt vanaf 1949 maakte, had emancipatie als effect, al was dat niet primair haar bedoeling. Ze wilde simpelweg dat vrouwen wisten wat er te koop was in de wereld: „U heeft uw eigen verantwoordelijkheid, u bent de spil van het gezin, u moet kunnen meepraten met uw kinderen.” Geen emancipatie met het mes op tafel dus, maar door persoonlijke ontwikkeling en het verwerven van kennis.

Ze bereikte er in haar hoogtijdagen enkele ochtenden per week meer dan 2 miljoen mensen mee, wat betekende dat niet alleen katholieke huisvrouwen hun stofzuigers ervoor afzetten. Zo maakte ze een lange serie over beroepen –wat doet een metselaar, een notaris, een tuinder?– die ook bij mannen erg in de smaak viel. Ze ging geregeld zelf op reportage, en niet alleen naar de toen immens belangrijke Huishoudbeurs, en haar programma had geliefde vaste onderdelen: ’Tja tja tja, wat zullen we eten / tja tja tja, wie zal het weten / wie is de man die mij dat zeggen kan? / de groentenman!’

De informatie moest praktisch en duidelijk zijn. „Vertel het uw schoonmoeder maar”, was haar instructie aan studiogasten die bijvoorbeeld de economisch slechte tijden kwamen toelichten of tips gaven voor de besteding van het huishoudelijk budget. De informatie moest van pas komen in het dagelijkse leven.

Dat praktische zat diep. Mia Smelt werd geboren in een Hilversums gezin waar aanvankelijk geen vuiltje aan de lucht was. Haar vader was een bourgondisch levende handelaar in tabak die zelfs met prins Hendrik op jacht ging. Ze hadden een groot huis dat zo dicht bij de spoorbaan lag, dat haar vader geregeld met een flamboyante sprong op de langzaam rijdende trein stapte. Als de jongste van twee meisjes en drie jongens was ze het ’prinsesje’.

Maar alles veranderde toen haar vader op haar negende overleed en de crisisjaren eraan kwamen. Ze konden in het huis blijven wonen en Mia kon zelfs blijven hockeyen, maar de spreekwoordelijke ’Gooise kakker’ zou ze niet worden: er moest op de kleintjes worden gelet en doorstuderen na de hbs kon niet. De oudste broer ging werken in Nederlands-Indië en stuurde geld, zodat de andere kinderen naar school konden.

In de Tweede Wereldoorlog – toen haar broers vanwege de arbeidsinzet niet meer de straat op konden en soms moesten onderduiken – was Mia Smelt degene die hongertochten maakte langs de boeren, voor eten waar menig nichtje en neefje mee overleefde. Bovendien zorgde ze lange tijd voor haar ziekelijke moeder. Ze woonde bij haar tot ze overleed, in 1946. Toen moest ze het grote huis verlaten en een kamer zoeken.

Ze werkte bij de Hilversumse uitgever Gooi en Sticht, die goud verdiende aan ’misboekjes’. Parochies in heel Nederland bestelden wekelijks samen vele duizenden van deze, rechtstreeks door Rome gedicteerde, katholieke liturgieën.

De crisis en de oorlog zijn mogelijk de redenen waarom ze ongetrouwd is gebleven. Ze was 31 toen de oorlog was afgelopen en leek precies tussen wal en schip te zijn gevallen. Haar naam als ’de ongetrouwde dame’ kwam haar soms op grappen te staan als ze in haar programma aandacht besteedde aan opvoedingsvraagstukken: ’Wat weet jij daar nou van?’ Herhaaldelijke berichten dat ze ’een kloris aan de haak had geslagen’ bleven steevast onbevestigd.

Er gingen ook hardnekkige geruchten dat ze lesbisch was en een relatie zou hebben met Phé Wijnbeek, een ongepolijste, maar ook hartelijke journaliste die onder meer voor Trouw de mediawereld volgde. Dat ze goede vrienden waren, is zeker. Zo mocht ze in het begin van de jaren vijftig eens een paar weken bij Phé en haar vriendin thuis in Rotterdam revalideren van een operatie. Phé kwam ook altijd op haar verjaardag, maar van een relatie heeft de familie van Mia Smelt nooit iets gemerkt; laat staan dat de twee zouden samenwonen.

Mia Smelt bevond zich trouwens in goed gezelschap. Ook voor sterke, progressieve vrouwen als Marga Klompé en Anne Biegel moest je als man van goeden huize komen om interessant genoeg voor ze te zijn, temeer omdat ze zich vol overgave stortten op hun werk. Het afscheid van haar werk in 1974 viel Mia Smelt dan ook zwaar, maar de regel van stoppen op je zestigste was heilig.

Met veel plezier deed ze nog wel eens wat voor de omroep, promotiewerk bijvoorbeeld, maar ze ging vooral heel veel reizen en verbond dat met werk voor goede doelen. Luiers omdoen in een weeshuis zou ze niet zo gauw doen – ze was hoe dan ook nogal onhandig in huis – maar fondsen werven kon ze des te beter. Zo hielp ze mee met het oprichten van een bejaardenhuis in Sri Lanka en een kindertehuis in Brazilië.

Haar katholieke geloof was daarbij een belangrijke drijfveer. Ze betoonde zich soms zelfs ’katholieker’ dan haar familie wel dacht. Zo keken haar familieleden raar op toen ze bij haar vaste bezoek op Eerste Kerstdag halverwege de jaren vijftig vroeg of de gloednieuwe televisie, eigenlijk aangeschaft voor Toon Hermans, aan mocht voor het pauselijke Urbi et Orbi. Toen de paus de zegen uitsprak, viel ze voor de beeldbuis op haar knieën.

Tien jaar later zou ze dat niet meer hebben gedaan, maar ze bleef ’een brave katholieke vrouw'. Want hoewel ze zich in haar werk met jonge vrouwen omgaf om bij de tijd te blijven, waren sommige dingen haar echt te gortig. ’Baas in eigen buik’ en ander militant feminisme vonden bij haar geen genade. Dat een abortus bij een gewelddadig ontstane zwangerschap ’de minste van twee kwaden’ was, begreep ze wel. Maar abortus omdat je geen zin in dat kind had? Dat kon er bij haar niet in.

Al in de jaren zestig werd Mia Smelt lid van de ridderorde van het heilig graf van Jeruzalem, waartoe ook mensen als Dries van Agt en Ernst Hirsch Ballin behoren. Ze hamerde er op de noodzaak om theoretische verontwaardiging om te zetten in echte daden. De orde zag bijvoorbeeld dat de Palestijnen bij de stichting van de staat Israël het kind van de rekening waren, en voorzag in geld en concrete projecten.

Mia Smelt hoopte heimelijk dat een van haar neefjes of nichtjes ooit zou toetreden tot de orde, maar de enige keer dat ze haar familie daar zag, was in 1999, toen ze namens de paus werd onderscheiden als Ridder in de Orde van de Heilige Sylvester. Van de koninklijke onderscheiding die haar normaal gesproken min of meer automatisch zou zijn opgespeld bij haar vertrek bij de KRO, was het namelijk nooit gekomen; een lintje was in de jaren zeventig niet sexy en het ontbrak aan een chef die er werk van kon maken.

En zo zat er op de traditionele bijeenkomst van de Ridderorde in het klooster aan de Vecht bij Maarssen plotseling een heel vak familieleden in de kerk om te zien hoe Mia Smelt er, gekleed in de witte mantel met baret en getooid met een kruis op de borst – de mannen lopen er in het zwart – werd onderscheiden. Ze was blij verrast en wees na de plechtigheid vrolijk op de illustraties in het boek dat ze had gekregen over de kledingvoorschriften van de Ridders aan het einde van de negentiende eeuw. De pikbroeken, de strakke maillots: „Aan vrouwen was weer niet gedacht.”

Ze was tot op hoge leeftijd kraakhelder en een wijs orakel voor haar familie, maar zes jaar geleden – ze was thuis pannenkoeken aan het bakken – struikelde ze en verbrijzelde haar heup. Op slag was het met veel van haar vrijheden gedaan: ze kon geen auto meer rijden, niet meer golfen, niet meer wandelen. Dat was slikken voor haar. In het afgelopen jaar gleed haar geheugen bovendien steeds verder terug in de tijd, tot ze zich alleen nog bewust was van de pijn aan haar been. Toen ze overleed, was het contact met de buitenwereld al verbroken.

Ze werd gecremeerd, wat opnieuw bewees dat ze haar standpunten graag inruilde voor betere. Ze was er altijd van uitgegaan dat ze naar katholiek gebruik zou worden begraven, tot ze in Bangkok een indrukwekkende boeddhistische crematie meemaakte. Wat de nabestaanden verder van de uitvaart wilden maken, dat zochten ze zelf maar uit, maar dat het een crematie zou worden, stond van toen af aan vast.

Lees verder na de advertentie
(Trouw)
Mia Smelt (\N)

Deel dit artikel