Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Met Rutte I verkocht het CDA zijn ziel aan de duivel

Home

Marcel ten Hooven en politiek publicist en auteur van onder andere ¿De lege tolerantie¿

© ANP
Opinie

Rode draad in het bezuinigingsbeleid is dat de staat zich terugtrekt. Het harde marktdenken domineert. Dat staat haaks op de christen-democratische beginselen.

Terugdringen van de staatsschuld lijkt het criterium waarop het CDA het bezuinigingsbeleid van het kabinet-Rutte beoordeelt, niet op christen-democratische principes. Tekenend is dat Sybrand van Haersma Buma alleen wil worden 'afgerekend' op het materiële streven de staatsschuld terug te dringen. Dat zei hij op de vraag waarom hij als CDA-fractieleider zo weinig zichtbaar is.

Deze verklaring van ideologische armoede versterkt de twijfel of het CDA er na de zware nederlaag vorig jaar niet verstandiger aan zou hebben gedaan te kiezen voor een herbronning in de oppositie. In het regeringsbeleid zijn de christen-democratische beginselen nagenoeg onzichtbaar, tenzij financiële gestrengheid tegenwoordig de kern van dat gedachtengoed is.

De aard van de bezuinigingen geeft een onthullend inzicht in de ideologische krachtsverhoudingen in de regeringscoalitie. De conclusie moet zijn dat het harde marktliberalisme van de VVD domineert, dat het CDA bij gebrek aan ideologische standvastigheid niet tot weerwerk daartegen in staat is en dat de PVV het nog moeilijk gaat krijgen om bij 'Henk en Ingrid' geloofwaardig te blijven.

In het cultuurbeleid kiest het kabinet voor onbewimpeld marktliberalisme. Typerend is de sluipenderwijs veranderde functie van kunstsubsidies. In het beleid van staatssecretaris Zijlstra dient subsidie niet meer om kunst in stand te houden die zonder financiële steun niet zou bestaan, op grond van het algemeen belang dat cultuur voor de geestelijke rijkdom van een samenleving heeft. In plaats daarvan krijgt subsidie het karakter van een bonus voor goed presterende culturele instellingen. Een theater of museum is eerder verzekerd van subsidie naarmate er méér publiek op af komt, een triomf van het marktdenken.

De bezuiniging op het persoonsgebonden budget (pgb) in de zorg laat zich op het eerste gezicht minder goed rijmen met liberale beginselen. Met het pgb verstrekt de overheid geld aan zorgbehoevenden om zelf en naar eigen keuze zorg 'in te kopen'. Ideaal geformuleerd is de passieve hulpbehoevende van destijds nu een actieve werkgever van de eigen zorgverleners. Sinds de introductie ontdekten inventieve burgers  hoe zij diensten die zij onderling in de vriendschappelijke sfeer afspraken bij de overheid in rekening kunnen brengen. Dat gebeurt er als zorg handelswaar wordt en verhoudingen die een affectief karakter droegen de trekken van een contractuele marktrelatie krijgen. Dat maakt van burgers calculerende individuen.

De vergaande ingreep in het pgb die het kabinet zich heeft voorgenomen is vanuit liberaal perspectief goed verdedigbaar. Het ondernemerschap van de zorgbehoevende gaat immers op kosten van de overheid, niet voor eigen rekening.

Vanuit het oogpunt van het CDA is de steun voor minimalisering van het pgb onbegrijpelijk. Voor de christen-democraten verbeeldde het persoonsgebonden budget de omslag naar een zorgstelsel waarin de vraag van de patiënt bepalend is voor het aanbod. Burgers zijn in het politieke denken van christen-democraten betrokkenen in een gemeenschap, als ouder op een school, als vrijwilliger in een vereniging, als deelgenoot in een zorgrelatie.

Mede daarom wil het CDA verantwoordelijkheden op een zo laag mogelijk niveau leggen, als het kan bij de burgers zelf. Christen-democraten achten het minder van belang dan liberalen uit welke bron de geldmiddelen komen die mensen tot het nemen van die verantwoordelijkheid in staat stellen.

Rode draad in het bezuinigingsbeleid is dat de staat zich zoveel mogelijk terugtrekt uit de publieke voorzieningen. Rutte laat dat streven gepaard gaan met retoriek over de staat die geen 'geluksmachine' meer mag zijn, waarbij hij wijselijk in het midden laat welke politieke groepering de staat wél als zodanig ziet. Maar de overheid is nog geen 'geluksmachine' als zij zich medeverantwoordelijk houdt voor de instandhouding van voorzieningen van algemeen belang die onder het regime van vraag en aanbod zouden sneuvelen.
Het beleid van de terugtredende overheid roept de vraag op hoe lang de PVV zich in de coalitie nog senang zal voelen. Tot dusver houdt de groepering van Wilders zich staande met fact free politics, waarin vooral het beeld van daadkracht bepalend is. In werkelijkheid heeft de PVV evenwel tersluiks grote delen van het sociale programma van de SP gekaapt. Daarin is de overheid onmisbaar.

De PVV kan de spanningsbron in de coalitie worden, als zij niet meer om de feiten heen kan en de gevolgen van de miljardenbezuinigingen voor het sociale beleid zichtbaar worden. Dan valt niet uit te sluiten dat Wilders bij wijze van afleidingsmanoeuvre nog agressiever van leer zal trekken tegen alles wat hem vreemd is, de moslims voorop.
Het zwijgen van het CDA over het onfatsoen dat Wilders zich tot dusver al permitteert, maakt de vraag des te klemmender of de christen-democraten met deze coalitie niet hun ziel aan de duivel hebben verkocht.

Deel dit artikel